|
De terreur van de SS-Aufseherinnen. Deel 1 |
|
|
|
|
Tuesday 05 April 2005 |
|
Pagina 3 van 4 SS-Oberaufseherin Maria Mandel De sadistische Oberaufseherin Maria Mandel werd geboren in Munzkirchen (Oostenrijk) op 10 januari 1912 en trad in 1938 toe tot de SS. Op 15 oktober 1938 werd zij Aufseherin in KZ Lichtenburg. Op 15 mei 1939 werd zij overgeplaatst naar KZ Ravensbrück waar zij dienst deed tot 7 oktober 1942. Van 7 oktober 1942 tot 30 november 1944 was zij Oberaufseherin in KZ Auschwitz-Birkenau en nadien tot aan de bevrijding in mei 1945 als Oberaufseherin in KZ Mühldorf. Sinds 1942 werkte zij als Schutzhaftlagerführerin" in Auschwitz II, het beruchte Birkenau. Als liefhebster van muziek stelde zij uit de gevangenen in Birkenau een vrouwenorkest samen. Die muzikanten werden beter behandeld dan de andere gevangenen. Hun barakken waren redelijk zuiver, zij bekwamen betere verzorging dan de andere 'normale' gevangenen. Het vrouwenorkest had veel te doen. Bij het dagelijkse appèl moesten zij musiceren en op muziekklanken begeleiden zij de gevangenen op hun dagelijkse mars heen en terug de omliggende fabrieken. Muziek werd bij alle gelegenheden ten gehore gebracht. Een Auschwitz gevangene, Lucia Adelsberger, beschreef de tonelen later in haar boek Ein Tatsachenbericht dat muziek werd gespeeld bij appèls, mededelingen van Lager führers en telkens gevangenen werden opgehangen aan de galgen op de centraal gelegen appèlplaats. Het vrouwenorkest speelde ook elke keer er een nieuwe lading gevangenen werden aangevoerd en de selecties werden gehouden. Onder de muziekklanken van Mandels vrouwenorkest werden de uitgeselecteerden, die minder gezond, arbeidsongeschikt of ongewenst waren, rechtstreeks naar de gaskamers afgevoerd. Eén van de meest bekende Belgische gevangenen die stierf onder de terreur van Maria Mandel is ongetwijfeld Mala Zimetbaum. Op 10 augustus 1945 werd Maria Mandel opgepakt en wegens oorlogsmisdaden aangeklaagd. Op 6 november 1946 werd zij uitgeleverd aan Polen en in afwachting van haar proces in de gevangenis van Krakau opgesloten. Zij werd algemeen omschreven als bijzonder intelligent en zeer toegewijd aan haar taak. De gevangenen echter, beschreven haar als een 'beest' en berucht voor haar brutaliteit en voor het enthousiasme dat ze betoonde bij de selectie naar de gaskamers van vrouwen en kinderen. Haar proces vond plaats in Krakau (Polen) in de herfst van 1947 en eindigde op 22 december van hetzelfde jaar. Voor haar aandeel in de selecties voor de gaskamers en medische experimenten en voor de folteringen op ontelbare gevangenen, werd zij schuldig bevonden van oorlogsmisdaden en door het Hooggerechtshof van Krakau tot de dood veroordeeld. Op 24 januari 1948 werd zij samen met nog 20 andere oorlogsmisdadigers in de Montelupich Gevangenis van Krakau opgehangen. De stoffelijke overschotten van deze 21 misdadigers werden nadien aan het Anatomie-Instituut van de Universiteit van Krakau afgestaan als studiemateriaal voor de studenten. Theresa Brandl en Elizabeth Lupka Therese Brandl werd geboren in februari 1902 en zij werkte als SS-Aufseherin in KZ Ravensbrück vooraleer zij in 1942 naar KZ Auschwitz-Birkenau werd overgeplaatst. Daarna kreeg ze haar stelplaats in KZ Mühldorf (een bijkamp van KZ Dachau). Zij sloeg haar gevangenen en selecteerde hen uit naar de gaskamers. In 1943 ontving zij van het Derde Rijk een onderscheiding voor haar 'werk'. Op 25 augustus 1946 werd ze gearresteerd in de heuvels van Beieren. Voor haar aandeel in de selecties voor de gaskamers en haar wreedheid werd zij, net zoals Oberaufseherin Maria Mandel schuldig bevonden van oorlogsmisdaden en door het Hooggerechtshof van Krakau tot de dood veroordeeld. Op 24 januari 1948 werd zij samen met Maria Mandel in Krakau opgehangen. De stoffelijke resten van Theresa Brandl werden na de executie aan het Instituut voor Anatomie van de Universiteit van Krakau overgemaakt om te dienen als studiemateriaal voor de studenten. Een andere vrouw die op dezelfde dag als Maria Mandel en Therese Brandl werd opgehangen in Krakau was de 46-jarige Elizabeth Lupka. Zij werd geboren op 27 oktober 1902 in Damner (Duitsland). Zij huwde in 1934 maar bleef kinderloos en scheidde van haar man in 1937. Van 1937 tot 1942 werkte zij in de luchtvaartindustrie. In 1942 verliet zij het voor haar vervelend baantje en volgde in KZ-Ravensbrück een opleiding als SS-Aufseherin. Van maart 1943 tot januari 1945 was zij als SS-Aufseherin in het vernietigingskamp van KZ Auschwitz-Birkenau aan de slag. Lupka sloeg en mishandelde zowel vrouwen en kinderen met haar met ijzer verstevigde zweep en nam enthousiast deel aan de selecties, waar ze haar hulpeloze slachtoffers naar de gaskamers zond. Lupka werd gearresteerd op 6 juni 1945 en stond voor haar rechter op 6 juli 1948 in Krakau. Net zoals Mandel en Brandl werd zij schuldig bevonden aan haar misdaden en tot de strop veroordeeld. Op 8 januari 1949 om 7u09 in de morgen werd ze opgehangen in de Montelupichgevangenis van Krakau. Haar lichaam werd eveneens overgedragen aan de Medische school van de Jagiellonski Universiteit van Krakau als studieobject.
|
|
Laatst geupdate op ( Thursday 18 August 2005 )
|