|
De terreur van de SS-Aufseherinnen. Deel 2 |
|
|
|
|
Tuesday 05 April 2005 |
|
Pagina 3 van 7

Johanna Bormann van Birkenau, de Vrouw met de Honden
Johanna Bormann (ook Juana genoemd) werd geboren op 10 september 1893. Zij trad vrij vroeg toe tot de SS en was als Aufseherin in verschillende concentratiekampen werkzaam. Op haar proces zal ze later verklaren dat ze dat deed 'om meer geld te verdienen'. Haar eerste stelplaats was in KZ Lichtenburg in Sachsen waar ze samen met 49 ander vrouwelijk SS-kamppersoneel, onder het bevel van Oberaufseherin Jane Bernigau, ingezet werd. In 1939 werd ze naar het beruchte vrouwenkamp KZ Ravensbrück overgeplaatst waar ze toezicht hield op de Arbeidskommando's.
In maart 1942 werd ze als Aufseherin naar Auschwitz I overgeplaatst. Dat was het hoofdkamp van het immense concentratiekamp van KZ Auschwitz-Birkenau. Bij de gevangenen werd zij gevreesd voor haar ongekende wreedheid. De gevangenen noemden haar de 'Bijenkoningin', omdat ze de vreemde macabere gewoonte had liedjes te neurieë wanneer zij door het kamp liep, op zoek naar slachtoffers en 'actie'.... Of ook 'De Vrouw met de Honden', omdat ze altijd haar honden ophitste tegen gevangenen en hen verplichtte om toe te kijken hoe haar honden de slachtoffers levend verscheurde.
In oktober 1942 kan zij als Aufseherin in het vernietigingskamp van Auschwitz-Birkenau aan de slag. Zit daar meteen in het gezelschap van die andere sadistische Aufseherinnen zoals bv Margot Drexler, Maria Mandel en Irma Grese.
Eind 1944 werd Juana Bormann overgeplaatst naar het bijkamp Hindenburg in Silesië (thans Zabrze in Polen genoemd). Sinds januari 1945 wordt ze opnieuw ingezet in KZ Ravensbrück en in maart 1945 in haar laatst bekende stelplaats, het KZ Bergen-Belsen, waar ze haar kompanen van Auschwitz-Birkenau zoals Josef Kramer, Irma Grese en Elisabeth Volkenrath weer vervoegt.
Op 15 april 1945 werd het KZ Bergen-Belsen door Britse troepen bevrijd. Het schouwspel dat ze daar aantreffen tart elke verbeelding. Tienduizend lijken liggen her en der verspreid in het kamp in ver gevorderde staat van ontbinding.
De Britse soldaten treffen er ongeveer 60.000 overlevende maar fel uitgehongerde mensen aan, waarvan vele duizenden in de weken na hun bevrijding nog zullen sterven aan de gevolgen van hun ontberingen. De bezetters verplichtten het SS-kamppersoneel om alle lijken samen te rapen en hen te begraven in diepe groeven.
Korte tijd later werd Juana Bormann opgesloten en door de Britse militairen verhoort. Tijdens het Bergen-Belsenproces dat werd gehouden tussen 17 september en 17 november 1945, werd Bormann aangeklaagd. Getuigen vertellen op het proces hoe Bormann haar Duitse herdershond tegen de hulpeloze gevangenen ophitste in de verschillende concentratiekampen waar zij werkzaam was.
Bormann hoorde de doodstraf over zich uitspreken en de Britse beul Albert Pierrepoint voltrok het vonnis op 13 december 1945 in Hameln. Dezelfde dag werden ook haar kompanen Irma Grese en Elisabeth Volkenrath opgehangen aan de galgen van Hameln.
Haar beul, Albert Pierrepoint (éen van de meest productieve gerechtsbeulen van de 20ste eeuw) noteerde later: Zij hinkte naar de corridor waar de galgen stonden opgesteld en zij zag er oud en uitgeput uit. Zij was 52 jaar oud en nauwelijks één meer vijftig groot. Ze beefde wanneer ze op het schavot werd gezet. In het Duits sprak ze haar laatste woorden: "Ik ben ook gevoelig." In zijn later gepubliceerde biografie schreef Pierrepoint, de beroemdste beul van Engeland: "Al de mannen en vrouwen die ik hun laatste ogenblik heb aangekeken, hebben me overtuigd dat wat ik ook heb gedaan, ik nooit maar één enkele moord heb kunnen verhinderen."
|
|
Laatst geupdate op ( Sunday 20 May 2007 )
|