headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Israël in het geweer (Jan P. de Graaf en Robbert Keegel)
The Story of Fascism; Gianni Ubaldo Canale; docu; 2008 ; 2 DVD's; speelduur 300 minuten; zw/wit
Sunday 20 July 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
De terreur van de SS-Aufseherinnen. Deel 2 PDF Afdrukken E-mail
Tuesday 05 April 2005
Artikel index
De terreur van de SS-Aufseherinnen. Deel 2
Elizabeth Volkenrath, Oberaufseherin in Birkenau
Johanna Bormann en haar honden
Margot Drexler van KZ Birkenau
Herta Bothe, de Sadiste van KZ Stuthof
Ilse Koch, de Heks van Buchenwald
Bronnen

 

 

 




SS-Aufseherinnen kort na hun arrestatie

Herta Bothe, de Sadiste van KZ Stuthof


Herta Bothe (Lange) werd geboren in Teterow Mecklenburg, (Voor-Pommeren in Duitsland) op 8 januari 1921. Tot haar 21ste werkte ze voor de hospitaalindustrie en geraakte dan aan een overheidsbaantje als onoffiële 'SS'-bediende. Omwille van haar speciale kwaliteiten werd ze goed bevonden om te worden opgeleid als kampbewaakster: Aufseherin. In september 1942 gaat ze naar KZ Ravensbrück, zoals zovele vrouwen het voor haar deden, om er vier weken intensieve training te krijgen voor haar toekomstige nieuwe baan.

Na haar opleiding wordt ze in september 1942 aangesteld als Aufseherin in het beruchte KZ Stuthof, dat zich op Pools gebied bevond aan de Oost-Pruisische grens, waar ze zal blijven tot juli 1944. Herta Bothe was één van de langste vrouwelijke kampbewaaksters, stevig gebouwd en sterk als een os. Zij was altijd kraaknet in een pas gestreken onberispelijk uniform. In tegenstelling tot de andere Aufseherinnen die meestal zwarte laarzen (Stiefeln) droegen, liep zij altijd elegant gekleed in nylonkousen en lage vrouwelijke standaardschoenen.

Net zoals de meeste Aufseherinnen was ze gewapend met een pistool, maar in plaats van de klassieke zweep, droeg zij altijd een houten stok bij zich waarmede ze vele vrouwelijke gevangenen ongenadig en tot bloedens toe afranselde. Als Aufseherin werd ze snel gevreesd en berucht om haar sadistische trekken. Zelf zal ze later beweren dat ze nooit een stok of pistool bij zich had. Ze beweerde integendeel dat ze enkel haar blote handen gebruikte om de gezichten van de gevangenen die de regels van het kamp niet volgden, met haar sterke armen en harde vuisten in elkaar sloeg. Hoedanook bewezen de getuigenissen op haar later proces het tegendeel.

Zij herinnerden zich duidelijk de vele wreedheden waarbij Herta wel degelijk wapens gebruikte. Zo was er een bepaald incident waarbij een 18-jarig meisje door Herta Bothe werd betrapt toen ze van honger aardappelschillen van de kampkeukens at. Bothe werd ervan beschuldigd van het meisje zwaar mishandeld te hebben en onder luid protest van de andere gevangenen riep Bothe het uit: "Ik sla ze tot ze sterft!"

Zij vermaakte zich uitstekend aan de afvalcontainers van de kampkeukens waar altijd wel een uitgehongerde gevangene wat probeerde te stelen en dan stond Herta Bothe klaar met het pistool in de hand om de zwakste neer te schieten.

Ondertussen hadden de nazi's in april 1943 nabij de stad Celle, KZ Bergen-Belsen opgericht, een concentratiekamp in Nieder-Sachsen. Officieel kreeg het nooit de status van concentratiekamp maar de tweede kampcommandant, SS-Hauptsturmführer Josef Kramer, transformeerde Bergen-Belsen spoedig tot een regulier concentratiekamp. SS-Aufseherin Herta Bothe was na KZ Stuthof overgeplaatst naar een bijkamp van Stuthof, gekend als Bromberg-Oost, totdat zij op 21 januari 1945 naar Belgen-Belsen werd overgeplaatst. Tot aan de bevrijding van het kamp op 15 april 1945 volbracht zij aldaar met 'veel vlijt en inzet' haar illustere 'taak'.

Na de oorlog werd Herta Bothe opgebracht en beschuldigd van oorlogsmisdaden. Op het beruchte Bergen-Belsen proces in Lüneburg verkeerde zij in de rechtbank in het gezelschap van andere illuster kampersoneel zoals de Aufseherinnen Irma Grese, Elisabeth Volkenrath, Herta Ehlert, Juanna Bormann en kampdokter Fritz Klein. Op het proces ontkende zij, net zoals alle andere Aufseherinnen, alle haar ten laste gelegde feiten.

Zij kwam er onverwacht vanaf met een vrij lichte straf: 10 jaar opsluiting. Daarvan zou ze er uiteindelijk maar zes uitzitten. Herta werd door de Britse bezetters vroegtijdig vrijgelaten als blijk van toegevendheid en Herta kwam op 22 december 1951 al vrij. Na haar vroege vrijlating, viel ze als oorlogsmisdadiger onder het speciale recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, dat een standaard recht is onder het Duitse recht. Herta Bothe, is thans 84 jaar oud en leeft nog steeds in Noord-Duitsland. Daarmee is zij de laatste nog bekende Aufseherin die in leven is.




Laatst geupdate op ( Sunday 20 May 2007 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje