|
De Einsatzgruppen en de Wilde Holocaust. Deel 1 |
|
|
|
|
Sunday 20 February 2005 |
|
Pagina 5 van 5  Het Dramatische Lot van de Joden in Litouwen
Toen de nazi's op 1 september 1939 Polen veroverden, vluchtten vele Poolse joden alle kanten op en duizenden kwamen terecht in de Baltische staten, waarvan vele duizenden Litouwen bereikten. Na de Duitse invasie van Rusland, het begin van Operatie Barbarossa op 22 juni 1941, vluchtten vele joden naar de Sovjetzijde en ongeveer 15.000 waren daar ook in geslaagd. Maar zelfs al voor de aankomst van de nazi's hadden de joden al veel te lijden gehad onder de vervolging door de Sovjets. Achter de frontlijn waren de Einsatzgruppen actief. Dat waren speciale opgeleide moordcommando's met het doel om verzetshaarden, partizanen aan te pakken maar vooral om de joden op te sporen en te vernietigen. Verantwoordelijke Einsatzgroep voor de Baltische staten was Einsatzgruppe A. In de Baltische staten richtten de Einsatzgruppe A bijzonder grote slachtpartijen aan. De eerste massamoord op joden vond al enkele dagen na het begin van de invasie aan. Op 24 juni hadden leden van de Sicherheitspolizei en mannen van een politie-eenheid uit Memel al 201 joden doodgeschoten.
Op 3 juli 1941 begon Einsatz Kommando 3, een onderdeel van Einsatzgruppe A, onder het bevel van SS-Standartenführer Karl Jäger met het ombrengen van de joden. Zij werden daarbij geholpen door Litouwse extreemnationalisten die met de nazi's heulden. Volgens een rapport van 18 juli waren er al 3300 slachtoffers gevallen, en in augustus was het dodental al snel opgelopen tot tien- tot twaalfduizend. Er speelden zich onbeschrijfelijke gruwelijke tonelen af. Geholpen door de Litouwse nationalisten kwam het tot wilde pogroms tegen de joden. Zij werden daar toe aangezet op een eerdere briefing van 19 juni 1941 voor de commandanten van de Einsatzgruppen, door Reinhard Heydrich. Zo werden in Kaunas joden één voor één doodgeknuppeld door een Litouwse enthousiaste nationalist, terwijl de omstanders stonden te juichen en in de handen klapten en de vrouwen hun kinderen omhooghielden om te kijken. Een ooggetuige zou later vertellen hoe op drie kwartier tijd zeker 40 tot 50 joden werden vermoord. Toen de slachtpartij voorbij was, klom de dader op de berg lijken en speelde het Litouwse volkslied op een accordeon. Toen de Wehrmacht-commandant, kolonel-generaal Ernst Busch, over de gruweldaden werd geïnformeerd, zei hij dat het een interne Litouwse kwestie was. Hij had niet de bevoegdheid om in te grijpen. Dergelijke zaken vielen volledig onder de verantwoordelijkheid van de Sicherheitspolizei.
Tegen het einde van augustus 1941 was de overgrote meerderheid van de joden op het platteland al uitgemoord. Vanaf september tot november 1941 werden de overlevende joden samengedreven in grote getto's, o.m. in Kovno, Vilna, Kaunas, Siauliai en Svencionys. Eind 1941 bleven er nog maar 40.000 joden meer over in gans Litouwen, opgesloten in de getto's en enkele werkkampen, zoals bvb in Heidekrug waar ongeveer 800 joden zaten opgesloten. SS-Colonel Jäger rapporteert op 1 december 1941 aan SS-Reichsführer Heinrich Himmler: "Vandaag, kan ik bevestigen dat ons doel, het oplossen van het Joodse probleem in Litouwen, door de Einsatzgruppen werd bereikt. In Litouwen zijn er geen joden meer, behalve een aantal joodse arbeiders en hun families." In 1943 worden de overlevenden van Heidekrug eerst naar Auschwitz gezonden maar direct daarop naar Warschau waar zij moesten helpen bij het opruimen van het getto. In de zomer en herfst van 1943 werden de getto's Vilna en Svencionys geliquideerd, en de werkkampen van Kovno en Siauliai werden omgevormd tot concentratiekampen. Ongeveer 15.000 joden werd naar de werkkampen in Letland en Estland gedeporteerd waar ze werkten tot ze stierven en ongeveer 5.000 joden, meestal ouderen, vrouwen en kinderen werden rechtstreeks naar de vernietigingskampen gezonden. In de tweede helft van 1943 en de eerste maanden van 1944, konden meer dan tweeduizend joden ontsnappen uit de getto's en de werkkampen. De helft van hen vervoegden de partizaneneenheden, en de rest van hen kon onderduiken in kloosters en private woningen van niet-joden. Kort voor de Duitsers zich in de zomer van 1944 moesten terugtrekken, transfereerden zij ongeveer 1 000 overlevende joden uit de getto's van Kovno en Siauliai naar Duitsland. Velen die zich daartegen verzetten werden vermoord. De terugtrekkende nazi's werden vergezeld van ontelbare Litouwse collaborateurs.
Volgens het rapport en de bijgevoegde kaart van SS-Brigade-Generaal Stahlecker van eind 1941 getiteld: "Aantal executies van joden verricht door Einsatzgruppe A" (zie foto) werden er in Litouwen 136 421 joden omgebracht, waarvan vele gevluchtte joden waren onder meer afkomstig uit Polen. Na de overgave van nazi-Duitsland in mei 1945 waren slechts een handvol van de Litouwse joden die naar Duitsland waren overgebracht nog in leven. Naar schatting overleefden slechts een 8.000 tal Litouwse joden de Holocaust. Ongeveer 10 procent van de joden die in 1941 in Litouwen woonden overleefden in Sovjetgebied. De originele rapporten en vertalingen, harde bewijzen over deze moordpartijen, die olv. Karl Jäger door het Einsatz Kommando 3 (EK3) werden uitgevoerd, kan je inkijken op deze website: The Jaeger Report: A Chronicle of Nazi Mass Murder: One Unit, One Area, Five Months - and 137,000 Victims Dit artikel wordt vervolgd in De Einsatzgruppen en de Wilde Holocaust. Deel 2. En de Bronnen van dit artikel vind je hier.
|
|
Laatst geupdate op ( Saturday 13 August 2005 )
|