|
Rudolf Hoss, kampcommandant van KZ-Auschwitz-Birkenau |
|
|
|
|
Tuesday 20 January 2004 |
|
Pagina 1 van 7

Rudolf Höss
Rudolf Höß (Hoss) werd op 25 november 1900 geboren in Baden-Baden in Baden-Württemberg (zw-Duitsland). Zijn vader was officier in het Duitse koloniale leger in zuidoost-Afrika (het huidige Tanzania), is streng religieus Katholiek en zag zijn zoon Rudolf graag priester worden.
Als de eerste wereldoorlog uitbreekt meldt Rudolf Höss zich vrijwillig voor de militaire dienst, ook al was hij er nog te jong voor en wordt voor zijn moed in de strijd onderscheiden met het IJzeren Kruis I en II. Tijdens WOI overlijden zijn beide ouders. Zijn vader in 1914 en zijn moeder in 1917. Na de oorlog keert hij terug naar Duitsland en wordt actief in het Freikorps in Oost-Pruisen en daarna in het Rossbach Freikorps in de Baltische staten. Freikorpsen waren paramilitaire organisaties en formaties die na de eerste wereldoorlog overal in het land ontstonden. Later zullen ze opgaan in de SA en de SS.
Höss neemt ook deel aan terroristische acties tegen de Franse bezettingsmacht in het Roergebied en in 1921 tegen de Polen in de strijd om Silesië. In november 1922 wordt Höss lid van de nazipartij en neemt in München deel aan een reünie van het Rossbach Freikorps.
In juni 1923 worden Höss alsook Martin Bormann (de latere privé-secretaris van de Führer) opgepakt in het Roergebied en in maart 1924 wordt Höss veroordeeld tot 10 jaar opsluiting, wegens het deelnemen met het Freikorps aan de moord op de Duitse leraar Walther Kadow die de proto-nazi martelaar Leo Schlageter had verraden aan de Franse bezetter. Bormann krijgt één jaar opsluiting als medeplichtige.
Over die tijd in de gevangenis schreef Höss in zijn 'Mémoires: "Daar werd ik gek. Uitgeput viel ik neer op het bed en viel in slaap, om korte tijd later weer wakker te worden badend in het zweet van mijn nachtmerries. In deze verwarde dromen, werd ik altijd opgejaagd en gedood, of viel van een rotswand naar beneden."
In 1928 verkrijgt Höss amnestie en hij wordt kort na zijn vrijlating lid van de Bund Artam (Artamanen Stichting). De Bund Artam werd omstreeks 1924 opgericht en telde ongeveer 2.000 leden. Het woord 'Artamanen' was een samentrekking van het Hoogduitse 'art' (Ackerbau=akkerbouw) en 'manen' (Männer=mannen). De Artamanen bezinnen zich over het Bloed & Bodem principe, zij propageren de arbeidsdienst in de landbouw en de verdrijving van 'volksvreemden'. Zij ijveren voor een nederzettingspolitiek en kolonisatie naar het Oosten toe dat zich bevond op het Poolse grondgebied.
In 1929 huwt Rudolf Höss met Hedwig (º1908-?) en ze zullen samen vijf kinderen krijgen, twee jongens en drie meisjes, het laatste kind werd geboren in 1944. In deze uitgesproken racistische organisatie zullen Höss en zijn echtgenote Hedwig, die eveneens lid was van de Artamanenbond, Heinrich Himmler leren kennen die één van de leiders was alsook Reichsbauernführer Richard Walther Darré. Het echtpaar Höss zet zich in voor de Vrijwillige Arbeitsdienst, die vooral als middel fungeert om nieuwe militanten te rekruteren voor de nazi-organisaties, voornamelijk voor de SS van Himmler. In feite worden de kiemen voor de SS-staat gelegd in de Bund Artam, en tegen 1933 zal die volledig opgaan in de NSDAP.
In 1933, op instructie van de nazipartij en locale landeigenaren, vormt Höss een SS-cavalerie eenheid die gestationeerd was in in het landgoed Sullentin in Pomerania (Pommeren). Op 31 januari 1933 grijpt Hitler de macht in Duitsland en neemt de macht en de invloed van Himmler en de SS aanzienlijk toe.
Op 30 maart 1933 maakt Himmler op een persconferentie de oprichting van het concentratiekamp Dachau bekend. Bericht in de Münchener Neuesten Nachrichten: "Een concentratiekamp voor politieke gevangenen bij Dachau. In dit kamp, met een capaciteit van 5.000 personen, zullen alle communisten en socialisten die de veiligheid van de staat in gevaar brengen, worden samengebracht." Op 26 juni treedt Theodor Eicke aan als de nieuwe SS-commandant van Dachau.
Op aanraden van Heinrich Himmler, treedt Höss in juni 1934 in actieve dienst van de SS. Van december 1934 tot mei 1938 is Höss werkzaam in de kampadministratie als Block- en Rapportführer van Dachau. Hij krijgt daar tevens zijn opleiding en training van kampcommandant Theodor Eicke (º17.10.1892-26.02.1943). In Dachau wordt hij voor het eerst geconfronteerd met het geweld wanneer een gevangene wordt afgeranseld: "Ik kreeg het er tegelijk helemaal warm en koud van... ik heb daar helemaal geen verklaring voor." In 1938 wordt Höss bevorderd tot SS-Hauptsturmführer en overgeplaatst naar het KZ Sachsenhausen nabij Berlijn.
|
|
Laatst geupdate op ( Saturday 12 January 2008 )
|