|
Rudolf Hoss, kampcommandant van KZ-Auschwitz-Birkenau |
|
|
|
|
Tuesday 20 January 2004 |
|
Pagina 6 van 7
Proces en Executie
Na de val van het Derde Rijk was Höss onder een andere naam, Franz Lang, ondergedoken. Höss werd opgepakt
en tijdelijk opgesloten in een krijgsgevangenenkamp. Na zijn vrijlating werd hij aan het werk gezet in de landbouw. Echter,
in het voorjaar van 1946 werd hij herkend en op 11 maart 1946 in de omgeving van Flensburg in Sleeswijk-Holstein ingerekend
door de Britse militaire politie [afbeelding rechts]. Hij werd op 13 en 14 maart 1946 voor het eerst verhoord door de Engelse Field Security Section,
verhoor dat ook in een procesverbaal werd vastgelegd.
Op 25 mei 1946 werd Höss door de Britten uitgeleverd aan Polen. Höss werd overgebracht naar Warschau en vandaar naar
Krakau waar het onderzoek naar zijn activiteiten tijdens de voorbije oorlog werd geopend. De Officier van Justitie van de Poolse Opperste Volksrechtbank, die speciaal was
ingesteld voor de berechting van oorlogsmisdadigers, diende meteen een aanklacht tegen hem in. Het zal evenwel nog tien maanden
duren vooraleer zijn proces in Warschau werd aangevat. Intussen was ook het grote Neurenberg proces begonnen en werd
Höss tijdens de maand april van 1946, tijdelijk overgebracht naar het Militair Tribunaal in Nürenberg om daar getuigenis
af te leggen ten laste van SS-Obergruppenführer Ernst Kaltenbrunner, de opvolger van Reinhard Heydrich, die
verantwoordelijk was voor de concentratiekampen in het Generalgouvernement (in het huidige Polen gelegen). In Nürenberg
stonden op dat ogenblik 22 kopstukken van het Duitse Rijk voor hun rechter waar zij verantwoording moesten afleggen voor
misdaden tegen de menselijkheid en het oorlogsrecht.
In Neurenberg moet Höss als getuige à décharge voor de hoofdbeklaagde Kaltenbrunner verschijnen en werd hij
midden mei door de Amerikaanse Officier van Justitie in verband met het zogeheten 'Pohlproces' en het 'I.G. Farbenproces'
verhoord. Na zijn getuigenis werd Höss teruggevoerd naar Krakau in afwachting van zijn proces. Tijdens zijn gevangenschap
in de gevangenis van Krakau, schreef Höss de omvangrijke aantekeningen alsmede zijn autobiografie, waarvan de belangrijkste
in dit boek werden gepubliceerd. Op zijn proces ontkent Höss elke schuld en verantwoordelijkheid voor de dood van miljoenen onschuldige mensen, en hield
hij tot het einde staande dat 'hij enkel bevelen heeft uitgevoerd'. Pas op 2 april 1947 velde de Poolse Opperste
Volksrechtbank het doodvonnis tegen Höss, dat veertien dagen later [in het kamp van Auschwitz op de plaats van de
misdaad zelf!] op 16 april 1947 door de strop werd voltrokken.
Het grote Auschwitz-proces werd later op het jaar gehouden in Krakau, van 24 november 1947 tot 22 december 1947.
Drieëntwintig van de beklaagden kregen de doodstraf. Onder hen kampcommandant Obersturmführer Arthur Liebhenschel
die Höss was opgevolgd, SS Unterscharführer Otto Möll en Dr Maria Mandel, het hoofd van het vrouwenkamp,
die vooral berucht zal blijven in haar aandeel op de moord op Mala Zimetbaum, een jonge jodin uit Antwerpen. Het overige
kamppersoneel werd veroordeeld tot wisselende gevangenisstraffen. De ter dood veroordeelden werden allen op 28 januari
1948 opgehangen in de Montelupich Gevangenis van Krakau. De stoffelijke resten van deze 23 misdadigers werden nadien
afgestaan aan het Anatomie-Instituut van de Universiteit van Krakau als studiemateriaal voor de studenten.
|
|
Laatst geupdate op ( Saturday 12 January 2008 )
|