headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Tussen hamer en aambeeld. Polen en zijn buren (Martin van den Heuvel)
Rosenstrasse; Margarethe Von Trotta; 2003; 1 DVD; speelduur 135 minuten; kleur
Monday 13 October 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Hitlers Paus. Deel 1: Het Vatikaan en de Joden. PDF Afdrukken E-mail
Friday 02 September 2005
Artikel index
Hitlers Paus. Deel 1: Het Vatikaan en de Joden.
Het Vatikaan en de Joden
De Spaanse Inquisitie
Bronnen


Het Vatikaan en de Joden

De ellende voor de joden begon al erg vroeg. Omstreeks 200 n.C. verbiedt de Romeinse Keizer Septimius Severus het Jodendom. Origenes laat meteen verstaan waar het om gaat: "Wij mogen er wel vertrouwen in hebben dat de Joden niet naar hun eerdere situatie terugkeren, want zij hebben de meest verschrikkelijke misdaden begaan, door een samenzwering te beginnen tegen de Redder van de menselijke ras. Daarom moest de stad waar Jezus leed wel worden verwoest, moest de Joodse natie uit haar land worden verdreven en moest een ander volk door God worden geroepen voor de gezegende uitverkiezing." Dat ander volk was... juist: de Christenen.

 
Tijdens het Concilie van Nicea (325 n.C.) worden Joodse bisschoppen voor het eerst niet uitgenodigd. Pesach wordt afgeschaft en Pasen wordt op een ander tijdstip ingesteld (eerste zondag van de lente) met de woorden: "Want het zou buiten elke maatstaf ongepast zijn als wij op het heiligste aller feesten de gewoonten van de Joden zouden volgen. Laten we niets gemeen hebben met dat afschuwelijke volk." Enkele jaren later verbied Constantinius, zoon van Keizer Constantijn, het gemengde huwelijk tussen Joden en Christenen en "Joden mogen geen Christen slaven houden". Paus Aurelius Augustinus van Hippo verklaart in 415 n.C.: "Het ware tegenbeeld van de Jood is Judas Iscarot, die de heer verkoopt voor zilver. De Joden zullen de Schrift nimmer kunnen begrijpen en zullen voor eeuwig de schuld dragen voor de dood van Jezus".

In 638 n.C. besluit de Raad van Toledo (in Spanje) dat alleen Katholieken in Spanje mogen wonen. Hierdoor werden Joden gedwongen Katholiek te worden, maar in het geheim bleven velen Jood. Zij worden ook wel spottend de Marranen genoemd, Joodse christenen die in het geheim het Jodendom bedreven (Marrano´s=zwijnen - joden mogen nochtans geen varkensvlees eten). Enkele eeuwen later in 807 n.Chr. dwingt Kalief Haroen Al Rashid de Joden om in aparte wijken te wonen, de zogenaamde Mellah's. Buiten deze gebieden moesten Joden, als herkenningsteken, een gele lap dragen. Omstreeks 850 n.C. worden in het oosten van de Islamitische wereld de Joden verplicht een gele hoed of een gele lap op hun kleding dragen. Hitler zal daar later gretig op inpikken. Deze kledingscode wordt merendeels in het gehele Islamitische wereld overgenomen, gevolgd door de Christelijke wereld.
 
In 1021 n.C. wordt Rome op Goede Vrijdag door een aardbeving getroffen. De Joden krijgen andermaal de schuld. Men beweert dat de Joden een spijker door een hostie hebben geslagen. Deze leugen van heiligschennis zal groepen Joden het leven kosten nadat ze eerst worden gemarteld en na het bekennen op de brandstapel worden gegooid. De jaren daarop volgden pogroms in verschillende steden, soms als gevolg van dit bekende lasterverhaal dat Joden de hostie zouden hebben gestolen uit een kerk om die d.m.v. een spijker te ontheiligen. Het ´ontheiligen´ van de hostie wordt in de komende eeuwen in heel Europa het excuus om duizenden Joden van kant te maken.

In 1095 n.C. roept Paus Urbanus II op tot de Eerste Kruistocht. Vele vrijwilligers meldden zich aan en vermoordden op hun weg naar Palestina alleen in Frankrijk al zo'n 12.000 joden. Tot 1291 worden door de Kruisvaarders tienduizenden joden en moslims vermoord. Joden worden de synagoge ingedreven om levend verbrand te worden. In 1146 n.C. in Norwich (Groot-Brittannië) wordt een jood ervan beschuldigd een christelijk kind te hebben gedood en het bloed gedronken te hebben. In 1168 herhaalt deze geschiedenis zich maar dan in Gloucester en in 1192 in Winchester. Dit duivels sprookje van het Bloedritueel verspreidt zich snel over Europa. Veel later zal ook de nazi Julius Streicher (de man die de Duitsers de joden leerde haten) in zijn propagandeblad Der Sturmer opnieuw dat boosaardige sprookje met succes blijven verbreiden.

Tijdens het pontificaat van Paus Alexander III wordt in 1179 n.C., n.a.v. het 3e Lateraanse Concilie, door de Paus afgekondigd dat de Joden geen christelijk personeel mogen hebben en dat het getuigenis van een Christen tegen een Jood altijd geldig is. Daarnaast wordt de Christenen verboden rente van elkaar te vragen n.a.v. teksten in het Oude Testament (Deut.23:19 en 20). Vandaar dat de geldhandelnoodgedwongen  aan de joden werd overgelaten. Zij hadden zich dra een monopoliepostitie verschaft op kredietverstrekking, een feit wat uiteraard tot kwaad bloed zette bij de christenen en andermaal het onvermijdelijke geweld zal uitlokken.
 
In 1215 n.C. n.a.v. het 4e Lateraanse Concilie onder Paus Innocentius III, gebiedt de Paus dat de Joden zich aan een kledingcode moeten houden om zich van de christenen te onderscheiden. Dit Concilie zegt tevens dat Joden niet aan de universiteiten mogen studeren, uit hun publieke functies dienen ontheven, dat Joden geen zaken mogen doen met Christenen die zich niet aan de regels van de kerk houden èn ook dat een tot het christendom ´bekeerde Jood´ onder geen beding geen enkele Joodse rite meer mag uitvoeren.

Als het u allemaal al bekend mag voorkomen ook nog even dit: in 1239 n. C. laat Paus Gregorius IX de koningen en bisschoppen van Frankrijk, Engeland, Spanje en Portugal weten dat alle Hebreeuwse boeken in beslag moeten worden genomen, "...omdat de Joden halsstarrig in hun verraderlijke theorieën blijven zitten die men uit die boeken leert". De ganse 13de eeuw wordt gekenmerkt door de ene slachting op joden na de andere. Vooral Duitsland laat zich hierin opmerken. In 1298 n.C. slachtte de Duitse ridder Rindfleisch (Der Judenschlächter), n.a.v. de weer opgelaaide hostie-mythe, in 146 Duitse steden in Midden- en Zuid Duitsland en in Oostenrijk ruim 100.000 joden uit.

In de 14de eeuw (tussen 1347 en 1350) breekt in Europa de Zwarte Pest uit. De schuldigen moeten andermaal niet ver gezocht worden: de joden zouden de waterbronnen hebben vergiftigd. Dat later wetenschappelijk onderzoek aantoonde dat het ongedierte dat de pest veroorzaakte werd verspreid door specifieke vlooien die werden meegedragen door bruine ratten die zich met miljoenen ophielden in dichtbevolkte gebieden, mocht de joden niet baten. Bovendien werden joden in mindere mate getroffen door de pest doordat ze zich (verplicht) in gesloten gemeenschap ophielden, wat hen extra verdacht maakte.
 
 Het is onmogelijk in te schatten hoeveel joden tijdens de periode van de Zwarte Dood (Black Plague) werden vermoord, maar het gaat om vele tienduizenden en dat over gans Europa waar de pest woedde.



Laatst geupdate op ( Thursday 19 June 2008 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje