|
De Vervolging van de Joden in België, en de rol van de collaboratie |
|
|
|
|
Monday 22 December 2003 |
|
Pagina 5 van 7
De Deportatie kan beginnen
In juni 1942 liet de Duitse militaire opperbevelhebber in België aan Berlijn dan ook weten dat hij de joodse wetgeving als af ziet en dat verdere maatregelen door het Reich moesten worden genomen. De deportatie kon beginnen.
Opvallend is de voorzichtige manier waarop de bezetter te werk is gegaan. De impact van iedere maatregel op de Belgische overheden en de publieke opinie wordt telkens gewikt en gewogen. Zo kwam het nog niet tot fysiek geweld, arrestatie en deportatie. De bezetter vreesde dat een verharding de samenwerking met de Belgische administratie zou hypothekeren en de afkeuring van de bevolking zou teweegbrengen. De maatregelen waren dan ook in een eerste fase enkel en alleen maar gericht op de discriminatie van de joden. De anti-joodse pogrom in Antwerpen op 14 april 1941 moèst de uitzondering op de regel blijven.
Op 11 juni 1942 wordt op een vergadering in Berlijn, waar SS'r Adolf Eichmann aan deelneemt, beslist om een aanvang te maken met de 'evacuatie' (een eufemistische term voor 'deporteren') van de joden uit Nederland, België en Frankrijk. België moet het eerste jaar 20.000 joden 'leveren'. Men wilde de joden niet verontrusten en de zaken ordelijk laten verlopen. In Mechelen wordt in juli 1942 de Dossin-kazerne ingericht die moet fungeren als verzamelplaats en doorvoerkamp van de joden van België.
De leiding van de deportaties uit België komt in handen van SS-luitenant Kurt Assche. Kurt Assche, referent Joodse Zaken en de verlengde arm van Adolf Eichmann in België op 23 oktober 1942: "De evacuatie betreft alle joden in België en geen van hen zal naar het land terugkeren."
De Vereniging van joden van België krijgt de opdracht een oproepingsbevel te verdelen. Daarin staat gestipuleerd dat het om een verplichte tewerkstelling in het buitenland gaat. Op 13 juni worden 2.252 arbeiders tussen 16 en 40 jaar naar Noord-Frankrijk gestuurd om daar aan de constructie van de Atlantikwall (Atlantische verdedigingsmuur) te werken. De Antwerpse joodse gemeenschap levert hiervan het gros aan arbeiders maar velen zullen later via Franse of Belgische kampen toch in de vernietigingskampen terechtkomen.
De eerste drie weken melden drieduizend niet-Belgische joden zich vrijwillig aan. Maar de argwaan groeit wanneer ook kinderen 'verplicht tewerkgesteld' worden. 6.000 joden gehoorzamen niet en blijven thuis. Ook de koningin-moeder en de kardinaal manifesteren zich en tekenen protest aan bij de bezetter tegen de verplichte deportaties. Zonder succes evenwel. De deportaties gaan gewoon verder.
De nazi's worden verplicht razzia's (3 in Antwerpen, 1 in Brussel) uit te voeren om de transporten vol te krijgen. Mensen worden willekeurig van straat geplukt of uit hun huis gehaald. Iedere razzia brengt ongeveer 1.000 joden naar Mechelen. Later volgen nog kleinere razzia's. De razzia's zijn gewelddadig. Deuren worden ingetrapt, mensen uit hun bed gesleurd. Enkelen sterven onderweg naar Mechelen al.
Vele joden duiken nu onder. Het verzet organiseert zich. In de schoot van het Onafhankelijkheidsfront wordt het Joods Verdedigingscomité opgericht. Meer dan 3.000 kinderen worden in ongeveer 160 instellingen van allerlei politieke en religieuze signatuur verborgen. De gewapende partizanen van het Onafhankelijkheidsfront plegen overvallen om aan geld en papieren te geraken.
Op 25 juli ´42 voert een detachement van de joodse compagnie van het Corps Mobile van de Gewapende Partizanen van het Onafhankelijkheidsfront (OF) een gewaagde actie uit. Zij breken binnen in de kantoren van de Vereniging van Joden in België (VJB), en verbranden de steekkaartenbak bestemd voor de dienst van verplichte tewerkstelling van joden. De actie is tevergeefs want de SS beschikt over een kopij.
Op 4 augustus 1942 verlaat het eerste konvooi Mechelen richting Auschwitz. 14% onder hen zijn kinderen. De Antwerpse krant van het VNV, Volk en Staat van Staf de Clercq, waarvan het kantoor gevestigd was in de Somerstraat, middenin de joodse wijk, meldde cynisch op 13 augustus: "De zuiveringsmaatregelen tegen de joden volgen mekaar sterker op en worden met de dag strenger toegepast. Het schijnt zo dat we stilaan rondom onze redactiekantoren weer ruimer zullen kunnen ademhalen en nu er week na week huizen en appartementen in de buurt leegkomen kunnen we tenminste eens rustig van huis naar kantoor en van kantoor naar huis wandelen."
In Antwerpen vinden opeenvolgende nachtelijke razzia's plaats. Op 15-16 augustus, van 28 op 29 augustus en van 11 op 12 september. Ook in het Brusselse vinden nachtelijke razia's plaats. Tussen 15 augustus en 31 oktober 1942 worden aldus 13.624 joden gedeporteerd. Bij aankomst in Auschwitz worden van het vierde transport 82% van de gedeporteerden onmiddellijk vergast.
De Deportaties gaan gewoon verder
Op 29 augustus ´42 wordt door een detachement van de joodse compagnie van het Corps Mobile van de partizanen, de leider van de dienst tewerkstelling van de joden neergeschoten. In de nacht van 3 op 4 september worden 700 joden tijdens een nachtelijke razzia rond het Brusselse Zuidstation gearresteerd. Zij vervoegen Konvooi VIII van 8 september. Een week later wordt in de schoot van het Onafhankelijkheidsfront het Joods Verdedigingscomité opgericht.
Op 31 oktober vertrekken de Konvooien XVI en XVII. In het totaal werden in 1942 16.621 joden gedeporteerd, en geen 20.000 zoals de SS voorzien had. Daarom werden nog 2.252 verplicht tewerkgestelden aan de Atlantische Muur via Mechelen naar Auschwitz gedeporteerd. Het militair bestuur van België verwittigt op 31 december ´42 Berlijn dat 'de joden in het land zich zodanig verbergen dat het zeer moeilijk zal zijn de planning van de deportatie aan te houden'.
In de nacht van 19 op 20 april 1943 wordt het XXe konvooi, met aan boord 1600 mensen, tussen Wespelaar en Boortmeerbeek aangevallen door drie jonge mensen. Van de 1.621 gedeporteerden ontsnappen er 261 tijdens de reis op Belgisch grondgebied: 26 worden neergeschoten of sterven aan verwondingen opgelopen bij het springen van de trein; 17 ontsnappen tussen Boortmeerbeek en Wespelaar dankzij een stoutmoedige reddingsactie van 3 jongemannen, van wie één jood. Zij verplichten de trein te stoppen en slagen erin, ondanks het mitrailleren door de bewakers, één wagon te openen. Dit is de enige bekende poging in Europa om een jodentransport tot staan te brengen.
De laatste twee jaren van de bezetting gaan de deportaties gewoon door. Tientallen joden worden nog dagelijks opgepakt en naar de Dossin-kazerne gebracht. Ook joden met de Belgische nationaliteit, die tot dan van de bezetter een 'voorkeursbehandeling' hadden gekregen, worden nu gedeporteerd. 'Unser Kampf', een sluikblad uit Charleroi, publiceert in juni ´43 het verslag van twee vluchtelingen uit een werkkamp in Silezië. Zij brengen het bericht van de gebeurtenissen in Auschwitz 'waar men joden levend verbrand'.
In de nacht van 3 op 4 september 1943 vinden nachtelijke razzia´s in Brussel en Antwerpen. Onder de codenaam 'Iltis' worden 975 joden van Belgische nationaliteit, die nog steeds op hun wettig adres woonden aangehouden. De Vlaamse SS uit Antwerpen neemt hier andermaal enthousiast aan deel: voor elke Duitse SS'r staan er twee Vlaamse SS´ers hem gretig bij. Negen van de gedeporteerden stikken tijdens het transport in de vrachtwagen die hen van Antwerpen naar Mechelen voert, 34 bewustelozen moeten worden gehospitaliseerd.
Op 15 januari 1944 vertrekt het zogeheten 'zigeunerkonvooi' met aan boord 351 zigeuners die recht naar Auschwitz gedeporteerd worden. Van hen zullen er slechts 13 de gruwelen overleven. Op 13 juli 1944 vertrekt het laatste Konvooi. En op 24 september 1944 wordt Mechelen eindelijk bevrijd door de geallieerde strijdkrachten.
|
|
Laatst geupdate op ( Sunday 20 July 2008 )
|