
Al begin jaren dertig werd in Duitsland gewerkt aan de ontwikkeling van een supersonisch wapen de A-4 of V-2 zoals ze later hernoemd werd. Aanvankelijk bestond er slechts matige interesse bij de legertop, waardoor er maar weinig financiële middelen vrijkwamen en tevens had het project met vele mislukkingen te kampen.
Het project stond olv Hauptmann (kapitein) Walter Dörnberger (06.10.1895-27.06.1980) die het later nog tot generaal zal brengen. Hij slaagt erin om vanaf 1 oktober 1932 de jonge talentvolle Dr. Wernher von Braun (23.12.1912-16.06.1977) bij zich te krijgen in de technische werkplaatsen in Kummersdorf. Tussen 1932 en 1936 slaagde Dörnberger er zich te omringen met een 60-tal van de beste technici en raketspecialisten. De werkplaatsen waren echter te klein geworden voor de vele proeven en in de lente van 1937 verhuisde de groep naar Peenemünde.

Datzelfde jaar volgden vanaf september de eerste proeflanceringen plaats. De eerste succesvolle lancering van de A-4 (V-2) vond plaats op 3 oktober 1942 te Pommeren. Onmiddellijk raakte de legertop geïnteresseerd en Hitler benoemde een speciaal V-2 productiecomité olv generaal Degenkolb. De geleerden en technici in Peenemünde kregen meer geld, meer personeel en betere faciliteiten en de productie van de V-2's werd verhoogd.
De A-4 had het enorme voordeel dat het een snelheid haalde van ±5.500 km/uur. Bovendien volgde de raket een traject waardoor het niet te onderscheppen viel: de A-4 werd verticaal gelanceerd, maakte een grote boog tot buiten de atmosfeer en vloog dan recht naar beneden op zijn doel af. Zijn snelheid was ook één van zijn gebreken, want soms het gebeurde het dat de raket zich al volledig in de grond had geboord vooraleer de lading kon exploderen.
Wanneer de minister van bewapening Albert Speer een demonstratie bijwoont van de A-4, is hij bijzonder onder de indruk en kan hij Hitler ervan overtuigen om dit supersonisch wapen in serie productie te brengen. Vanaf het begin van 1943 krijgt Peenemünde onbegrensde financiële steun en middelen toegewezen. Voor de productie van de A-4 (V-2) wordt in Friedrichshafen een reusachtige fabriekshal gebouwd.
Al van bij de eerste successen die werden behaald begon er de discussie over de verantwoordelijkheid van de A-4. De raket werd als wapen beschouwd, als een grote granaat die geen kanon nodig had en technisch gesproken bij de wapenuitrusting van het leger berustte. Die gedachte beviel de Duitse luchtmacht niet. Volgens hen betrof het een luchtwapen en behoorde de A-4 onder bevoegdheid van de minister van de Luftwaffe te komen. De discussie leidde al gauw tot een nieuw eigen product van de Luftwaffe: de Fi-103, later V-1 genoemd.