
De Fi-103 was de eerste operationele kruisraket ontwikkeld voor de Duitse Luftwaffe. De oorspronkelijke naam Fi-103 van het Ministerie voor Luchtvaart, was genoemd naar de Fieseler Fabriek. Later zal het nog verscheidene andere namen krijgen zoals 'Kirshkern' (kersepit) en 'Flakzielgerät' (FZG 76)
Als basis diende de Schmidtrohr motor, naar haar uitvinder genoemd Prof. Paul Schmidt uit München. Die motor werd verder ontwikkeld in de Argusmotoren fabriek. Het vliegtuigje zelf werd ontworpen door Robert Lusser van de Fieseler vliegtuigfabrieken.
Vanaf juni 1941 wordt het sein op groen gegeven voor de verdere ontwikkeling en massale productie van de Fi -03. Het vliegtuigje zat eenvoudig in elkaar en was erg goedkoop en met weinig manuren in elkaar te steken. Hij kostte tussen de 1.500 en de 10.000 DM en zou maar ±550 manuren arbeid vergen. Het vloog op simpele brandstof waar de legertrucks ook mee reden.
Vanaf de zomer van 1942 verhuisde de productie van de Fi-103 naar Peenemünde waar ook de A-4 (V-2) werd uitgetest. Dit ondanks de onderlinge wedijver die het Heeresleger en de Luftwaffe onder elkaar uitvochten om de beste onbemande vliegende bom te maken.
Het vliegtuigje met de korte vleugeltjes was nauwelijks 7 ½ meter lang en was nagenoeg helemaal van staaldraad en hout gemaakt. De bom werd meestal op wieltjes gezet en werd vanop een schuine startbaan van zowat 40 meter lengte de lucht ingeslingerd (zie foto rechts), maar de Fi-103 kon ook door speciaal daartoe omgebouwde Heinkel-111 vliegtuigen in de lucht worden gelost.

Het geleidingssysteem stak vrij primitief in elkaar en de Fi-103 had een Askania-gyroscoop met magnetisch kompas voor de richting en de stabilisatie en de neus had een kleine schroef die werd aangedreven door de voortgang van de bom. De hoogte werd gecontroleerd door een doosbarometer die het vliegtuigje in evenwicht hield boven de 1.000 meter. Op een van tevoren bepaalde afstand werd de brandstoftoevoer automatisch afgesloten. Op het ogenblik waarop het toestel verondersteld werd boven zijn doel te hangen, viel de motor uit en stortte het vliegtuigje naar beneden.
Met deze primitieve technologie was het allemaal erg onnauwkeurig. Als het projectiel boven Londen diende te ontploffen, kon het in de praktijk er vele kilometers naast zitten en over heel zuidoost Engeland neerkomen. Bovendien weigerde ongeveer 25% van de Fi-103 te werken of viel korte tijd later uit, wat het projectiel vrij onbetrouwbaar maakte.
Ondanks de primitieve constructie bleek het toch een uitermate gevaarlijk en effectief wapen. Alleen al in Engeland maakte de Fi-103 ongeveer 6.200 slachtoffers en 18.000 gewonden en enorm veel materiële schade. Door zijn relatief lage snelheid kon het dra gevolgd worden door een aantal vliegtuigen en de luchtafweer. Ook werden er velen neergehaald door de Spitfires, de beroemde Engelse gevechtsvliegtuigen, die kort naast de V-1 vlogen en even met hun vleugel het projectiel aanraakten en aldus lieten kantelen, of het gewoon neerschoten. In totaal werden zo'n 10.500 Fi-103 (V-1) afgevuurd op Engeland waarvan er uiteindelijk 2.400 Londen troffen.