
Nadat op 6 juli 1944 de geallieerden geland zijn in Normandië aan de Franse kust, wordt door het Duitse hoofdkwartier in Berlijn beslist om zowel het leger als de luchtmacht tevreden te stellen en tegelijkertijd beide wapens in de strijd te gooien. Nazi-propagandaleider Dr. J. Goebbels herdoopt beide projectielen om naar V-1 (Fi-103) en V-2 (A-4) met de V van Vergeltungswaffe (Wapen van de Wraak). Wanneer na enkele maanden Frankrijk onder de voet wordt gelopen door de geallieerden wordt ook België het volgende doelwit voor de V-wapens.
Op 4 september 1944 wordt Antwerpen bevrijd door de Engelse Cromwelltanks, werd er nog tot 23 september verwoed strijd geleverd aan de Kruisschanssluis met een compagnie Duitse soldaten die de belangrijkste toegangspoort van de haven wilde vernietigen. Gelukkig werden de Duitsers verjaagd en werd de haven gevrijwaard. Maar de strijd om Antwerpen zou in werkelijkheid nog zes maanden langer aanslepen.
Op bevel van Hitler diende Antwerpen met de grond gelijk gemaakt te worden om te beletten dat via de Schelde en de haven van Antwerpen, brandstof, wapens en munitie voor de steeds verder oprukkende geallieerde legers konden aangevoerd worden. Met alle macht moest verhinderd worden dat Antwerpen een ravitailleringhaven zou worden.

Na de eerste bominslag van een V-2 op 7 oktober 1944 te Brasschaat, sloeg al op 11 oktober een V-1 in te Mortsel. Op 13 oktober 1944 trof de eerste 'vliegende bom' Antwerpen. De V-2 sloeg in aan het Museum van Schone Kunsten, en doodde 22 mensen en 45 anderen werden zwaar tot levensgevaarlijk gewond. Vijftien huizen werden volledig in puin gelegd, 108 andere woningen werden beschadigd en van 450 woningen in de omgeving werden als gevolg van de luchtdruk alle ruiten kapot geblazen.
Ook het Museum zelf had veel schade geleden. Al de glazen koepeldaken werden weggeslagen en de meeste zolderingen en kroonlijsten donderden naar beneden. Op dat ogenblik werd de grote tentoonstelling Moderne Belgische Kunst opgebouwd en vele werken werden zwaar beschadigd. Dezelfde dag nog sloeg een V-1 in op het Stedelijk Slachthuis aan de Lange Lobroekstraat dat daardoor volledig vernield werd en veertien doden en vijftien gewonden maakte.

In de kranten kon men nagenoeg niks vernemen over de bominslagen omdat het verboden was aantallen slachtoffers en/of materiële schade te vermelden omdat anders de Duitsers van die informatie gebruik konden maken. De Amerikanen en de Engelsen stelden die 13de oktober onmiddellijk vijf bataljons met luchtafweergeschut op. Maar die zouden wel de V-1's kunnen neerhalen maar helemaal onmogelijk werd het om de supersonische V-2 te treffen. Alleen als men de explosie hoorde wist men dat die ingeslagen was.
Daar de eerste dagen van de 'vliegende bommen' -terreur nauwelijks 26% van de projectielen tijdig konden neergehaald worden, werd de hulp ingeroepen van de Amerikaanse brigadegeneraal Clare Armstrong. Op 1 november 1944, toen er al 60 V-bommen waren ingeslagen op de stad en al 270 dodelijke slachtoffers had gemaakt, kwam generaal Armstrong de stedelijke defensie uitbouwen. Onder zijn leiding werd het 'Anti Flying Bomb Commando Antwerp X' gevormd. Britse en Poolse Bataljons, tientallen schijnwerpers en 556 kanonnen werden overal in de stad maar ook daarbuiten opgesteld om de V-bommen te onderscheppen.
Opmerkelijk: De meeste V-1 tuigen werden afgevuurd vanuit de Duitse streek Trier-Koblenz door het 155ste Flakregiment dat onder het bevel stond van kolonel Max Wachtel. Die had in Antwerpen zijn liefje moeten achterlaten. Na de oorlog trouwden zij en het echtpaar Wachtel-De Goy zou nadien nog jaarlijks hun vakantie doorbrengen in de stad.
Op 28 november 1944 ontplofte een V-1 op het kruispunt Simonsstraat-Mercatorstraat met de Plantin-Moretuslei. Elf mensen werden op slag gedood. Onder de dodelijke slachtoffers bevond zich één van Vlaand´rens beroemdste schrijvers van die tijd Lode Zielens (13.01.1901-28.11.1944). Hij zal voor altijd bekend blijven door zijn boeken 'Moeder, waarom leven wij?'(1932), 'Het duistere bloed'(1930) en 'Menschen zoals wij' (postuum uitgebracht in 1946).