
16 december 1944 zal ingaan als de Zwartste Dag tijdens de 'vliegende bommen'-campagne van de nazi's. Op die dag draaide in Cinema Rex op de Keyserlei te Antwerpen, de gloednieuwe Amerikaanse westernfilm Buffalo Bill, met Maureen O'Hara, Joel McCrea en Anthony Quinn in de hoofdrollen. Omstreeks 15u20, wanneer de zaal stampvol gepakt in volle spanning toekeek hoe Buffalo Bill aan een boom werd gekneveld en Indianen een krijgsdans uitvoerden, sloeg in een bliksemflits en met een daverende klap een V-2 bom op de cinema in.
Door de hevige klap kwam de betonnen plafonnering op de toeschouwers naar beneden. Tegelijk ontplofte ook de stookketel van de verwarming waardoor de onder het puin geklemde slachtoffers verbrand werden. De chaos was compleet en de tol bijzonder hoog. Vijfhonderd zevenzestig (567!) lijken werden geborgen, waaronder 296 militairen. Nog eens 291 mensen werden licht tot zeer zwaar gewond waaronder 194 militairen.
De materiële schade was enorm. Meer dan 130 omliggende huizen werden beschadigd waaronder Ciné Scala, het vroegere hotel Beaulieu en ook in de Koninklijke Vlaamse Opera was brand ontstaan in de foyer. De ontreddering in de stad was kompleet. Bovendien bleef het V-bommen regenen en inslagen. Op nauwelijks vier dagen tijd werden in het totaal 757 doden geteld. Zes dagen lang, 24/24 uur werd er naar slachtoffers gezocht en puin geruimd.

Door de bijzonder zware tol die de V-bom op Ciné Rex had geëist, en om te voorkomen dat in de toekomst nog eens één bom zo'n groot aantal slachtoffers zou maken, besloot burgemeester Camille Huysmans vanaf dan alle publieke evenementen te verbieden en liet meteen alle filmzalen, opera, schouwburgen en theaters voor onbepaalde sluiten. Eveneens verbood het schepencollege alle danspartijen, sportmanifestaties en bijeenkomsten van meer dan 50 personen. Het ontspanningsleven in de stad viel helemaal stil na de ramp in Ciné Rex.
Vele inwoners van de stad en randgemeenten waren reeds naar het platteland gevlucht, en na de ramp van 16 december scheerde de stadsvlucht hoge toppen. Bovendien was op die dag het von Rundstedt-offensief begonnen in de Ardennen, dat aanvankelijk gunstig verliep voor de Duitsers, waardoor de sinjoren een nieuwe bezetting van Antwerpen door de Duitsers begonnen te vrezen.
Het aantal lanceringen van V-bommen werd tegelijk verhoogd. Alleen al op 21 december werden er tegelijk 80 V-1 bommen afgeschoten op de stad waarvan er dertien doel troffen. Het Adolf Stappaertsziekenhuis aan de Albert Grisarstraat werd helemaal in puin gelegd en zestien mensen lieten het leven. Op 2 januari 1945 sloeg een V-1 bom in op de Vrijdagmarkt, dat in die tijd één van de schilderachtigste pleintjes van de stad was. Eeuwenoude huizen werden totaal verwoest en 29 mensen verloren daarbij het leven.
Nog tientallen keren zal Antwerpen worden geraakt door de V-bommen. De allerlaatste V-2 bom ontplofte op 27 maart 1945 op de Antwerpsesteenweg te Mortsel; balans 23 doden en 62 gewonden, en de laatste V-1 ontplofte op 30 maart 1945 op de Liersesteenweg te Ranst, gelukkig zonder slachtoffers te maken.