Louis Van Brussel (1918-2001) werd geboren op het einde van de eerste wereldoorlog in oktober 1918 te Kessel-Lo. Zes weken na zijn geboorte
sterft in november 1918 zijn moeder. Louis groeit op in de Leuvense arbeiderswijk en wordt op elfjarige
leeftijd lid van de Socialistische Turnkring. Twee jaar later in 1931 wordt hij actief bij de Rode Valken, de jeugdbeweging voor
jongeren tot 15 jaar, die door de B.W.P. (Belgische Werklieden Partij, een vroege voorloper van de huidige socialistische partij
SP.a), die eind jaren twintig van de vorige eeuw werd opgericht. Louis blijft er bestuurslid tot aan zijn militaire dienst. Hij
volgt intussen lager middelbaar onderwijs aan het Atheneum en nadien aan de Technische school alwaar hij zijn diploma
behaalt van electricien-mecanicien. Louis is ook actief in de Leuvense Atletiek Club waar hij een uitstekend loper blijkt.
Begin jaren dertig maakt de Vlaamse Beweging een stevige bocht naar rechts. In Vlaanderen en Wallonië ontstaan een aantal
extreemrechtse fascistische groepen en partijen zoals Verdinaso (1931) van Joris Van Severen, het VNV (1933) van Staf de Clercq,
het Légion National/Nationaal Legioen van Paul Hoornaert, REX (1934) van Léon Degrelle om maar de belangrijkste te noemen.
Allen organiseren hun eigen ordediensten, richten paramilitaire gewapende en geuniformeerde milities op, afgekeken van de Italiaanse
en Duitse milities. De meesten van hen kregen, uiteraard in het grootste geheim, handenvol geld en andere materiële steun,
vanuit Hitler's Duitsland en/of Mussolini's Italië.
Ter linkerzijde organiseert de arbeidersklasse zich op haar beurt in ondermeer de Anti Oorlogsliga
(kortweg Liga genoemd), opgericht door Frans Liebaers, Maurits Naessens en Franz Tielemans. De jeugd
verenigde zich in de Socialistische Jonge Wachten (S.J.W.) onder leiding van Jef Nobels. Tegen
1934 zal de SJW meer dan 25.000 leden tellen. Intussen werd in 1926 werd overgegaan tot de oprichting van een para-militaire formatie de Militie Arbeiders Verweer (M.A.V.)
waarvan de vader van Louis commandant was voor Groot-Leuven. De communistische partij stond vrij zwak in het Leuvense en
organiseerde zich in het Rode Front.
Rode Valker Louis Van Brussel en zijn kameraden wilden eveneens hun mannetje staan en drongen er bij de M.A.V.
net zolang op aan tot er een jeugdafdeling werd opgericht. Het is hier dat hij voor het eerst een para-militaire training in
zaal- en straatgevechten krijgt, in het hanteren van revolver en geweer, het werpen van handgranaten, het dekking zoeken, graven
van schuilplaatsen en andere dingen meer die hem later bij de Gewapende Partizanen onschatbare diensten zal bewijzen. Vanaf dan
zal Louis altijd gewapend met een revolver op zijn hoede blijven.
Aldus worden de jaren dertig in België het toneel van manifestaties, betogingen en meetings waarbij straatmilities van allerlei
strekking (van extreemlinks tot extreemrechts) elkaar wekelijks en soms bijna dagelijks fysiek te lijf gingen. De ene 'zaalslag' volgt
na de andere. Vooral de Dinaso-milities werden het meest gevreesd. Zij hadden een soort commando-opleiding gekregen en waren
erg vastberaden en tuchtvol. Zij vereerden hun leider, de charismatische Joris Van Severen, als een afgod. Van Severen was een
soldateske figuur die graag in uniform paradeerde en veel succes bij de vrouwen had.
In tegenstelling tot het VNV van Staf de Clercq, was het Verdinaso geen partij maar een anti-parlementaire beweging die het
vooral van haar Dinaso-militie moest hebben. Ook het VNV had een eigen militie, de Grijze Brigade. Nadat de nazi's België bezetten,
zullen al deze vooroorlogse extreemrechtse milities onder dwang van het Duitse Militaire bestuur (Militärverwaltung) verplicht
samensmelten tot de DM/ZB (Zwarte Brigade). Hetzelfde gebeurde in Wallonië waar de Rex-milities alle andere Franstalige milities
opslokte.