headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
De zaak Daens. Een priester tussen Kerk en christen-democratie (Frans-Jos Verdoodt)
Israel's War History; prod. Sharon Schaveet; docu. 2007; 1 DVD; 120 minuten; engels; zw/w & kl.
Tuesday 06 January 2009
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Hugo Van Minnebruggen's Facebook profiel

Joods Actueel


Hitlers Paus. Deel 2: Eugenio Pacelli nuntius in Berlijn PDF Afdrukken E-mail
Saturday 24 September 2005
Artikel index
Hitlers Paus. Deel 2: Eugenio Pacelli nuntius in Berlijn
Eugenio Pacelli
Pauselijke nuntius in Munchen
Het Rijksconcordaat
Bronnen


Pauselijke nuntius in Munchen
 
Op 25 mei 1917 arriveerde bisschop Eugenio Pacelli als pauselijke nuntius in Munchen, de hoofdstand van Beieren. De nuntiatuur was pal gelegen tegenover een woning dat later bekend zal raken als 'Das Braune Haus', wanneer de nazi's er hun hoofdkwartier zullen betrekken. Zijn dubbele opdracht luidde: een einde aan de de eerste wereldoorlog maken door te trachten Duitsland te bewegen om een vredesverdrag te ondertekenen met de geallieerden en het Vredesplan van Benedictus XV te laten aanvaarden door alle betrokken staten. Zijn tweede niet minder belangrijke missie was om de nieuwe Codex -het Vaticaanse Wetboek- in Duitsland af te dwingen. De bedoeling lag er in om met elke Duitse deelstaat afzonderlijk verdragen af te sluiten die een ongehinderde uitoefening van het kerkrecht garandeerden. Maar door de naoorlogse chaos zou het uiteindelijk nog 16 jaren duren vooraleer dat verdrag er zou komen.

Na de Wapenstilstand van 11 november 1918 braken er in Duitsland overal revoluties en opstanden uit. In Berlijn had de Spartakusopstand plaats die met de moord op haar leiders, Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg op 15 januari 1919, bloedig werd neergeslagen. In de zuidelijke deelstaat Beieren rommelde het al sinds november 1918. In het machtsvacuüm dat na het einde van WO I was ontstaan barstte al 7 november 1918 in Beieren de revolutie los. Militairen onder leiding van de schrijver en journalist Kurt Eisner rukten op naar het centrum van Munchen. Ze ondervonden geen weerstand en Eisner werd president van een regering van socialisten (SPD) en onafhankelijke socialisten (USDPD). De socialistische regering van Eisner was echter een kort leven beschoren. De USDP verloor in januari 1919 de inderhaast uitgeschreven Beierse verkiezingen en op 21 februari 1919 werd Eisner vermoord door een politieke tegenstander.

Een coalitie van anarchisten en de USDP profiteerden van de chaos na de aanslag op Eisner. De socialistische SPD en de communisten (KPD) weigerden aan deze regering mee te doen en de communisten profiteerden van de mislukte contrarevolutionaire machtsgreep. Op 13 april 1919 werd door de Russische beroepsrevolutionairen Max Levien, Eugen Leviné en Towia Axelrod, de 'Räterrepublik Baiern' (Radenrepubliek Beieren) gesticht met aan het hoofd van de Beierse Sovjet Max Levien. "Vandaag heeft Beieren eindelijk een dictatuur van het proletariaat opgericht", luidde de beginzin van een verklaring van de nieuwe communistische machthebbers van Beieren.
 
Max Levien had zich in het voormalig Koninklijk Paleis gevestigd en ontving daar alle buitenlandse afgevaardigden en diplomaten. Ook Pacelli liet zich vertegenwoordigen door Monseigneur Schioppa en zijn afschuw voor de Radenpubliek en vooral zijn vooringenomen haat tegenover de joden die hij als bron van alle kwaad in de wereld zag, bleek uit een door hem ondertekend verslag van de gebeurtenissen in het Paleis: "Het was een onbeschrijfelijke chaos in het Paleis, één grote smerige, stinkende bende. Er heerste totale verwarring. Soldaten en arbeiders liepen in en uit. Waar ooit de koning verbleef, hoorde men nu geschreeuw, getier en gevloek, kortom een hel. Een leger werknemers rende heen en weer, deelde orders uit, zwaaide met papieren. In de kantoren hing een aantal jonge vrouwen van twijfelachtig allooi rond, die wellustige blikken wierpen en een suggestieve glimlach om de lippen hadden; zij waren, net als de rest, joods. De baas van dit vrouwelijk gepeupel was Leviens maîtresse, een jonge, gescheiden Russische jodin. En de nuntiatuur was verplicht haar respect te betuigen om tot zaken te kunnen komen. Deze Levien is een nog jongeman, van een jaar of dertig, vijfendertig. Ook hij is Russisch en joods. Het is een bleek en smerig figuur, met gedrogeerde ogen, een schorre stem, vulgair en weerzinwekkend, maar met een intelligent en sluw gezicht."

De minachtende wijze waarop Pacelli steeds verwijst naar de joodse afkomst van deze revolutionairen en het beeld dat hij van hen stileert, kwam perfect overeen met het racistische en antisemitische beeld dat veel Duitsers in die tijd over de joden hadden als de belangrijkste aanstichters van de bolsjewistische revolutie. Hitler zal op die vooroordelen later handig op inspelen. Minder bekend is het feit dat de toenmalige dertigjarige korporaal Adolf Hitler verbazingwekkend genoeg deel uitmaakte van het leger dat de nieuwe communistische regering steunde. Op 14 april, een dag na de machtsovername, werd hij zelfs gepromoveerd tot ondervertegenwoordiger van zijn bataljon(!)

De machtsovername van de communisten leidde tot een hevige tegenreactie en bleek maar een kort leven beschoren. Op 30 april 1919 werd hun opstand met geweld neergeslagen. Het experiment had nauwelijks twee weken geduurd. Het einde van communistische Radenrepubliek in Munchen sloot daarmee een periode af van chaotische socialistische, anarchistische en communistische experimenten in Duitsland.

Na het einde van deze revoluties, die bloedig in de kiem werden gesmoord met behulp van de Freikorpsen en de Reichswehr op bevel van President Ebert van de christen-democratische Zentrumspartij, kon nuntius Eugenio Pacelli zich opnieuw gaan bezighouden met dat waarvoor hij naar Duitsland was afgereisd. Duitsland was in die periode de grootste katholieke kerkprovincie ter wereld. Er was een bloeiend verenigingsleven, een sterke katholieke pers (die het Hitler nog erg moeilijk ging maken) maar bovenal een sterke christen-democratische partij: de Zentrumspartei (uiteengevallen in het huidige CDU en CSU) die in 1919 de tweede grootste partij -nà de SPD- vormde van het land.

Duitsland was op dat ogenblik in Europa het ideale model waarop het katholicisme aansluiting vond met het maatschappelijk project van een moderne natie. Pacelli was daar niet erg mee opgezet, want een burgerlijke christen-democratie onttrok zich aan de macht van het Vaticaan en kantte zich openlijk tegen teveel pauselijke bemoeienissen. Pacelli ontmoette er wel de Duitse priester Ludwig Kaas (1881-1952), die zijn vriend voor het leven zal blijven. Kaas was tevens volksvertegenwoordiger voor de katholieke Zentrumspartei. Terwijl diens partijgenoten -alsook een groot deel van de katholieken- het nazisme openlijk verafschuwden, zag Kaas hoopgevende parallellen tussen de nazistische cultus van De Leider (Der Führer) en de absolute almacht van de paus.



Laatst geupdate op ( Sunday 25 September 2005 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje