|
Hitlers Paus. Deel 3: Pius XII |
|
|
|
|
Sunday 25 September 2005 |
|
Pagina 1 van 4  Mit Brennender Sorge Enkele maanden na de machtsovername en de goedkeuring van de Volmachtenwet, beginnen de eerste systematische en grootschalige jodenvervolgingen. Kardinaal von Faulhaber van Munchen schrijft hierover aan Pacelli dat "verzet geen zin heeft, omdat dit de katholieken alleen maar bij het conflict zouden betrekken. De joden kunnen zichzelf wel redden," opperde de kardinaal, "maar het is zeer onrechtvaardig en pijnlijk dat de joden die zich tien of twintig jaar geleden hebben laten dopen en goede katholieken zijn, door de autoriteiten als jood worden beschouwd en dat doktoren en advocaten uit hun functie worden gezet." Pacelli hoefde zich dus geen zorgen te maken, behalve dan misschien een licht gefrons wat de bekeerde joden betrof, maar Pacelli deed er verder het zwijgen toe. Ook niet toen op 15 september 1935 de rassenwetten van Neurenberg werden afgekondigd, liet Pacelli zich niet vermurwen tot een protest. Hem betrof enkel of het overeengekomen Rijksconcordaat correct werd nageleefd en dat begon voor de Duitse katholieken spoedig helemaal in het honderd te lopen vermits Hitler -zoals gewoonlijk- zich helemaal niet door gemaakte -nationale of internationale- afspraken en akkoorden liet binden. Voor Hitler was alles tactiek en wat hem betrof "mocht wat hem betrof het Christendom in Duitsland met wortel en tak uitgeroeid worden." Wat duidelijk in tegenspraak was met zijn officiele publieke standpunt. "Je bent Christen of Duitser," sprak de Führer in private kring, "Je kunt niet beide tegelijk zijn." Pacelli bouwde reeds lange tijd aan zijn toekomstig pontificaat. Pius XI (Achille Ratti) was reeds lange tijd ziek. Hij leed aan suikerziekte, een hartkwaal en had last van zwerende benen die hem aan het bed kluisterden. Het dagelijks bestuur werd in de praktijk door Pacelli geleid. In 1937 nemen de spanningen tussen het Vaticaan en nazi-Duitsland verder toe omwille van het niet naleven van het Rijksconcordaat door de nazi's. Paus Pius XI publiceert de encycliek Mit Brennender Sorge die op 14 maart 1937 door heel Duitsland wordt verspreid.
Die encycliek die een veroordeling van het nationaal-socialisme moest bevatten werd sterk afgezwakt door Pacelli. Een aantal vage passages, die later nog dikwijls zullen worden aangehaald als 'bewijs' dat het Vaticaan de nazi-ideologie zou verworpen hebben, slaan in feite nergens op. De encycliek begint als volgt: "Met klemmende zorg (Mit Brennender Sorge) en toenemende ongerustheid aanschouwen Wij het lijden waaraan de Kerk in Duitsland de laatste tijd is blootgesteld." Over het lot van de joden wordt met geen woord gerept. Tenzij je volgende passage met veel goede wil als een veroordeling van de jodenvervolging wenst te interpreteren: "De gelovige heeft het onvervreemdbare recht zijn geloof te praktiseren op de manier die hem past. Wetten die de belijdenis en beoefening van het geloof bemoeilijken of onderdrukken, zijn tegen de wet van de natuur." Heel wat minder vaag wordt Pacelli wanneer hij bv op in maart 1938 een bezoek brengt aan Boedapest (Hongarije) en hij in zijn preek -'boodschap van liefde'- nogmaals uithaalt naar de joden: "Wij zingen over trouw en liefde, in tegenstelling tot de vijanden van Jezus, die in zijn gezicht riepen: 'Kruisig hem!' Maar we doen dit niet omdat we bitter zijn, ons superieur voelen of arrogantie voelen jegens hen die Hem zelfs vandaag nog vervloeken en verwerpen". De joden zullen in Pacelli nooit een beschermer moeten zoeken of vinden, zelfs niet wanneer enkele maanden later (9/10 november 1938) de Reichskristallnacht plaats vind, volgt ook dan geen enkele veroordeling over Pacellis lippen. Het Vaticaan zwijgt in alle talen en zal de hele duur van de oorlog blijven zwijgen.
|
|
Laatst geupdate op ( Sunday 25 September 2005 )
|