De houding van de Kerk in België verschilde nauwelijks dan in de andere door de nazi's bezette Europese landen. Opvallend is wel het verschil tussen Vlaanderen
en Wallonië. Een enquete die werd uitgevoerd tussen 1978 en 1980 door het Navorsings- en Studiecentrum voor de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog waarbij
een onderzoek werd gehouden naar de houding van de Belgische clerus, bracht deze verschillen pijnlijk aan het licht. Zo bleek dat 29,5% van de ondervraagden betrokken
was geweest bij hulp aan Joden. Echter: 40,8 % voor Wallonië en slechts 17,6 % voor Vlaanderen. Het gezegde dat Vlaanderen collaboreerde en Wallonië verzet bood,
lijkt hiermede jammerlijk bevestigd te worden.
Kardinaal Van Roey had voor zichzelf, en dus ook voor de Belgische clerus, beslist om niet officiëel te protesteren tegen de manier waarop
de Joden van België door de Duitsers werden behandeld en dat om de volgende drie redenen. Eerstens, hadden de Duitsers beloofd om de Belgische Joden te sparen,
iets wat later bleek de zoveelste leugen te zijn. Ten tweede gold de ervaring dat vroegere protesten met zaken uit het verleden, nooit enige invloed hebben gehad
op de bezetter. Ten derde vreesde de kardinaal dat een officiëel kerkelijk protest gevolgen zou kunnen hebben voor de Joodse kinderen die in katholieke instellingen
verbleven. Kardinaal Van Roey verleende wel zijn morele steun aan de vele illegale daden en acties die kerkelijke leden ondernamen.
Van de hoogste kerkelijke top bleef een openlijke veroordeling van het nationaal-socialisme -helaas(!) achterwege. Kardinalen, bisschoppen, priesters en andere
actieve leden van de Rooms-katholieke Kerk bleef aldus verstoken van elk moreel gezag van bovenaf
(zie ook Hitlers Paus) en bleven aldus aangewezen op hun eigen oordeel,
empathie en de eigen beslissing om al dan niet actief deel te nemen aan het in bescherming nemen van de door het Derde Rijk ongewensten. Sommigen namen werkelijk deel
aan de vervolging van de Joden, en hitsten anderen vanop hun kansel op (zoals bv Priester Cyriel Verschaeve).
Weer anderen namen actief aan de vervolging deel zoals bijvoorbeeld in Kroatië (zie ook De kruistocht van de Ustasa. [1] De Kroatische holocaust). Anderen lieten hun hart en hun verstand spreken.
Ook Maxime Steinberg stelt in zijn historisch onderzoek, dat de Kerk als instelling, zich niet heeft ingezet om op het hoogste niveau, zonder medeweten van de
bezetter, een actie op touw te zetten ten gunste van de joden. De instelling nam geen verantwoordelijkheid. De militanten hadden de vrijheid van handelen, maar de
Kerk hield zich afzijdig, bron zie Ze hebben het overleefd. - Sylvain Brachfeld).