headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Jood zijn is een avontuur (André Gantman)
Rosenstrasse; Margarethe Von Trotta; 2003; 1 DVD; speelduur 135 minuten; kleur
Saturday 11 October 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Het Zoenoffer van Dr. Edith Stein. Haar misdaad? Joods geboren... PDF Afdrukken E-mail
Sunday 02 October 2005
Artikel index
Het Zoenoffer van Dr. Edith Stein. Haar misdaad? Joods geboren...
De Februaristaking
Het Zoenoffer
Bronnen




De Februaristaking
 
Na de Reichskristallnacht van 9 op 10 november 1938 besefte Edith Stein (Zuster Benedicta) dat het niet meer veilig is voor haar in Duitsland en dat ze zich maar beter in een buitenlands klooster kan vestigen. Aanvankelijk dacht ze aan Bethlehem maar in die tijd was Palestina een kolonie van Engeland en dat land hield de grenzen van Palestina gesloten voor joden, in het bijzonder voor hen die afkomstig waren uit Duitsland. Zo diende ze noodgedwongen elders een locatie te zoeken.

Zij wendde zich tot de priorin Moeder Antonia van de karmelietessen te Echt (Nederlands Limburg) met de diplomatisch ingeklede vraag: 'Zr. Teresa Benedicta heeft een tijd verandering van lucht nodig'. In Echt begrijpt men onmiddellijk wat er gaande is. Op 31 december 1938 wordt ze door een vriend van het klooster afgehaald, geraakt veilig over de grens en vind haar heil in de Karmel van het Nederlandse Echt. Haar zus Rosa komt naar Echt toe en wordt in de Derde orde van de Karmel opgenomen en kan aan de slag als portierster aan de ingangspoort van het klooster.

Op 10 mei 1940 slaat het noodlot toe en veroveren de nazi's stormenderhand (Blitzkrieg) België en Nederland. Arthur Seyss-Inquart (1892-1946) wordt door Hitler benoemd tot Rijkscommissaris van Nederland. Seyss-Inquart kreeg in Nederland al snel de bijnaam: Zes-en-een-kwart (hij liep mank). Hij zal later verantwoordelijk worden gesteld voor de deportatie van meer dan honderdduizend joden naar de concentratiekampen. Na de oorlog werd hij op het proces van Neurenberg berecht, hij werd ter dood veroordeeld en op 16 oktober 1946 opgehangen.
 
Eerst probeerde Seyss-Inquart de Nederlanders met zachte hand voor het Nazisme te winnen maar de repressieve maatregelen namen snel toe. Vanaf eind 1940 werd het identiteitsbewijs verplicht gesteld. In juni 1940 begonnen de Duitse bezetters met de eerste van hun vele anti-joodse maatregelen door joden stelselmatig uit de openbare ambten te verwijderen, spoedig gevolgd door de maatregel, dat er geen joden meer in overheidsdienst mochten worden aangenomen. In oktober 1940 volgde de 'Ariërverklaring', waarin nog nadrukkelijker een scheiding werd gemaakt tussen joden en niet-joden. Op 22 november 1940 ging Arthur Seyss-Inquart nog een stap verder door te verordonneren, dat 'alle joden, die een openbaar ambt bekleden of in openbare dienst werkzaam zijn' ontheven werden van hun functie.

De nazi's werden hierbij flink geholpen door de door Antoon Mussert (1894-1946) geleide Nationaal-Socialistische Beweging. De NSB was het Nederlandse broertje van het in België steeds belangrijker wordende VNV van Staf de Clercq en DeVlag geleid door Jef Van de Wiele. De NSB kende ook de 'Weer Afdeling' (WA), een geuniformeerde militie vergelijkbaar met de Dietse Militie/Zwarte Brigade (DM/ZB) in Vlaanderen, die bijzonder actief en agressief was. NSB'rs en WA-'rs gingen gezamenlijk over tot het organiseren van provocaties in buurten waar veel joodse gezinnen woonden.
 
Eigenaars van hotels en cafés werden gedwongen plakkaten op te hangen met de tekst 'Joden niet gewenscht'. De anti-joodse maatregelen kregen een steeds grimmiger karakter. Seyss-Inquart bepaalde, dat alle personen van 'geheel of gedeeltelijk joodsen bloede' zich moesten melden en de daaraan verbonden administratieve kosten uit eigen zak dienden te betalen. Deze verplichte registratie zou bij de latere deportaties funest blijken.

Steeds vaker trokken groepen WA-ers joodse buurten binnen en lokten vechtpartijen uit. Er werden marktkramen vernield, ruiten van winkels ingegooid en joden mishandeld. Op zondag 9 februari 1941 kwam het wederom op het Rembrandtsplein, niet ver van de joodse wijk, tot hevige gevechten. Joodse jongens, onder wie vele sportlui van de joodse sportscholen Olympia en Maccabi, verzetten zich en raakten slaags met WA-ers.

In de twee daarop volgende dagen hielden groepen milities zich paraat. Op 11 februari kwam het op het Waterlooplein tot een ware veldslag met de Weer Afdeling waarbij een WA-er zwaar gewond raakte en enkele dagen later overleed. In de vroege ochtend van 12 februari, sloten de Duitsers de oude joodse wijk af. Er werden prikkeldraadversperringen aangebracht, bruggen opgehaald, wachtposten van Nederlandse en Duitse politie geplaatst. Enkele dagen later werd het betreden van de jodenbuurt voor 'Ariërs' verboden.
 
Op 13 februari 1941 was in Amsterdam de Joodse raad geïnstalleerd met aan het hoofd David Cohen en Abraham Asscher. In het weekend van 22 en 23 februari vonden wraakacties in de jodenbuurt plaats. SD-ers en WA-ers trapten de deuren van joodse huizen in en joegen hun bloedhonden op de joodse bewoners in. De mensenjacht in de joodse buurt in het bekende Amsterdamse kwartier van de Jordaan, wekte hevige verontwaardiging op en werd aldus de directe aanleiding tot een algemeen publiek protest.

Op 25 februari 1941 legden 18.000 arbeiders in Amsterdam het werk neer en raakte gans Amsterdam in de greep van de Februaristaking. De Duitsers waren verbijsterd. Het was nog nooit voorgekomen, dat tegen antisemitisme en jodenvervolgingen werd gestaakt. De bezettingsautoriteiten namen hun toevlucht tot een reeks van maatregelen. Zij konden echter niet voorkomen, dat de staking een dag verder naar zes andere Nederlandse steden uitbreidde.

De nazi's wisten de staking binnen twee dagen neer te slaan. De staat van beleg werd uitgeroepen en de nazi's traden ongemeen hard op. Er werd op stakers geschoten en de burgemeester dreigde met straffen en ontslag. Vier stakers werden terechtgesteld, 22 gevangen genomen, 70 werden ontslagen. De stad Amsterdam kreeg een boete van 15 miljoen gulden. Op 27 februari 1941 werden de 427 joden -jonge joodse mannen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar- die bij de razzia's op het Waterlooplein werden opgepakt, naar het kamp KZ Buchenwald gedeporteerd. De overlevenden van dit transport worden eind mei 1941 naar KZ Mauthausen gebracht, waar zij binnen het jaar omkwamen aan mishandeling en ontberingen.
 
De Februaristaking van 1941, is de geschiedenis ingegaan als een van de grootste verzetsdaden in de strijd tegen het Hitler-fascisme. Zij wordt elk jaar op 25 februari bij het monument de Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein herdacht.





Laatst geupdate op ( Sunday 02 October 2005 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje