|
Het dagboek van Dokter Johann Paul Kremer |
|
|
|
|
Monday 10 October 2005 |
|
Pagina 1 van 3 
Het dagboek van Dokter Johann Paul Kremer
Sedert tientallen jaren wordt Dr. Johan Paul Kremer (1883-1965) als één van de belangrijkste kroongetuigen beschouwd van de vernietiging van de joden in KZ Auschwitz-Birkenau. Tientallen revisionisten en negationisten hebben zich tot op de dag van vandaag onvermoeid en gedreven ingespannen om dit dagboek en zijn auteur Dr. Kremer, te ontzenuwen, te minimaliseren en/of ongeloofwaardig te maken. Het is hen nooit gelukt.
De bekende revisionisten Ernst Zundel, David Irving, Robert Faurisson of onze al even beruchte Vlaamse revisionist Siegfried Verbeke (Vlaams Blok), zijn ooit verder geraakt dan slechts enkele kanttekeningen te plaatsen bij niet terzake doende details bij het dagboek of de persoon J.P. Kremer, die nog niet in de verste verte raken aan de essentie van het verslag: 'de anus mundi' die Auschwitz was.
Tot op vandaag is het dagboek van Kremer door zijn eenvoud, zijn nuchtere opsomming van feiten en evenementen in het dagelijkse leven van een toeschouwer aan de gruwel van zijn tijd, een document waar ieder van ons bij het lezen ervan, de adem beneemt en sprakeloos doorleest tot het einde ervan.
Door zijn stijl is het dagboek een document geworden waar geen verdere toelichting bij nodig is. De lezer kan makkelijk tussen de lijnen doorlezen wat er zich die dag heeft afgespeeld in het leven van Dr. Kremer in Auschwitz en de wijze waarop hij omging met de gruwel-van-alle-dag: 'Vandaag lekker eten'; Variété-avond, ik heb genoten!', 'Bulgaarse rode wijn en Kroatische pruimenjenever'; 'Ik heb pakje lekkernijen opgestuurd naar Mevr. Wizemann' enzoverder.
Johann Paul Kremer werd geboren Op 26 maart 1883 in Stelberg (nabij Keulen), als de zoon van Wilhelm Kremer en Elisabeth Wurth. In 1932 treed hij toe tot de NSDAP, de partij van Adolf Hitler. In 1937 is hij verbonden als assistent professor aan de universiteit van Münster. In 1939 wordt hij lid van de Waffen-SS in de graad van SS-Untersturmführer. Vanaf einde augustus tot en met midden november 1942 wordt hij naar KZ Auschwitz-Birkenau gezonden om tijdelijk een andere SS-officier te vervangen.
Zijn ervaringen in het kamp heeft hij nauwgezet opgetekend in zijn dagboek. In augustus 1945 wordt hij door de Britten gearresteerd en in het voormalige KZ Neuengamme concentratiekamp opgesloten. De Britten nemen zijn dagboek in beslag omdat ze de Polen de gelegenheid willen geven een vervolgingsprocedure in te stellen. Op grond van zijn rol in Auschwitz wordt in december 1947 Kremer uitgeleverd aan Krakau (Polen) en ter dood veroordeeld.
De doodstraf wordt evenwel later omgezet in levenslang, en Kremer wordt in 1958 op grond van zijn ouderdom en tanende gezondheidstoestand opnieuw vrijgelaten. In de BRD wordt hij in 1960 opnieuw voor het gerecht gedaagd en tot 10 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Op 4 juni 1964, Kremer was dan al 80 jaar oud, zetelde Kremer in de getuigenbank van het Auschwitz-proces dat plaatsvond in Frankfurt-am-Main. Kremer overleed in 1965.
Na de oorlog getuigde Dr. J.P. Kremer op 18 juli 1947 voor de rechtbank van Krakau (Polen) over de korte periode van zijn verblijf -tussen 30 augustus en 18 november 1942- in KZ Auschwitz-Birkeau, die hij beschreef in zijn dagboek:
'Bijzonder onaangenaam was de vergassing van de uitgeteerde vrouwen van het vrouwenkamp, die algemeen werden aangeduid als 'Moslimvrouwen' (Müselfrauen). Ik herinner me dat ik een keer deelnam aan de vergassing van een groep van deze vrouwen. Ik weet niet meer hoe groot deze groep was. Toen ik de bunker naderde zag ik hen op de grond zitten. Zij waren nog steeds gekleed. Omdat ze versleten kampkleren droegen, heeft men ze niet de barakken die tot vestiaire dienden laten binnengaan, maar heeft men ze zich in openlucht laten uitkleden.
Aan de houding van deze vrouwen kon ik zien dat ze niet twijfelden welk lot hun te wachten stond, zoals ze smeekten en bidden tot de SS mannen om hun leven te sparen. Hoedanook werden ze de gaskamers in geduwd en vergast. Als anatomist heb ik vele vreselijke dingen gezien: ik had veel ervaring met dode lichamen, en toch wat ik toen op die dag heb gezien had ik nooit voordien meegemaakt.
Nog steeds volledig in shock bij wat ik zonet gezien had schreef ik in mijn dagboek op 5 september 1942: 'Het toppunt van verschrikking. SS-Hauptscharführer Thilo had gelijk toen hij me vandaag zei: 'Dit is de anus mundi', de anale opening van de wereld. Ik gebruikte deze beeldspraak omdat ik mij niets kon indenken dat meer afschuwelijker en afgrijselijker was dan dit.'
|
|
Laatst geupdate op ( Wednesday 26 December 2007 )
|