Over de reden van hun uitlevering geven de nog voorhanden zijnde aktes geen precies uitsluitsel. Van enkele personen die wegens verblijf in de ziekenboeg of wegens aangifte van overlijden in de statistieken werden opgenomen, werd duidelijk dat ze als arrestanten geplaatst waren en tot dwangarbeid veroordeeld werden in de Duitse fabrieken. Voorzover bekend, was het aantal Chinezen in andere concentratiekampen kleiner, maar het vertoonde talrijke aanwijzingen van plaatsingen en arrestaties in gevangenissen en werkkampen.
Alles samen zouden tijdens de Nationaal-Socialistische periode zowat 100 Chinezen in concentratiekampen ingedeeld zijn waarvan de meeste door ziekte en de gevolgen van de oorlog omkwamen. Terwijl de situatie van de studenten, afgezien van de beperkingen wegens de oorlog, draaglijk was, was het voor de sociale klasse van de handelaars en kooplieden na 1941 uitgesproken moeilijk geworden, daar ze wegens hun beperkte taalkennis veel afhankelijker waren van hun officiële vertegenwoordigers.
Daarbij kwam dat ze nauwelijks nog over inkomsten uit de handel beschikten en zich moesten bezighouden met illegale zaken overzee. Vermoedelijk werden de meeste processen tegen Chinese handelaars als economische misdaden aanzien en met kleine gevangenisstraffen bestraft. Er zijn 27 bekende gevallen waarbij chinese handelaars op grond van zwarte handel werden veroordeeld en naar de gevangenis van Plötzensee werden gebracht.
Wat voor dreiging hen eveneens boven het hoofd hing, toont de wedervaren van hun landgenoten die betrokken waren bij de zogenaamde Chinezen-actie.: "In mei 1944 werden de 165 Chinezen die toen nog in Hamburg leefden, tijdens een razzia in hechtenis genomen en in het werkkamp 'Lange Morgen' in Wilhelmsburg onder bevel van de Gestapo binnengebracht (n.v.d.r.: 'Lange Morgen' in Wilhelmsburg was een bijkamp van KZ Neuengamme nabij Hamburg.) Zeventien van hen lieten het leven in het kamp. Deze actie volgde in samenhang met een aanklacht wegens 'begunstiging van de vijand'. Een aantal Chinezen had het als bezettingsmedewerker op gezonken Engelse schepen weten te redden naar landgenoten in Hamburg. De leider van het Hamburgse Gestapo-operatieterrein IV 1c ( o.a. verantwoordelijk voor de bewaking van buitenlanders) Albert Schweim, verdacht hen al bij al van spionage.
Op 13 mei 1944 werden de Chinezen in Hamburg en Bremen zonder aanklacht gearresteerd en later zonder vorm van proces naar gevangenissen en werkkampen afgevoerd. Het grootste deel werd zoals hierboven vermeld, naar het werkkamp van Wilhelmsburg overgebracht, waar ze ingezet werden om te werken in de spoorwegaanleg, in de olie-industrie en in de betonbouw. Enkele Chinese horecamensen en koopmannen kwamen terecht in het concentratiekamp Kiel-Hasse. Het (werk)kamp van Wilhelmsburg ressorteerde onder de Gestapo, in de praktijk onderscheidde het zich niet van de concentratiekampen, enkel de hechtenis was in de regel bepaald op 56 dagen. Dat was van geen nut voor de vastgehouden zeelieden: "De honger, de ontoereikende bekleding, de kou, en de zware arbeid, waartegen de lichamelijk verzwakte Chinezen niet opgewassen waren, hadden (…) de dood tot gevolg.
De beschreven praktijken van controle, vervolging, en uitwijzing van de relatief kleine groep Chinese staatsburgers gedurende de periode van de Weimar-Republiek en onder het Nationaal-socialisme laten m.i. algemene conclusies toe over de omgang met bepaalde groepen buitenlanders. De uitwijzing van een Chinese cafébaas uit Hamburg als "lastige buitenlander" werd in 1921 o.a. aldus gerechtvaardigd:: "De voortdurende vestiging van dergelijke vreemdsoortige buitenlanders, is niet gewenst. Ze moet niet alleen in hygiënisch opzicht, maar in het algemene Duitse belang, met in het achterhoofd de hier bestaande woningnood en werkloosheid, met alle middelen verhinderd worden." Ondanks de onderscheiden politieke systemen, kan een continuïteit waargenomen worden wat betreft de samenhangende motiveringen.