Precies één dag na de uitroeping van het koninkrijk Joegoslavië onder koning Alexander I (1888-1934), richt de advocaat Dr. Ante Pavelic samen
met de Oostenrijkse legerofficier Slavko Kvaternik en enkele anderen, op 7 januari 1929 de Ustasa-partij op. Ustasa betekent zoveel als 'de opstandeling'.
Belangrijkste doel: de Joegoslavische eenheidsstaat vernietigen, om op de puinen ervan een zogeheten Onafhankelijk Kroatië op te richten, een 'Rijk van God'
waarin enkel katholieke Kroaten recht op leven hebben, en dat moet erg letterlijk opgevat worden.
Hun eerste belangrijke slachtoffer is koning Alexander I zelf die op 9 oktober 1934 tijdens een bezoek aan Frankrijk in Marseille samen met de Franse minister
van Buitenlandse Zaken Louis Barthou vermoord werd door de Ustasa van Ante Pavelic, in samenwerking met een aantal Italiaanse fascisten van Mussolini. Pavelic wordt bij
verstek ter dood veroordeeld maar het Italië van de fascist Benito Mussolini verleent hem asiel zodat hij aan zijn straf kan ontkomen.
Zowel het Vaticaan als de West-Europese landen zagen Joegoslavië als een buffer tussen Italië en de 'communistische horden'. Italië slaagt
er echter niet in om Griekenland te veroveren zodat Duitsland om hulp werd gevraagd. Op 25 maart 1941 werd door Duitsland, Italië en Joegoslavië een pact
gesloten. Enkele dagen later werd Belgrado ingenomen door Servische nationalisten, die een einde maakten aan het regentschap en zich aansloten bij de
Geallieerden.
Als onderdeel van het offensief tegen Griekenland overrompelde het Duitse leger in een Blitz-offensief op 6 april 1941 Joegoslavië. Belgrado wordt gebombardeerd
door de Duitsers. Nog vooraleer de nazi's Zagreb hadden veroverd, riep de Ustasa-partij al op 10 april 1941 de Onafhankelijke Staat Kroatië
(NDH=Nezavisna Država Hrvatska) uit. Ante Pavelic keert terug uit ballingschap vanuit Italië en laat zich vanaf dan Poglavnik noemen, de Kroatische variant
op de Duitse Führer (D), Il Duce in Italië of Den Leider in Vlaanderen. Poglavnik Pavelic verbiedt prompt alle politieke partijen en installeert de dictatuur.
De Ustasa militie bestond uit 10 bataljons waaraan er later nog 10 zullen worden toegevoegd. De bataljons werden samengesteld uit vrijwilligers en fanatieke Kroaten.
Hun hoofdoel was om zgn. Servische terroristen (Tsjetniks) te vermoorden en later ook de partizanen van de communist Josip Broz Tito (1892-1980) uit
te schakelen. Maarschalk Tito zal na het einde van de Tweede Wereldoorlog tot aan zijn dood het land leiden en langzaam de staat losweken van de Sovjet-Unie.
Meteen na de inval van de nazi's kan Pavelic beginnen aan zijn Ustasa-staat net zoals Heinrich Himmler tot aan zijn einde bleef geloven in de SS-staat.
Qua wreedheden en misdaden tegen de menselijkheid overtroffen de Ustasa ruimschoots die van de Duitse SS. Vreemd genoeg vormden de moslims geen
probleem voor de Ustasa alsook evenmin de Duitse protestantse minderheid. De vernietiging van joden en zigeuners stond al bij voorbaat vast.
Vanaf 25 april 1941 verbood Pavelic de publicatie van boeken in cyrillisch schrift. In mei werden antisemitische wetten ingevoerd, die duidelijk geïnspireerd
waren op de Duitse Wetten van Neurenberg van 1935. Die bepaalden wie jood was, huwelijken tussen Ariërs en joden werden verboden en joden werden uit alle openbare
functies verwijderd. Vanaf mei 1941 werd een aanvang gemaakt met de deportatie van de joden uit Zagreb naar een concentratiekamp nabij Danica.
Het waren echter de Servische orthodoxen die vooral met de wreedheden van de Ustasa te maken kregen. Al direct na de machtsovername en de stichting van de NDH-staat,
riepen Kroatische katholieke priesters de Servische orthodoxen op om zich te bekeren tot het katholicisme. Op 14 juni 1941 schreef het Kroatische ministerie van
Justitie aan de katholieke bisschoppen: "De Kroatische regering verbiedt de opname in de katholieke Kerk van orthodoxe priesters
of schoolmeesters of andere leden van de orthodoxe intelligentsia (alsmede rijke handarbeiders en handelaars), aangezien er in een later stadium speciale maatregelen
tegen hen zullen worden afgekondigd en tevens omdat zij het prestige van de katholieke Kerk kunnen schaden."
Uit schrik voor
vervolging, bekeerden vele Servische orthodoxen zich tot de R.K.K. maar het mocht niet baten. In het kader van het programma van gedwongen bekeringen, waren de
Serviërs al bij voorbaat uitgesloten. Ondanks de vele bekeringen, al dan niet als gevolg van het programma van gedwongen bekeringen, zullen deze Serviërs
niet gespaard blijven en later gedeporteerd en in gruwelijke omstandigheden vermoord worden door de Ustasa.
Mile Budak (1889-1945), die zich 'Doglavnik' (afgevaardigd leider) liet noemen, was de Goebbelsiaanse propagandaleider van Kroatië. Mile Budak
was zowel Minister van Cultuur als minister voor Religie en Opvoeding. In april 1941 had hij de rassenwetten laten afgekondigen en op 22 juli 1941 sprak hij zich
uit over het lot van de orthodoxe Serviërs: "De beweging van de Ustasa is gebaseerd op religie. Voor de minderheden van Serven,
de joden en de zigeuners hebben we drie miljoen kogels klaarliggen. Wij zullen eenderde van de Serviërs doden. Wij zullen een ander deel van hen deporteren en
de rest van hen zullen gedwongen worden om de Rooms-katholieke religie te omarmen. Aldus zal ons nieuwe Kroatië bevrijd worden van alle Serviërs en binnen
de tien jaar een honderd procent katholieke staat worden." Mile Budak zal één van de weinige Ustasa leiders zijn die na de oorlog werd
opgepakt (door de partzanen van Tito), en berecht en terechtgesteld zal worden in 1945.
Diezelfde dag wist de Osservatore Romano (de Vaticaanse officiële krant) te melden dat paus Pius XII een honderdtal Kroatische veiligheidsagenten in audiëntie
had ontvangen. Dit betekende dat het Vaticaan de Kroatische staat de facto erkende. Tijdens de duur van de Tweede Wereldoorlog werd door het Vaticaan geen enkele andere
staat erkend (!). Echter het Vaticaan zal wel vier jaar lang de katholieke Kerk in Kroatië blijven steunen en actief sympathiseren met de gedwongen bekering
van de Serviërs.