Himmler zocht bondgenoten voor zijn plannen en vond die onder meer in de figuur van de Groot-Moefti van Jeruzalem, Amin El Hoesseini, met wie hij vooral zijn rabiaat antisemitisme deelde en in hem een natuurlijke bondgenoot zag tegen het Britse wereldrijk, dat sinds 1917 Palestina bezet hield in het voordeel van de joden.
Haj Mohammed Effendi Amin El Husseini werd in 1893 geboren in Jeruzalem, dat toen de hoofdstad was van Palestina (het huidige Israël) en in die tijd deel uitmaakte van het Turkse Ottomaanse Rijk. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was hij artillerie officier in het Ottomaans-Turkse leger, gestationeerd in Smyrna. In 1917 keert hij terug naar Jeruzalem dat in hetzelfde jaar door de Britten werd gekoloniseerd.
Twintig jaar voordien, in 1897, werd door de Hongaarse jood Theodor Herzl op het Eerste Zionistisch Wereld Congres het Zionisme wereldwijd geïntroduceerd. Joodse nationalisten vonden zich terug in het Zionisme dat ijverde naar een eigen Joodse staat en het streven van de joden om terug te keren naar 'de berg Zion' (=Jeruzalem).
In 1917 was deze joodse staat een stuk dichterbij gekomen door de Balfour-declaratie van 2 november 1917, genoemd naar de Britse Minister van Buitenlandse Zaken James Balfour, die een overeenkomst sloot tussen Groot-Brittannië en het uiteengevallen Ottomaans-Turkse Rijk. De Balfour-declaratie voorzag na 400 jaar Turks-Ottomaanse overheersing een thuisland voor de joden in Palestina, dat tot aan de onafhankelijkheid van Israël op 18 mei 1948, onder Brits mandaat zal blijven. Klik kaart tijdens het Britse mandaat.
Amin El Hoesseini verzette zich meteen tegen het principe van de joodse staat. Hij was voorstander om Palestina in te lijven bij Syrië en wordt de aanstichter en organisator van tientallen rellen en aanslagen tegen de joden tot hij in 1920 wordt opgepakt en tot tien jaar gevangenisstraf wordt veroordeeld. Een jaar later verkrijgt hij amnestie en wordt op 8 mei 1921 Groot-Moefti van Jeruzalem. Hij zal dat blijven tot 1 oktober 1948 wanneer hij wordt afgezet door het Hoogste Arabische Comité waarvan hij zelf sinds 25 april 1936 de president was. Hij overleed op 5 juli 1974 in Beiroet.
Hij organiseert het Arabisch Palestijnse verzet en als aanstichter van nieuwe rellen in 1928-29, 1930, 1936 enz. wordt hij voor zijn vele terroristische activiteiten op 1 oktober 1937 verplicht het land uit te vluchten. Via Libanon, Irak en Italië bereikt El Hoesseini Duitsland en vind veilig onderdak in het Derde Rijk van Adolf Hitler die sinds 1933 aan de macht was. In de jaren dertig zochten de nazi's aanvankelijk nog naar een locatie om de Europese en Duitse joden naar toe te deporteren, het zogeheten Madagaskar Plan.
In september 1937 waren in opdracht van Reinhard Heydrich SS-Hauptscharführ Adolf Eichmann en SS Oberscharführer Herbert Hagen zelfs naar Palestina afgereisd op zoek naar Amin El Hoesseini om tot een akkoord te komen om de joden naar Palestina uit te wijzen. De nazi's wijzigden later hun plannen omdat ze beducht waren voor het potentiële gevaar van een Joodse staat in Palestina, en op het persoonlijk aandringen van Adolf Hitler werden verdere onderhandelingen opgeschort. Omstreeks augustus 1940 werd definitief van deportatie afgezien en werd het de joden verboden nog langer hun heil -en overleven!- te zoeken in emigratie.
Yasser Arafat familie? Een hardnekkige mythe die nog steeds stand houd is dat Yasser Arafat (1929-2004), de jarenlange leider van de PLO, familie zou zijn geweest van de Groot-Moefti van Jeruzalem, Amin El Hoesseini. Yasser Arafat, zijn volledige naam luidde Mohammed Abdel Raouf Arafat al-Qudwa El Husseini, is zelf de enige bron van deze mythe. Zo beweerde Arafat dat hij in Jeruzalem werd geboren maar de meeste huidige wetenschappelijke bronnen citeren Kaïro (Egypte) als zijn geboorteplaats. Over zijn vermeende familieband (via zijn moeder) met Amin El Husseini schreef de Palestijnse historicus Said Aburish dat "De jonge Arafat de steun zocht van alle Palestijnen om zich van zijn leiderschap te verzekeren en daarbij kon hij zich geen feiten permitteren die zijn niet-Palestijnse wortels aan het licht zouden brengen. Vandaar dat Arafat aldoor zèlf de legende bleef onderhouden dat hij geboren was in Jeruzalem en familie was van de belangrijke Hoesseini-clan van de stad." bron: JVL
Al in december 1931 heeft de Groot-Moefti een eerste contact met de Bosnische moslims wanneer hij een Groot-Islamitische Conferentie organiseerde in Jeruzalem die hij zelf voorzat. Aanwezigen zijn Uzeiraga Hadzihasanovic, de president van de Joegoslavische Moslim Organisatie (JMO), de Bosnische moslimleider Mehmed Spaho en Mujaga Merhemic. Franz Reichert, de directeur van de Palestijnse afdeling van het Deutsches Nachrichten Buro (Duits Nieuws Bureau) van 1933 tot 1938, legde de eerste contacten tussen nazi-Duitsland en moslimleiders uit het Midden-Oosten. De Moefti benaderde afgevaardigden van het nazi regime en verzocht om samenwerking op 21 juli 1937 wanneer hij de Duitse consul ontmoette in Jeruzalem. Later zond hij nog een afgevaardigde naar Berlijn om zijn samenwerking met de nazi-top te onderhandelen.
In 1939, verhuist de Moefti zijn hoofdkwartier naar Bagdad, hoofdstad van Irak, waar hij een politieke afdeling opzet die nauwe banden onderhoud met Duitsland en Italië. Berlijn was er op uit om een As Berlijn-Bagdad te scheppen en bereidde een pro-nazi staatsgreep van Irak voor. De Irakese generaal Rashid Ali el Gailani, een militante moslim nationalist en de Golden Square, een groep van pro-nazi Irakese officieren, pleegden kort daarna een coup. De Groot-Moefti schreef een brief naar Adolf Hitler die hem antwoordde: 'De Führer heeft uw brief goed ontvangen op 20 januari. Hij is zeer geïnteresseerd in wat u hem schreef omtrent de nationalistische strijd van de Arabieren. Duitsland is bereid om met u samen te werken en u te ondersteunen met alle mogelijke militaire en financiële hulp.'
Nazi-Duitsland zend wapens en vliegtuigen naar Irak om de strijdkrachten van de Groot-Moefti bij te staan maar de desondanks slagen de Britten er in om Irak te heroveren. De Groot-Moefti en Generaal El Gailani kunnen ontkomen naar Teheran (Iran). Op 9 mei 1941 roept de Groot-Moefti via de omroep een fatwa uit en kondigt de Jihad (=Islamitische heilige oorlog) af tegen Groot-Brittannië. De Moeftie wil de oprichting van een Arabisch-Islamitische Unie waarin worden verenigd: Irak, Saoudi-Arabië, Syrië, Palestina, Trans-Jordanië en Egypte samen met Duitsland en Italië om een Pan-Moslim/Arabisch Blok van landen te stichten.