Na de Duitse inval wordt België in een mum van tijd bezet, behalve de Westhoek waar het Belgische leger o.l.v. Koning Albert I zich heeft teruggetrokken achter de IJzer en dat gered wordt door het land te laten overstromen door de sluisdeuren open te zetten. Al in november 1914 zit het front muurvast en begint de loopgravenoorlog die vier jaar lang zal aanslepen. De zinloze verwoesting van Passendale, Ieper en zovele andere Vlaamse dorpjes en gemeenten door de Duitsers, zitten nog steeds in ieders geheugen gegrift.
Begin november vluchtten tussen 1,3 en 1,5 miljoen Belgen, of zowat een vijfde van de bevolking, naar het buitenland waarvan ruim 1 miljoen naar Nederland, ontsnapt aan de zgn 'Teutoonse barbaarsheid'. Dagenlang werd de grens met Nederland belegerd door tienduizenden Antwerpenaars waardoor er in de dorpen en steden over de grens al spoedig twee- tot driemaal meer vluchtelingen waren dan gewone inwoners. Slechts druppelsgewijs keerden een groot aantal terug. De vluchtelingenstroom zal echter blijven aanhouden, zelfs nadat de Duitsers de grens met Nederland onder elektrische spanning zetten, slaagden er nog 30.000 vluchtelingen erin de grens te passeren.
België wordt geleid door een burgerlijk bestuur onder de Gouverneur-generaal Moritz von Bissing die zich in 1917 laat opvolgen door Ludwig von Falkenhausen. Deze laatste laat zich aan het begin van WOII opvolgen door zijn neef Alexander von Falkenhausen (1878-1966) als gouverneur van bezet België en Noord-Frankrijk. Moritz von Bissing beschikt over bijna onbeperkte volmachten en is alleen verantwoording verschuldigd aan de Duitse Keizer Wilhelm II. Terwijl Rijkskanselier Theobald von Bethmann-Hollweg om pragmatische redenen voorstander is van een formeel zelfstandige Belgische satellietstaat, eist von Bissing de rechtstreekse aanhechting van België bij Duitsland. Om België in het Duitse Rijk in te passen is volgens von Bissing een militaire dictatuur nodig gedurende enkele tientallen jaren.
Spoedig zoekt von Bissing naar bondgenoten in de Vlaamse beweging om zijn doelstelling -de annexatie van geheel en onverdeeld België bij Duitsland- te bereiken en vind die bij de zgn Activisten. Om hen te paaien zet Von Bissing de Flamenpolitik op poten en ziet er geen graten in om de Vlamingen hun taalrechten toe te kennen waar ze al zo lang naar hunkeren en hen een eigen Vlaamse universiteit te schenken.
Die term 'activisme' duikt voor het eerst op wanneer Antoon Jacob, een naar Nederland gevluchte Belgische leraar en journalist, die in de Vlaamsche Stem gebruikt. Dit blad, dat enkel met Duitse financiële steun het hoofd boven water kan houden, volgt een duidelijke pro-Duitse koers en werd in Nederland uitgegeven.
Borms aarzelt aanvankelijk kant hij opmoet: de pascifisten o.l.v. Frans van Cauwelaert en Julius Hoste en anderzijds de activisten waar spoedig bijna het ganse kruim van de Vlaamse beweging zal toetreden. Op 18 februari 1915 laat de Duitse censor Max Gerstenhauer een ballonnetje op dat de Vlamingen die hun lot willen verbeteren mogen rekenen op de hulp van Duitsland. Borms ontmoet, na bemiddeling van Rousseeu, Gerstenhauer en verkrijgt van hem de toelating om een krant te mogen publiceren waar hij zijn ideeëen kwijt kan.
Op 8 april 1915 verschijnt de nieuwe krant van Borms dat 'Antwerpen Boven' heet en alle veertien dagen verschijnt. Door de Duitse perscensuur blijven en omstreeks de zomer van 1915 nog enkel de uitgaven van Borms overeind: Het Vlaamsche Nieuws, De Antwerpsche Courant en Antwerpen Boven van de Antwerpse Groeningerwacht waar Borms de vice-voorzitter van was, naast nog een aantal andere periodieken die allen met Duits geld worden ondersteund.