|
Dr. August Borms. Deel 1: De Klok van Vlaanderen tijdens WOI |
|
|
|
|
Thursday 29 December 2005 |
|
Pagina 4 van 5
De Raad van Vlaanderen
Op 4 februari 1917 wordt in het Vlaamsch Huis te Brussel de Raad van Vlaanderen opgericht die de Vlaamse Autonomie bepleit. Pieter Tack wordt voorzitter en Willem De Vreese en Emiel Verhees vice-voorzitters. Leden van de Raad zijn ondermeer August Borms en René De Clercq. Er worden ook commissies opgericht, het equivalent voor ministeries. Von Bissing is niet gelukkig met deze oprichting en de activisten worden genoodzaakt om hun gelijk te halen in Berlijn bij kanselier Bethhman-Hollweg. Borms en Tack (en nog een aantal anderen) worden goed ontvangen in de Duitse Reichstag en de autonomie van Vlaanderen wordt er bezegeld. Dankzij de Duitsers wordt Wallonië autonoom met als hoofdstad Namen en Vlaanderen krijgt als hoofdstad Brussel.
In januari 1918 wordt Borms benoemd door de Raad van Vlaanderen als Minister voor 's Lands Verweer, want zoals elk onafhankelijk land, behoort ook Vlaanderen een eigen militaire macht te hebben. Borms richt korte tijd later de Vlaamse Wacht op. Aanvankelijk gaat Borms rekruteren bij de Groeningerwachten en richt ook de Vlaamsche Voorwachten op -ook wel Witte Garde genoemd. De groepen worden bewapend met knuppels om de steeds groeiende weerstand van een deel van de bevolking tav de activisten te bedwingen. Zij moeten zelfs de machtsovername en de controle van het Antwerps Stadhuis voorbereiden(!)
Borms droomt hardop van een Vlaams leger van zo'n 200.000 man, gekleed in zwart uniform afgezet met gele bandjes, die tegen 11 juli 1918 (herdenking van de Guldensporenslag) op een grootse manifestatie in Antwerpen moeten defileren, wanneer tegelijk het Antwerps stadhuis word ingenomen. Vermits de Duitsers hem niet echt steunen, vallen al deze plannen in't water. Borms tracht ook nog te rekruteren in Duitsland waar 22.000 Vlaamse soldaten al vier jaren worden opgesloten in interneringskampen. Hij belooft hen een goed soldij en een aftocht naar Vlaanderen als ze dienst nemen bij de Vlaamse Wacht van onze welbespraakte Minister van 's Lands Verweer. Slechts weinigen happen toe.
Arrestatie en Proces
Maar het einde van de Eerste Wereldoorlog en ook dat van het activisme en van Borms nadert snel. In oktober 1918 brengt Borms zijn gezin in veiligheid naar Duitsland in Keulen. Hij zelf keert terug naar België en neemt er deel aan de laatste bijeenkomsten van de Raad van Vlaanderen, die besluiten om uit te wijken naar Nederland en aldaar een zgn Vlaams Comité in Ballingschap te vormen. Op 8 november vervoegt Borms zijn gezin in Keulen maar keert al na een week met zijn ganse gezin terug naar Brussel en duikt onder. Hij scheert zijn baard af, laat zich Gustaaf Cathot noemen en weet ruim twee en een halve maand uit de handen van het gerecht te blijven.
Op 8 februari 1919 wordt Borms opgepakt en samen met enkele andere kompanen opgesloten in de gevangenis van Vorst. Het proces tegen hem zal van start gaan in september 1919. Borms vraagt eerst aan Hendrik Borgignon van de Frontpartij om hem te verdedigen maar die weigert. Borgignon verweet Borms gebrek aan inzicht en "die met de Duitsers aanpapte op het ogenblik waarop zijn landgenoten vaak stierven door Duitse kogels, niet bepaald de juiste man op de juiste plaats." Het worden uiteindelijk de advocaten Emiel Schiltz en Edmond Van Dieren. Borms neemt zich voor om tijdens het proces zijn activisme door dik en dun te verdedigen en alle schuld en verantwoordelijkheid voor de collaboratie op zich te nemen.
Het proces loopt van 2 tot en met 6 september en krijgt enorme mediabelangstelling. Borms herhaalt de mythe van 80% Vlamingen aan het IJzerfront die gecommandeerd worden door Franstalige officieren (zie verder) en houdt urenlange pleidooien die zijn collaboratie met de Duitsers moet verantwoorden. Borms beweert dat hij de hulp van de Duitsers heeft aanvaard omdat de Belgische regering altijd geweigerd heeft en dat hij daarvoor zelfs een pakt met de duivel zou sluiten om het verdrukte Vlaanderen te verdedigen. Zelfs Cyriel Verschaeve komt voor hem getuigen. De uitspraak volgt op 6 september en Borms wordt schuldig verklaard op alle punten en veroordeeld tot de doodstraf en tien jaar ontzetting uit al zijn burgerrechten.
Borms weigert om een gratieverzoek in te dienen. Zijn vrienden Alfons Jonckx en Emiel Verhees roepen zelfs de hulp van het Vaticaan in. De pauselijke nuntius in München is de Duitsgezinde Eugene Pacelli, die kort voor het begin van de Tweede Wereldoorlog de nieuwe paus zal worden, en geschiedenis zal maken als Hitlers Paus. Het Vaticaan had al eerder een gratieverzoek ingediend voor de ter dood veroordeelde activist Robert De Waele en doet dit opnieuw met Borms. Onder veel protest en zware diplomatieke druk van de Belgische regering zal het Vaticaan dit gratieverzoek weer intrekken.
De advocaten van Borms gaan in beroep tegen het doodvonnis dat plaats vind op 10 november 1919. Het beroep wordt verworpen en de straf herbevestigd. Borms wordt overgebracht naar de gevangenis van Leuven. Toch wordt op 23 januari 1920 zijn straf omgezet in levenslange dwangarbeid. Eerder, op 7 november 1919 was hij al geroyeerd uit de Orde van Leopold II (zijn jaren in Peru) voor onwaardig gedrag. Borms zal pas veel later vrijkomen namelijk op 17 januari 1929. Dan heeft hij bijna tien jaren opgesloten geweest en is de mythevorming omtrent zijn persoon kunnen groeien tot ongekende hoogte.
Mythologie
Een hardnekkige mythe die al vele jaren standhoud in extremistische Vlaams-nationale middens is die van de verhouding Franstaligen versus Nederlandstaligen aan het IJzerfront. Nog tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw kon je in folders van het IJzerbedevaartcomité lezen "dat 85 tot 90% van de frontsoldaten Vlamingen waren" gevolgd door hardnekkige mythe nummer twee: "dat Vlaamse soldaten de dood werden ingezonden omdat ze de Franstalige bevelen niet begrepen". Verschillende nauwgezette studies van slachtoffertellingen door bv. F.Stevens (in 1976 en bijgewerkt in 1980), Luc Schepens (1978) en later H. Keymeulen en Luc De Vos, zullen dit cijfer naar onderen bijstellen en op dit ogenblik komt men tot een meer realistische verhouding van ongeveer 65% Vlamingen (waarbij de tweetaligen bij de Vlamingen worden gerekend) en ongeveer 35% Franstaligen. Die verhouding komt al aardig in de buurt van de werkelijke taalverhoudingen in ons land.
Dit doet echter niks af aan het feit dat er inderdaad meer Vlamingen aan het IJzerfront stierven dan Walen ook omdat ze als gewone soldaten in de frontlinies zaten en doordat ze de Franse taal niet meester waren nagenoeg geen enkele promotiekansen hadden om aan de eerste linies (waar de meeste slachtoffers vielen) te ontkomen. De tweede mythe die nog steeds voortleeft, daarvoor heeft het wetenschappelijk historisch onderzoek tot op heden geen enkel bewijs van kunnen vinden dat Vlamingen de bevelen van hun effectief Franstalige officieren niet zouden begrepen hebben en mede daardoor een zekere dood tegemoet liepen. Noch in dagboeken of persoonlijke brieven van Vlaamse soldaten, noch in Vlaamse geschriften, noch in de open brieven van de Frontbeweging (toch niet bepaald een onpartijdige bron!) wordt van deze 'onverstaanbare bevelen die Vlamingen de dood injoegen' gewag gemaakt.
Deze mythes moeten blijkbaar ontstaan zijn lang na het einde van WO I maar zullen tijdens het interbellum handig opgeklopt worden door de Frontpartij (Vlaamsche Front) en haar latere opvolgers zoals het VNV, het Verdinaso en DeVlag zowel voor als tijdens WO II. Na het einde van WO II zullen ze opnieuw verder gecultiveerd worden door de naoorlogse Vlaams-nationale partijen en bewegingen zoals bv. de Vlaamsche Concentratie, de Volksunie, tot aan het huidige Vlaams Blok/Belang. Zie ook op deze website Hoe het allemaal begon: WOI en de Heldenhulde
|
|
Laatst geupdate op ( Wednesday 19 September 2007 )
|