|
Theresienstadt. De geschiedenis van het 'modelkamp' van de nazi's (George E. Berkley) |
|
|
|
|
Saturday 28 January 2006 |
 |
Titel Theresienstadt. De geschiedenis van het 'modelkamp' van de nazi's
Auteur George E. Berkley
Uitgeverij © Uitgeverij De Kern, Baarn 1995; 308 pagina's
ISBN 90 325 0492 4
|
Synopsis
'Terwijl om hen heen hun kampgenoten werden afgevoerd naar de gaskamers, componeerden zij, speelden ze viool en gaven ze concerten. Vijftig jaar na dato zijn ze herontdekt. Het verloren gevecht van de maestro's van Theresienstadt.' - Oswin Schneeweisz in HP/De Tijd.
Toen het nazisme zich verspreidde over Europa, werd een kleine plaats in Tsjechoslowakije plots een centrum van kennis en cultuur. Hier kon men van de prachtigste muziek genieten, de interessantste lezingen aanhoren en de beste medische zorg van Hitlers Europa ontvangen. Want hier leefden velen van Europa's meest gevierde componisten en dirigenten, staatslieden, wetenschappers en geleerden, samen met ontelbare beroemdheden van toneel, film en concertzaal.
Deze vooraanstaande personen hadden iets gemeen: het waren allen joden die niet op tijd voor de nazi-dreiging waren gevlucht. Theresienstadt werd het 'show-kamp' van de nazi's. De kampbewoners mochten niet alleen pakjes ontvangen van arische vrienden en kennissen, maar ook van joodse hulporganisaties die in neutrale landen opereerden. Zwitserse vertegenwoordigers van het Rode Kruis 'inspecteerden' het kamp en waren onder de idnruk van wat zij zagen.
Maar, zoals professor Berkley in zijn boek aantoont, Theresienstadt was een façade waarachter dood en ellende schuilgingen. Want de cijfers spreken duidelijke taal: van de 140.000 gevangenen stierven er 33.000 aan honger en ziekte. Ruim 80.000 gevangenen werden van Theresienstadt naar Auschwitz en andere vernietigingskampen gedeporteerd. En van de 15.000 kinderen zijn er slechts duizend in leven gebleven.
Eén van de kinderen van Theresienstadt.
Gedicht van de negenjarige Pavel Friedmann's 'Opgedragen aan een vlinder'
Het was de laatste, de allerlaatste,
Hij was zo rijk, zo stralend, zo verblindend geel,
Hij was net een traan van de zon
Die verzengt tegen een witte steen.
Zo'n schittering van geel
Vloog onbelemmerd ver de hoogte in,
Weg, ik weet het zeker, omdat
Hij onze wereld vaarwel wilde kussen
Zeven weken woon ik hier,
Opgesloten in dit getto.
Ik heb de paardebloemen naar me zien reiken,
En de witte kastanjebloesems op de binnenplaats.
Maar een andere vlinder heb ik nooit meer gezien.
Die vlinder was de laatste, want
Er leven geen vlinders hier in het getto.
|
|
|
Laatst geupdate op ( Wednesday 15 November 2006 )
|