Toen op 10 mei 1940 de Duitsers België binnenvielen, was Hendrik De Man (1885-1953) voorzitter van de Belgische Werkliedenpartij. Hij liet deze verantwoordelijkheid voor wat ze was, trok zijn uniform van reserveofficier aan en bleef tijdens de Achttiendaagse veldtocht in de onmiddellijke nabijheid van Koningin Elisabeth (1876-1965) en daardoor ook van koning Leopold (1901-1983). Sedert hij voorzitter was van het Werk Koningin Elisabeth voor onze soldaten dat onder haar bescherming was opgericht, was hij nauw met de koningin bevriend. België wordt op korte tijd door de Duitsers onder de voet gelopen, en net zoals Koning Leopold III weigert hij om de Belgische regering te volgen naar het buitenland om van daar uit de strijd verder te zetten. Via de Franse radio beschuldigt de eerste minister Pierlot Leopold ervan om tegen het eenparig advies van zijn regering in, onderhandelingen met de vijand aan te knopen.
Leopold III en zijn raadgevers, generaal Van Overstraeten en socialistisch voorzitter Hendrik De Man, waren de mening toegedaan dat België enkel ertoe verplicht was haar eigen grondgebied te verdedigen tegen de invaller en de strijd van buiten het Belgische grondgebied niet hoefde verder te zetten. Ook de vertrouweling van de koning, Hendrik De Man maakt op 28 juni zijn ommezwaai naar de Nieuwe Orde bekend. In de 'gestolen' socialistische krant Vooruit van 6 juli 1940: "De oorlog is uitgelopen op de ineenstorting van het parlementaire stelsel en van de kapitalistische geldheerschappij in de zogenaamde democratische landen. Verre van een ramp te zijn, is deze ineenstorting van een vermolmde wereld voor de werkende klassen en voor het socialisme een verlossing." Hij pleit daarin verder voor de invoering van de algemene arbeidsplicht, schaft tegelijk ook de Belgische Werkliedenpartij af en "een beweging van nationale heropstanding die allen zal samenbrengen in één enkele partij: die van het Belgische volk, verenigd door zijn trouw aan de koning en door zijn wil, de Arbeid te doen heersen."
In september 1940 verstrekte Leopold aan de koningsgezinde graaf d'Ursel richtlijnen omtrent de te volgen diplomatieke koers met het verzoek deze aan de diplomatieke vertegenwoordigers door te sturen. De koning stelde hierin onomwonden dat België sedert 28 mei 1940 niet meer in oorlog was met Duitsland, en dat de ministers (Pierlot en zijn regering in ballingschap te Londen) die de strijd wilden voortzetten tegen 's lands belang in handelden.
De koning weigerde met de regering van Pierlot te praten en al helemaal niet meer wanneer Hitler in juli 1940 'Pierlot en konsoorten' verbod had gegeven om terug te keren naar België. Leopold III wilde daarentegen nog wel met Hitler praten en deed dat op 19 november 1940 op het Arendsnest van de Führer met de vraag of dat Duitsland ten minste de Belgische zelfstandigheid binnen het Derde Rijk zou willen waarborgen.
Uiteraard had de Führer andere plannen voor met België, maar dat 'probleem' zou pas worden opgelost na de oorlog die... nog eerst moest gewonnen worden. De breuk tussen Pierlot en Leopold III was definitief en zal na de oorlog leiden tot de koningskwestie wanneer Leopold III gedwongen wordt om troonsafstand te doen ten voordele van zijn zoon Boudewijn I.
De Duitsers verboden al gauw, op aandringen van de collaborerende Vlaams Nationalisten, om het manifest nog te laten verschijnen, omdat er sprake was van het 'Belgische' volk. Het VNV schreef in haar partijblad Volk en Staat: "Hoofdzaak is te weten waar de Heer De Man, die als voorzitter der Belgische Werkliedenpartij deze partij ontbonden verklaart, hare beginselen verloochent en zijn vroegere partijgenoten streng veroordeeld, eigenlijk naar toe wil. De eerstvolgende dagen zullen ons wellicht klaarheid brengen. Wij hopen alleen, dat wij niet zullen moeten achteraf zeggen met Vergilius: 'Wij vrezen de Grieken ook wanneer zij ons geschenken brengen'."
In juli 1940 stelt De Man een nieuw manifest voor een nieuwe eenheidsvakbond, gebaseerd op de verklaring van 28 juni en de meeste leiders van de socialistische vakcentrales zoals bv Achiel Van Acker en Jos Van Eynde, de latere hoofdredacteur van de Volksgazet (de voorloper van de huidige De Morgen), onderschreven het manifest. Ook minister Spaak liet weten dat hij het manifest goedkeurde behalve dan de passus over de 'weggevluchten'. 'Kop' Van den Eynde pleitte op 24 augustus 1940 zelfs voor één groot dagblad voor Vlaanderen en één voor Wallonië.
Na de oorlog zal Jos Van Eynde in 1947 in de Volksgazet Hendrik De Man een verrader noemen. Enkele maanden later, na de oprichting van het socialistische verzet, keerden Achiel Van Acker en Jos Van Eynde De Man de rug toe en traden toe tot het verzet. 'Kop' Van Eynde werkte al in mei 1941 mee aan het 1ste nummer van het clandestiene blad De Werker onder de schuilnaam Homonovus.
In november 1940 wordt onder Duitse inmenging en controle de ‘Unie van Hand- en Geestesarbeiders’ opgericht die geleid zal worden door Edgar Delvo van het VNV. Deze unie moest de socialistische, liberale en christelijke vakbonden overkoepelen samen met de syndicale organisatie van het Vlaams Nationaal Verbond (VNV), de Arbeidsorde. Hendrik De Man speelde vooral een rol in de onderhandelingen die aan de oprichting van de Unie vooraf gingen. Al gauw blijkt dat de Man niet het verhoopte succes weet los te weken bij de arbeiders.
Het overgrote deel van de socialisten weigerden om De Man te volgen in de collaboratie en traden tot tot het ondergrondse socialistische verzet. Zo bijvoorbeeld Nic Bal, die tot aan de bezetting radiojournalist was bij de NIR (de voorloper van de huidige VRT) en onmiddellijk ontslag nam bij de radio. Nic Bal: "Er was geen sprake van dat ik onder Duits toezicht voor de NIR zou blijven doorwerken. Ik dacht er niet aan om mijn stem aan de Duitse propaganda te lenen. Ik was zeker niet de enige radiojournalist die opstapte: alle socialisten op de redactie namen ontslag."
En over Hendrik De Man: "Ik werd nog meer gesterkt door de bokkensprongen van BWP-voorzitter Hendrik De Man. Die ontbond eigenhandig de partij en riep de socialisten op om zich lijdzaam aan het Duitse gezag te onderwerpen. Daar ik altijd een vurige aanhanger van De Man was geweest, stemde het me dan ook bijzonder bitter dat hij de goede zaak verraden had."
Nic Bal en de zijnen besloten meteen om in verzet te gaan en brachten al met Kerstmis 1940 een eerste editie uit van het clandestiene Morgenrood uit, dat gedurende vier jaar lang de stem van het socialistische verzet zou blijven. Het blad werd gedrukt bij de Brusselse drukkers Robert en Léon Lielens die o.m. het clandestiene La Voix des Belges uitbrachten naast La Libre Belgique, L'Espoir en Le Peuple.
Echter... niet zonder gevaar! De hoofdkoerier van Morgenrood werd opgepakt en in maart 1943 te Keulen onthoofd. Ook de drukkers vader en zoon Lielens werden opgepakt en kwamen om in de concentratiekampen. Eveneens de tekenaar Frans Poot van Morgenrood werd opgepakt en op 25 november 1943 te Keulen onthoofd. Nic Bal zal later zijn belevenissen met het socialistische verzet verhalen in zijn boek 'Mijn Wankele Wereld' verschenen bij Kritak, Leuven. Na de oorlog werd Nic Bal directeur-generaal van de BRT-televisie en bleef dat tot aan zijn pensioen in 1981.