Op 30 januari 1933 wordt Adolf Hitler Rijkskanselier en sticht op de puinen van de Weimar Republiek zijn 1000-jarige Derde Rijk. Dit betekent niet alleen het einde van de republiek maar tegelijk ook het einde van de scheiding der machten. Om de zgn. 'kanker van de democratie' aan te pakken begint Hitler een reeks maatregelen uit te vaardigen om zich te verzekeren van 'de strakst mogelijke dictatuur' en dit dan bij voorkeur met de uitdrukkelijke steun van het Duitse volk. Met slechts 33,10% van de kiezers achter zich (een score die nochtans volstond om op een democratische manier aan de macht te komen) maakt hij meteen werk om de oppositie monddood te maken en letterlijk èn fysiek uit te schakelen. De dictator wil geliefd zijn door het ganse volk en wie tegen hem is zal genadeloos worden vervolgd. Adolf Hitler: "Iedereen moet goed beseffen dat voor wie in opstand komt tegen de staat, een zekere dood zijn lot is!"
Op 4 februari 1933 wordt door vice-kanselier Franz Von Papen (1879-1969) het decreet uitgebracht 'Verordening tot bescherming van het Duitse volk' (Verordnung zum Schutze des Deutschen Volk), dat voorzag in de beperking van de persvrijheid en de preventieve hechtenis, en dat als wapen tijdens de verkiezingscampagne werd ingezet als middel om de kranten en bijeenkomsten van de oppositie te verhinderen.
Vier weken later, 27 februari 1933, brandt het Duitse parlementsgebouw -de Reichstag- helemaal uit (brand die naar alle waarschijnlijkheid door de nazi's zélf werd aangestoken). Hitler schuift de schuld van deze aanslag op de communisten en eist dat de parlementsleden van de KPD nog diezelfde avond worden opgehangen: "Deze Untermenschen hebben helemaal niet in de gaten dat het volk aan onze kant staat. In hun muisholen waar ze nu uit willen kruipen horen ze immers niets van het juichen der massa's."
De volgende dag roept Rijkspresident Paul von Hindenburg (1847-1934) de noodtoestand uit en het Rijksdagdecreet wordt afgekondigd (Verordnung des Reichspräsindenten zum Schutz von Volk und Staat). Dit decreet schorste de grondwettelijke garantie van de persoonlijke vrijheid op, gaf de politie volmacht om gelijk wie te arresteren en voor onbepaalde tijd op te sluiten, legde meteen de vrije meningsuiting aan banden, alsook het verbod op vergadering en vereniging. De politie kreeg quasi onbeperkte bevoegdheden om huizen te doorzoeken, telefoons af te tappen en post te onderscheppen.
Enkele weken later, 21 maart 1933, werd het parlement bijeen geroepen in de kerk van Potsdam en werden op initiatief van de Minister van Justitie op die 'Tag von Potsdam' verschillende vernieuwingen bekend gemaakt en initiatieven ondernomen om het gerecht en zijn rechters te betrekken in de repressie van de zogenaamde 'vijanden van het volk'.
De Rijksdagbrand gaf de NSDAP de gedroomde kans om de zgn Volmachtenwet (Ermächtigungsgesetz) op 23 maart 1933 door het parlement door te drukken, natuurlijk zonder de steun van socialisten en communisten die niet eens mochten zetelen tijdens de stemming. Deze wet om het zogenaamde terrorisme te bestrijden, verleende aan Hitler en zijn N.S.D.A.P. nagenoeg onbeperkte bevoegdheden en die zouden in de komende jaren alleen maar uitbreiden. Andere tegenstanders waren bv ook de Rooms-katholieken die zich terugvonden in de Christen-democratische Zentrumpartei van Ludwig Kaas.
Door het Rijksconcordaat van 8 juli 1933 met het Vaticaan, werd ook dat 'probleem' opgelost. De protestanten stonden van het begin af aan welwillender tegenover de nazi's en verenigden zich vooral in de Glaubenswbewegung Deutscher Christen die het nazisme wilden integreren in het christendom en de joden die zich tot het protestantisme hadden bekeerd wilde verbannen. De hele maand maart wordt jacht gemaakt op communisten en andere verdachten en worden zonder pardon opgesloten. Komplete groepen communisten werden berecht en terechtgesteld.
Tegelijk werd ook de 'Schutzhaft' goedgekeurd. Himmler hierover op 15 maart '33: "De staat beschermt het leven van alle burgers. Helaas is het slechts mogelijk bepaalde personen dergelijke bescherming te bieden door de betrokkenen in Schutzhaft te nemen, onder de rechtstreeks bescherming van de politie. De betrokken personen, vaak burgers van het joodse geloof, hebben zich door hun houding jegens het nationale Duitsland, bij voorbeeld door nationalistische gevoelens en dergelijke te kwetsen, bij het volk zo impopulair gemaakt, dat zij zonder de door de politie getroffen maatregelen aan volkswoede zouden zijn blootgesteld.".
Tienduizenden oppositieleden werden opgepakt en stelde justitie al meteen voor praktische problemen om zoveel mensen op te bergen. Op 30 maart 1933 maakt Himmler op een persconferentie de oprichting bekend van het eerste concentratiekamp KZ Dachau, waar aanvankelijk politieke opponenten, socialisten, communisten en a-socialen in worden opgesloten.
Hans Frank (1900-1946) die sinds 1933 Minister van Justitie was in de deelstaat Beieren (en vanaf 1939 Gouverneur-generaal van het bezette Polen, het zgn Goevernementgeneraal en daar honderdduizenden Polen maar vooral joden de dood in zal jagen), droeg veel bij aan de omvorming van het Duitse recht in een nationaal-socialistische rechtspraak: "Het nationaal-socialisme werd het uitgangspunt, de inhoud en het doel van het nazistische juridische denken. Tegen U mijn Führer, zeg ik dat door de relatie tussen het Duitse volk en U, voor de eerste keer in de geschiedenis van het Duitse volk het begrip 'liefde voor de Führer', een juridisch begrip is geworden."
Toenmalig jurist Otto Gritschneder: "Wet is wet. Stel dat in het Staatsblad staat dat alle fietsers dood moeten. Dan zegt de rechter: U bent fietser. Ik veroordeel U ter dood. Dat blinde geloof in de wet, de veronachtzaming van het recht, was de grootste fout van die lui. En ze waren natuurlijk ook bang..."
Op 30 november 1933 verkreeg ook de Gestapo (Geheime Staatspolizei) uitgebreide bevoegdheden alsook de preventieve taak verdachten -zonder verhoor door een rechter!- op te sluiten in de concentratiekampen, de 'Schutzhaft' zgn om 'burgers te beschermen tegen de volkswoede'. Daarnaast was Himmler ook de chef van de SS die toen nog volop in opbouw was. De SA (Sturmabteilungen) van Ernst Röhm waren een wel gekome bondgenoot voor de nazi's om communisten, joden en homoseksuelen op te pakken, in elkaar te slaan tot regelrechte moord in afgelegen bossen en velden. Het ging er bij het overgrote deel van het Duitse volk allemaal in als zoete koek, het was er helemaal klaar voor. Vele andere Duitsers -en niet enkel de joden- werden bang, verlieten het land en emigreerden....