Onder kampcommandant Seidl werd een Raad van Ouderlingen (Judenältesten) samengesteld onder leiding van de zionist Jacob Edelstein, later opgevolgd door Paul Eppstein, Otto Zucker en de omstreden Benjamin Murmelstein. In het getto werd een postkantoor opgericht, een ziekenzaal, een brandweerkazerne, scholen voor de kinderen, een concert- en toneelzaal geopend, een bibliotheek met wel meer dan 50 000 boeken(!), een bank, er werd zelfs een eigen munt uitgegeven, een theater werd gebouwd, een philharmonie een jazzband en een toneelgezelschap werd opgericht enz.
Oorspronkelijk bedoeld als een soort 'ouderlingengetto' werd de joodse intelligentsia, die niet op tijd naar het buitenland hadden kunnen ontkomen, of dachten dat door hun 'bevoorrechte' positie hen niets kon overkomen, in grote getale afgevoerd naar Theresienstadt. Varian Fry zal tussen mei 1940 en 28 september 1941 vele van de joodse intelligentsia weten te redden uit de klauwen van de SS. Op 18 december 1942 werd het maximum van 58.497 inwoners bereikt, en dat op een oppervlak nauwelijks iets meer dan 10 hectaren in een gebied dat ooit door 6 000 mensen werd bewoond(!)
De SS kon aldus het probleem van de mishlingen 'oplossen'. Onder hen bevonden zich niet van de minsten die door de nazi's pijnlijk aan hun joodse afkomst werden herinnerd, waaronder velen die het niet eens meer wisten of het beseften of meenden dat hun positie een voorkeursbehandeling verrechtvaardigde. Zo bijvoorbeeld joodse oorlogsveteranen die zich zwaar onderscheiden hadden tijdens de Eerste Wereldoorlog. In feite waren er meer joden die voor Duitsland en Oostenrijk gesneuveld waren dan er joden stierven in de latere zes onafhankelijkheidsoorlogen van Israël samen(!) Onder hen werden zeker twee generaals in Theresienstadt opgesloten.
Het kruim van de achtergebleven joodse aristocratie verdween naar de modelstad. Zo bv de dichteres Elsie Bernstein, kleindochter van de componist Franz Liszt, Ottilie Kafka, de zus van de schrijver/filosoof Franz Kafka, de librettist Leo Strauss, zoon van de componist Oskar Strauss, Mimi Mann, de gescheiden echtgenote van de schrijvers Heinrich en Thomas Mann. Ook pioniers op andere gebieden zoals Artur Weinberg, medeoprichter van het chemieconcern I.G.Farben en die tijdens WO I majoor was geweest in het Duitse leger en vele decoraties voor betoonde moed had ontvangen, de economist Leo Taussig van de universiteit van Praag, de hooglerares van de universiteit van Wenen Elsa Richter die de klankleer had helpen ontwikkelen, de arts Emile Klein die in Duitsland de natuurvoedingsbeweging op gang bracht.
Andere zgn 'bevoorrechten' van joodse origine die naar Theresienstadt werden gedeporteerd waren bv de voormalige minister-president van de Duitse deelstaat Saksen, de vice-gouverneur van Nederlands Indië, een lid van het Franse kernkabinet alsook de burgemeester van het franse Le Havre, de voorzitter van het Nederlandse Rode Kruis, de minister van Justitie in de Tsjecho-Slowaakse regering. Daarnaast ook leden van de adel zoals bv. de baron Rudolph von Hirsch uit Beieren, de barones Ellie von Bleichröder, die de kleindochter was van Otto Bismarcks belangrijkste financier.
Vele belangrijke en in hun tijd erg beroemde artiesten, kunstenaars, acteurs en musici verdwenen in het getto. Musici zoals bv de voormalige dirigent van het Koninklijk Deens Symfonieorkest, de vroegere concertmeester van het Concertgebouworket uit Nederland en Egon Ledec voormalig concertmeester van het Tsjecho-Slowaaks Symfonisch Nationaal Orkest, alsmede de Tsjechische componist Hans Krasa en een hele rist van bekende pianisten zoals bv de pianistes Alisha-Herz Sommer en Edith Steiner Kraus, violisten, operazangers en -zangeressen zoals bv David Grunfeld en Alexander Singer, toneelacteurs en toneelregisseurs zoals bv Norbert Fried, filmacteurs en -actrissen tot en met de regisseur/acteur Kurt Gerron toe, die in 1930 nog met Marlène Dietrich in de beroemde film Der Blaue Engel had geacteerd en in Theresienstadt zijn laatste film zal draaien (lees verder.)
De voorzitter van de Raad van Ouderlingen Jacob Edelstein had al vrij vroeg een rabbinaat opgericht met aan het hoofd Sigmund Unger, de voormalige hoofdrabbijn van Brünn, die met twee hulprabbijnen de begrafenissen regelde en huwelijken voltrok. In 1942 vonden er aldus 124 en in 1943 233 joodse huwelijken plaats in het getto. Maar de joodse religie was zeker niet de enige religie die werd beoefend in het getto. Tot welke bizarre situaties de Rassenwetten van Neurenberg leidden bleek ondermeer uit de positie van de tot het christendom bekeerde joden die eveneens naar het getto werden gedeporteerd.
Zo stichtten twee joodse katholieken uit Wenen in de herfst van 1942 in het getto een Rooms-katholieke parochie. Onder leiding van Broeder Kühnert, een monnik uit Wenen, celebreerden deze katholieken hun zondagsmissen in zolderkamers, doopten pasgeborenen, vierden het katholieke Paasfeest en plaatsten met kerstmis een zelfgemaakte verlichte kerstboom voor hun stoep. De RKK-parochie zal op haar hoogtepunt ruim 1.130 katholieke gelovigen in het getto tellen.
Kort na het ontstaan van de katholieke parochie werd door Artur Goldschmidt, een voormalige rechter uit Hamburg, een protestantse gemeente gesticht. Met enkele vrienden begonnen ze samen op zondag het evangelie te lezen. Goldschmidt leidde de erediensten, zegende huwelijken in, regelde begrafenissen, hielde de zondaagse preken, een vroegere muziekleraar dirigeerde het koor en een niet-christelijke violiste verzorgde de muzikale omlijsting. Zij deelden spoedig hun zondagsmissen samen met de katholieken met wie zij op wisselende tijdstippen de zolderkamers en andere locaties verdeelden om hun erediensten te houden. Op haar hoogtepunt telde de Protestantse Gemeente ruim 830 protestanten.
In Theresienstadt bevonden zich eveneens Zionistische en communistische kernen in het getto. Uit Wenen werden er enkele beroemde zionisten binnengebracht zoals Robert Stricker, een leider van de militante vleugel van het zionisme en medeoprichter van het Joodse Wereldcongres. Alsook Trude Neumann, de dochter van Theodor Herzl, de stichter van het zionisme. Sommigen gedeporteerden hadden ook directe banden met de nationaal-socialisten zoals Ida Steinhuber, de joodse weduwe van de voormalige chef van de SA (Sturmabteilungen) van Beieren.
Ook Luian Dawber, een joodse advocaat die verschillende nazi-leiders had verdedigd en de joodse redacteur en uitgever Paul Cossman die als vurige Duitse nationalist het tijdschrift Die Süddeutsche Monatshefte uitgaf. Benevens ook enkele Duitse officieren en zelfs een SS'r van wie achteraf was gebleken dat ze van joodse origine waren.
De verscheidenheid aan nationaliteiten plaatste ook de nodige accenten en chauvinisme eigen aan elk land. Van de ongeveer 141 000 joden die ooit in het getto hebben verbleven, waren er ruim 75.500 Tsjechen, 42.000 Duitsers, 15.000 Oostenrijkers, bijna 5000 Nederlanders onder wie de beroemde Leo Baeck, 1.150 Hongaren, 1.000 Polen en bijna 500 Denen. Slechts enkele Fransen zijn er geweest en voor zover bekend geen enkele jood uit België.