Met zoveel genialiteit en talent dicht op elkaar gepakt in het getto bleven de vele kunstenaars in het getto niet bij de pakken zitten. Al direct nadat de eerste bouwploeg in november 1941 in het getto arriveerde, begonnen zich de eerste groepjes artiesten te vormen. Er werden toneelopvoeringen en cabarets uitgevoerd en nieuwe stukken gecomponeerd die in Theresienstadt hun première kregen en tot op de dag van vandaag nog over de hele wereld worden uitgevoerd.
Het ene strijkerensemble na het andere werd opgericht en het grootste strijkorkest werd gevormd in 1943 dat toen maar liefst 40 strijkers telde. Volgens de componist Hans Krasa werden in Theresienstadt zeker 50 werken gecomponeerd, voornamelijk opera's, kwartetten en liederencollecties. Elke avond was er wel ergens een optreden, voorstelling of toneel.
De dichteres Gerty Spies beschreef een optreden als volgt: "Net als bij andere voorstellingen zitten de oudere op de banken en staan de jongere. Het programma omvat komieken, een mondharmonicaspeler, een dansgroep, en een jong zangduo met 'hem' als sopraan en 'haar' als tenor. Halverwege de voorstelling krijgt een bejaarde toeschouwer een beroerte en moet worden weggevoerd, maar het programma wordt voortgezet."
Beroemd werd ook het toneelstuk 'De laatste fietser' van Karel Schwenk dat hij in het kamp schreef en tot het laatste ogenblik in Theresienstadt enorm populair en beluisterd werd. Daarnaast waren ook vele tekenaars actief zoals bv Fritz Taussig die onder de naam Bedrich Fritta een van de meest vooraanstaande illustrators van Praag was geweest. Ook werden er vele lezingen gegeven zoals door de Duitse schrijfster Else Dormitzer die tijdens haar verblijf in Theresienstadt 275 lezingen over 22 onderwerpen gaf.
Heel bijzonder waren ook de kinderopvoeringen. De Duitse kinderen brachten een muzikale bewerking op de planken van de kinderroman Emil und der Detektiv en de Tsjechische kinderen de speciaal voor hen geschreven musical Brundibar, die de populairste theaterattractie werd van het kamp. De componist van Brundibar, Hans Krasa, zat al in Theresienstadt toen het voor de eerste keer in een joods weeshuis werd opgevoerd, en toen deze wezen later naar het getto verhuisden, werd Brundibar opnieuw opgevoerd en dat voor de eerste keer in Theresienstadt op 23 september 1943.
In 1942 werd ook de jazzband The Ghetto Swingers opgericht met ondermeer de jazzgitarist Coco Schumann die de band in 1943 vervoegde. Het was wel een hoogst ongewone swingband doordat ze drie violisten telde en geen pianist omdat er toen nog geen klavier beschikbaar was. Drie jonge zangeressen zongen in de stijl van The Andrew Sisters. Coco Schumann: "Wer den Swing in sich hat, kann nicht im Gleichschritt marschieren", is nog steeds zijn levensmotto.
Onze eigen beroemde jazzmusicus het Brussels ketje Toots Thielemans die veel met Coco Schumann heeft opgetreden na de oorlog zei ooit dit over Coco: "Ik heb op mijn mondharmonica nooit zo mooi "Caravan" gespeeld als toen met Coco Schumann"