Heel wat antimaçonniekers lieten zich graag inspireren door Humanum Genus, van Paus Leo XIII van 20 april 1884
(zie Deel 2: Het Vaticaan en de Protocollen). Onder hen
bevond zich de Fransman Léo Taxil (1854-1907). Taxil werd geboren als Marie-Joseph Gabriel Antoine
Jogand-Pagès op 21 maart 1854 in Marseille (F). Hij volgde school aan het Jezuïtencollege. Na een financieel schandaal
slaagde hij erin om naar Frankrijk te ontkomen en belandde aan in Genève (Zwitserland) waar hij zijn naam veranderde in
Léo Taxil. Na ook uit Zwitserland te worden gezet wegens fraude, had hij ondertussen amnestie verkregen in Frankrijk
en keerde in 1879 terug naar zijn land.
In de hevige antiklerikale sfeer die toen heerste in heel Frankrijk, meende Taxil dat het moment rijp was om antiklerikale
publicaties te verspreiden. Hij schreef antikatholieke satires en maakte grappen over kerkelijke leiders. In de hoop om meer
antikerkelijk materiaal te vinden trad hij in 1881 toe tot de vrijmetselaarsloge Le Temple de L'Honneur Français van
Parijs. Zijn ware aard kwam snel naar boven en nog voor hij zijn 1ste graad kon behalen, werd hij er prompt weer uitgezet.
De voorbije jaren hadden zijn antiklerikale schrijfsels en boeken hem een bescheiden inkomen bezorgt maar hij had eveneens de
ergernis van de kerk op zijn nek gehaald. Taxil had nood aan een ander doel voor zijn literaire talent.
Op 23 april 1885 bekende Léo Taxil schuld en berouw voor de 'zonden' (lees: laster en leugens) die hij had begaan door
zijn antiklerikale schrijfsels. Vanaf dan richtte hij zijn pijlen op de vrijmetselarij en schreef een hele reeks boeken. Titels
zoals Les Mystères de la Franc-Maçonnerie, Le diable au XIXè siècle, Le Anti-christ et l'Origine
de la Franc-Maçonnerie enz.
Zijn favoriete onderwerp was de duivel Baphomet (zie afb. rechts) die volgens hem in de besloten loges door
de vrijmetselaars werd aanbeden. In zijn boeken beschreef hij de tempels die aangekleed werden met de doodshoofden van Jezuïten
en er zouden zich afschuwelijke rituelen afspelen. In andere publicaties had Taxil het over de duivelse eenheid van alle loges en
Obediënties waar ook in de wereld.
Beroemd werd ook zijn valselijke beschuldiging aan het adres van Albert Pike, de toenmalige Grootmeester van zijn
Orde die volgens Léo Taxil zou gezegd hebben: "Op 14 juli 1889 heeft Albert Pike, de
Soevereine Opperpriester van de Universele Vrijmetselarij, zich gewend tot de 23 Allerhoogste Raadsleden van de Confederatie, en hen
de volgende instructies overhandigd. [..] Dat de Religie van de Vrijmetselarij door alle geïnitieerden van de hoogste graad,
zich moeten houden aan de zuiverheid van de Luciferiaanse Doctrine...enz.". Lees ook
The tale of the Pope and the Pornographer.
Op het hoogtepunt van de hele hetze werd er in 1896 in Trente zowaar een anti-maçonniek congres georganiseerd. Maar liefst
36 bisschoppen, 50 episcopale afgevaardigden en meer dan 700 gedelegeerden, waarvan de meerderheid tot de clerus behoorde, waren
hierop aanwezig (zie Deel 2: Het Vaticaan en de Protocollen.)
Taxil's boeken werden een groot succes en hij oogstte zoals verwacht veel bijval in katholieke kringen maar viel dra door de
mand. Op 19 april 1897 gebruikte Léo Taxil zijn immense populariteit om een grote meeting te houden in Parijs. Vele
journalisten alsook leden van de katholieke hiërarchie kwamen er op af. Tot ieders verbazing verkondigde Taxil op deze meeting,
dat elk woord dat hij de voorbije twaalf jaren had geschreven over die zogenaamde maçonnieke duivelsaanbidders kompleet
verzonnen was, inclusief de beschuldigingen aan Albert Pike, en "dat alles ontsproten was aan zijn vruchtbare verbeelding.
Een Parijse krant publiceerde de daarop volgende week de 33 bladzijden tekst van zijn speech. De onverbeterlijke opportunist en
fraudeur werd genoopt om Parijs te verlaten en hij trok zich terug in een statig landhuis op het platteland, waar hij een
comfortabel leven leidde tot aan zijn dood in 1907.
Niettegenstaande deze groteske verzonnen leugens zullen de werken en boeken van Léo Taxil andermaal opduiken tijdens het
nationaal-socialisme in Duitsland (zie Deel 3: In het Derde Rijk)
en later in de bezette gebieden. Opnieuw worden zijn boeken massaalvertaald en herdrukt en in grote oplages worden verspreid.