In de jaren dertig leidde een ander schandaal tot nieuwe anti-semitische en anti-maçonnieke rellen: de Stavisky Zaak. Het financieel en politiek schandaal liet in 1934 de Derde Franse Republiek op haar grondvesten schudden waardoor zelfs twee premiers moesten aftreden. Sacha 'Serge' Alexandre Stavisky (1886-1933) was een jood van Oekraïnse origine. In 1899 was het gezin Stavisky naar Parijs verhuisd. Na de eerste wereldoorlog zette Stavisky allerhande zwendelpraktijken op en wist vele politieke gezagsdragers te strikken.
In 1926 lichtte hij een Parijse effectenmakelaar op voor enkele miljoenen francs. Hij werd gearresteerd en hangende de voorbereiding van de rechtszaak werd hij na anderhalf jaar voorlopig vrijgelaten. Stavisky veranderde zijn naam van Sacha in Serge Alexander en pakte nu de zwendel grootscheeps aan.
Stavisky richtte een rist nieuwe maatschappijen op met bekende personen in de directie. Zij moesten hun naam en sociale status aan het bedrijf geven, maar geen expertise. Investeerders werden zo overgehaald hun geld in zijn bedrijven te stoppen. Zo maakte een van zijn bedrijven houten koelkasten die geen elektriciteit nodig zouden hebben en daardoor goed waren voor koloniaal Afrika. Echter, de koelkasten werkten niet.
Stavisky had ook -met de steun van de burgemeester- het Crédit municipal de Bayonne opgericht die fungeerde als dekmantel voor heling van valse of gestolen juwelen die hij in onderpand gaf. Ze werden getaxeerd alsof ze echt waren. Om het onderpand te kunnen betalen werden obligaties uitgegeven. De minister van arbeid ondersteunde de uitgifte. In 1933 lekt de ganse zwendel uit.
Eind 1933 konden de eerste obligaties ingewisseld worden, maar er was uiteraard geen geld. De bank werd in staat van beschuldiging gesteld en Stavisky vluchtte eind december naar Chamonix. Op 8 januari 1933 probeerde de politie hem te arresteren, en terwijl zij de deur van de kamer forceerden zou Stavisky zich zelf door het hoofd hebben geschoten. Die zelfmoord werd echter nooit opgehelderd en de thesis van een koele executie lijkt alle jaren meer aanhang te winnen.
Aangezien vele politiekers en bekende personen rechtstreeks betrokken waren in deze grootscheepse oplichterij veroorzaakte dit schandaal een crisis van het regime. Onder de vrienden en handlangers van Stavisky bevonden zich ook een aantal joden en vrijmetselaars, en dit gegeven werd door allerhande rechtse groeperingen aangegrepen als argument om één en ander te kaderen in het judeo-maçonnieke complot en werd op één lijn gesteld met corruptie.
Op 6 februari 1934 kwam het tot een grote manifestatie in Parijs. Extreemrechtse organisaties zoals Croix de Feu, Jeunesses Patriotiques, Action Française e.a. hielden een grote betoging waarbij het aan de Assemblée Nationale tot een hardhandig treffen kwam met de ordediensten. Tijdens de anti-semitische rellen vielen er bijna 20 doden en ruim 1400 gewonden. De Franse vrijmetselarij werd ervan beschuldigd medeplichtig te zijn aan de schietpartij van 6 februari. Dit schandaal zal nog vele maanden en jaren de gemoederen blijven verhitten. Het dagblad Le Jour kapittelde nog op 7 mei 1934: "Comment la maffia maçonnique est melée au scandale Stavisky."
De latere Vichy-collaborateur Jean Marquè-Rivière schreef tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog een hele reeks van anti-maçonnieke boeken en artikelen bij elkaar. In 1974 werd de zaak Stavisky verfilmd door Alain Resnais met Jean-Paul Belmondo, Charles Boyer en Michael Lonsdale in de hoofdrollen. C. Boyer kreeg een palm in Cannes voor beste acteur.