Al deze pauselijke bullen en encyclieken omtrent de Vrijmetselarij, bleven van kracht tot aan de invoering van het nieuw Kerkelijk Wetboek (Codex) in 1917. In Canon 2335 werd bepaald: "Zij die hun naam verbinden aan een maçonnieke sekte of andere gelijksoortige associatie die samenspant tegen de Kerk, lopen de straf van excommunicatie op die eenvoudig bij de Heilige Stoel berust." De zinsnede 'die samenspant tegen de Kerk' kon door de reguliere Angelsaksische Vrijmetselarij geïnterpreteerd worden als niet op hen van toepassing vermits zij nooit iets tegen de Kerk hadden ondernomen. In dezelfde Codex werden boeken die over de Vrijmetselarij (en andere gelijkaardige sociëteiten) handelden werden in Canon 1399 'ipso iure' op de verboden lijst geplaatst.
Pas veel later, in 1983(!), wordt in de nieuwe Codex Canonica de Vrijmetselarij niet meer met name in het Kerkelijk Wetboek genoemd. Het beruchte Canon 2335 dat ook in kerkelijke kringen voor nogal wat controverse zorgde door haar vaagheid wat tot vele interpretaties leidde, werd vervangen door Canon 1374 dat luidt als volgt: "Wie lid wordt van een vereniging die tegen de Kerk ageert, dient met een rechtvaardige sanctie gestraft te worden."
De Duitse Kardinaal Ratzinger (º1927), sinds 19 april 2005 bekend als de huidige paus Benedictus XVI, deed zich op de vooravond van de voorstelling van de nieuwe Codex nogal laatdunkend uit over Canon 1374 en verklaarde op 27 november 1983 nadrukkelijk "dat katholieken die vrijmetselaar worden een zware zonde begaan en van de eucharistie dienen te worden uitgesloten."
Het standpunt over de RKK van de Grootloge van België (G.L.B) is duidelijk in haar eenvoud: "Voor de Vrijmetselarij is het aan de katholiek die vrijmetselaar wil worden om zelf uit te maken of de principes van de Vrijmetselarij tegen zijn godsdienstige overtuiging in gaan, en in welke mate hij zich dan (nog) katholiek noemt. Voor de Vrijmetselarij volstaat het dat de kandidaat zoekend is in volle persoonlijke vrijheid en eer en geweten, m.a.w. dat de humanistische kant aanwezig is, niet de integristische."
Hoe de 265ste paus van Rome Benedictus XVI, die in zijn jonge jaren (1941) nog lid is geweest van de Hitlerjugend en het laatste oorlogsjaar als soldaat diende bij de Wehrmacht, het standpunt omtrent 170 jaar Vaticaanse Antimaçonieke hetze tegenwoordig zal herformuleren, blijft een open vraagteken. Tekenend voor deze nieuwe paus is alvast het feit dat hij te kennen gaf om de omstreden paus Pius XII, beter gekend als Hitlers Zwarte Paus, binnenkort heilig te verklaren. Deze heiligverklaring werd reeds voordien ingezet door zijn voorganger Johannes-Paulus II, de Pool Karel Woytila.