Nadat begin 1934 eerst Frankrijk en weldra heel Europa op stelten werd gezet door het Staviskyschandaal kregen de Nieuwe Orde-bewegingen
onverwacht in eigen land een geschenk uit de hemel toegeworpen: de Affaire Imianitoff. Dokter Frederic Imianitoff (°1902-?) was werkzaam
op het ministerie van volksgezondheid. De zwendelaar Imianitoff was joods, vrijmetselaar, socialist, voorstander van abortus en voorbehoedsmiddelen, auteur
van het hoofdstuk Sociale hygiëne in het Plan van De Man en werd voor extreemrechts de gedroomde
schietschijf èn de stok waarmee het ingebeelde judeo-maçonnieke komplot uit elkaar kon geslagen worden.
Dokter Paul Ouwerx (1896-1946), die later tijdens de bezetting de Belgische Anti-maçonnieke Liga zal
oprichten, was tot de ontdekking gekomen dat Dokter Imianitoff zich een prestigieus oorlogsverleden in het Engels leger had
aangemeten. Het ganse curriculum vitae van Imianitoff bleek nagenoeg geheel verzonnen. Hij was niet eens soldaat geweest en bijgevolg
ook nooit kapitein in het Britse leger en kon dus ook nooit gewond geweest zijn aan het westelijke front. Bovendien kon hij ook geen enkel diploma
geneeskunde van de universiteit van Londen voorleggen. Tevens had hij ook nooit de prijs van Medical Association of de Rockeffelerprijs
gewonnen en kon hij onmogelijk docter in de Letteren zijn geweest noch dokter in de Wetenschappen aan de Sorbonne.
Imianitoff werd aangeklaagd en tussen mei en juni 1939 voor de rechtbank gebracht wegens usurpatie van een wettelijk beschermde
titel en het onwettig uitoefenen van de geneeskunde. Hij werd veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens oplichterij,
valsheid in geschrifte en het uitvoeren van illegale abortussen. Hij werd echter niet veroordeeld voor het illegaal uitoefenen
van de artsenpraktijk, aangezien hij wel een geldig baccalaureaatsdiploma in de geneeskunde kon voorleggen.
In antisemitische en anti-maçonnieke kringen werd luidop getriomfeerd. Paul Ouwerx kreeg met deze affaire eindelijk de stok in de
handen geduwd waarmee hij de ganse vrijmetselarij meende te criminaliseren en stigmatiseren. Ouwerckx was namelijk voordien in 1937
uit het leger gezet door toenmalig minister van landsverdediging en vrijmetselaar Albert Devèze, en zon sindsdien op wraak
op de vrijmetselarij.
De latere kopstukken van de Anti-maçonnieke Liga, Paul Ouwerx en Jean Flament, waren sinds 1937
actief in Action et Civilisation, waarvan ook de stichter van Volksverweering Kolonel Oldenneel deel van uitmaakte. Eveneens
Joris Desbonnet en Marcel Dessy waren in A et C actief. Desbonnet had in Gent de Belgische Solidaristenbond opgericht met als
doelstelling: de bestrijding van het kapitalisme en de vrijmetselarij in naam van het Christelijke geloof en de katholieke principes.
Flament, Ouwerx en Desbonnet zullen zich drie jaar later opnieuw treffen in de Antimaçonnieke Liga L'Epuration/De Bezem.