Dat de Rexisten en de Vlaamsnationalisten dezelfde anti-maçonnieke stellingen van de Duitsers klakkeloos overnamen,
en in hun zog zovele gematigden zich eveneens op sleeptouw lieten nemen door dit onzinnige amalgaam, en samen met hen konden zeggen:
"contre les bolcheviques, contre les juifs, contre les francs-maçons: même combat",
werd de vrijmetselarij tijdens de Tweede Wereldoorlog bijna fataal.
Nadat de Militarverwaltung onder Edgard Reeder zich in Brussel had geïinstalleerd, brak een nieuwe periode aan voor de anti-vrijmetselarij
om hun strijd met nieuwe en vrijwel onbeperkte middelen te hervatten. In het najaar van 1940 staken vijf mannen de hoofden bij elkaar en richtten
de Belgische Anti-maçonnieke Liga L'Epuration-De Bezem op. Met uitzondering van de rexist en oud-piloot Charles Gillis de
Sart-Tilman (1897-1977), die de voornaamste informant was geweest van de anti-maçonnieke campagne in La Libre Belgique en
die in het Verzet ging, verzeilden alle bestrijders van de vrijmetselarij in de collaboratie.
De Brusselse advocaat en rexist Léopold Flament wist Louis Nelis, een advocaat aan het Hof van Beroep in Brussel met zich mee te trekken.
Ook André de Harting was geen onbekende bij de nazi's, de oud-exploitant van het casino in Blankenberge, was in dienst van de Abwehr
en al sinds 1938 informant voor de Duitse ambassade te Brussel. De Hasseltse likeurstoker Henri Ponet, schoonbroer van Ouwerx en
rexist dokter Paul Ouwerx ontketenden met hernieuwde ijver en gedreven door hun vooroorlogse afkeer voor de vrijmetselarij een nieuwe
heksenjacht. Andere leden die de A.L. vervoegden waren Gustaaf Van Nuffel, ingenieur Joris Desbonnet, Marcel de Calon, Georges Tailleur
en Henri Derouane.
In tegenstelling tot de vroegere eerste twee anti-maçonnieke verenigingen, was deze derde versie er een die opgericht werd
met de medewerking en onder impuls van de Duitse Sicherheitsdienst (SD). Op 27 juli 1940 werd de SIPO-SD officieel te Brussel
geïnstalleerd. Eerste chef werd SS-Obersturmbannführer Dr. Hasselbacher, maar deze kwam om bij een verkeersongeval op
13 september 1940 en werd opgevolgd door SS-Standartenführer Constantin Canaris. Een jaar later werd Canaris vervangen door
SS-Sturmbannführer Ernst Ehlers, maar Canaris nam in maart 1944 zijn ambt weer op tot aan de bevrijding.
Op 12 september 1940 hadden Dr. Paul Ouwerx en Jean Flament een onderhoud met SD-chef Dr. Hasselbacher, op het
SD-hoofdkwartier te Brussel. Fier overhandigde Jean Flament een lijst van 38 namen en organisaties die rechtstreeks of onrechtstreeks met de
vrijmetselarij te maken hadden. Flament en Ouwerx kregen van de SS licht op groen en stelden op 20 september 1940 de statuten op
van hun nieuwe organisatie die op 14 februari 1941 verschenen in het Belgisch Staatsblad. Paul Ouwerx werd voorzitter,
Jean Flament secretaris-generaal, Nelis commisaris en Henri Ponet Vlaamse secretaris.
Vanaf februari 1941 pakte de A.L. uit met twee anti-maçonnieke tijdschriften. Voor het franstalig landsgedeelte
werd dat Le Rempart met Louis Nelis als hoofdredacteur. Van Le Rempart zullen er tussen februari 1941 en
december 1942 negentien nummers verschijnen tot het werd opgedoekt. Voor de Nederlandstaligen werd De Burcht
uitgegeven onder hoofdredactie van Joris Desbonnet. De Burcht veranderde in augustus 1940 haar naam in
De Volkswacht.
Van bij het begin was er voortdurend anti-maçonnieke competitie met Volksverweering van René Lambrichts die beiden
elkaar het alleenrecht op de anti-maçonnieke stijd betwistten. Er bestond niet enkel ruzie tussen de Liga en
Volksverwering maar ook met Léon Degrelles Rex.
In de zomer van 1940 had Léon Degrelle zowat alle 'bewijzen', die het judeo-maçonnieke complot moesten
aantonen, bij elkaar gebracht. Degrelle die op last van de Belgische regering op 10 mei 1940 werd opgepakt, en samen met zo'n 3000
staatsgevaarlijke landgenoten van allerhande pluimage, naar Frankrijk werd afgevoerd, verdacht de vrijmetselarij er zelfs van
verantwoordelijk te zijn voor het bloedbad te Abbeville waar naast Joris Van Severen ook twintig anderen Belgen waren omgebracht.
Degrelle hierover: "Rex, adversaire de toutes les internationales qui minaient secrètement le pays, s'était dressé
souvent et viollement contre ces mafias souterraines qui avaient, autant que les marxistes et les juifs, poussé à la guerre
européenne en 1939. Les loges avaient été tout particulièrement responsable de mon arrestation du 10 mai, de celles
de milliers de mes camarades, de la mort horrible des vingt et un martyrs d' Abbeville."
Degrelle 'vergat' er echter wel bij te vermelden dat naast extreemrechtse kopstukken er op 10 mei veel meer joden en communisten
werden afgevoerd naar Frankrijk dan dat er Nieuwe Orde-leden tussen zaten (sic.) Op 24 november 1940 deed Degrelle er in zijn blad
Le Pays Réel nog een schep bovenop: "La Franc-maçonnerie n'est pas seulement une loge, des loges, mais une cabale, des cabales, un complot permanent.
Les Rotary Clubs et autres clubs de ce genre, aux buts apparemment si innoncents, si philanthropiques, et si idéalistes, ne sont
pas autre chose que des institutions maçonniques."
Ook de Vlaamse collaboratiepers moeide zich in de anti-maçonnerie. In navolging van de anti-maçonnieke actie van 1938-39
door La Libre Belgique ging het echter deze keer nier meer over ontmaskeren alleen maar met de bedoeling de vrijmetselarij te elimineren. In
juni 1940 ging Volk en Staat van het VNV voluit de anti-semitische en anti-maçonnieke koers in.
Op 14 juni sloot het VNV het nationaal-socialisme in de armen met de woorden: "De Duitsche zege is ook de Vlaamsche zege."
In juni schreef de krant: "dat het kapitalisme, de partijpolitiek en de vrijmetselarij verantwoordelijk
waren voor de decadentie van de 'Oude Orde'." Volk en Staat verweet de vrijmetselarij dat zij door haar filantropische
opstelling ieder nationaal gevoel vergiftigd had. Vanaf februari 1941 was het VNV nog maar nauwelijks geïnteresseerd
in de anti-maçonnieke actie.
In juni 1941 waren de legers van het Derde Rijk Rusland binnengevallen en concentreerde het VNV en Staf de Clercq zich vooral op de aanwerving voor
het Vlaams Legioen en later voor de Vlaamse vrijwilligers voor de Waffen-SS. Staf de Clercq: "De samenzwering
van de oude wereld van jodendom, van plutokratie en bolsjewisme (die) thans duidelijk is. Ook Sowjet-Rusland heeft het masker
afgeworpen en bedreigt de Europese beschaving. Het gaat hier om de redding van Europa en de redding van het Christendom [..]. Ook
ons bestaan als volk staat op het spel."
Dat de Duitsers in de Vlaamse soldaten slechts geïnteresseerd waren als kanonnenvoer en in het geheim de ver-Duitsing van
Vlaanderen voorbereidde en Vlaanderen de facto als de zoveelste provincie van het Derde Rijk wilde annexeren, had het VNV op dat
ogenblik nog niet helemaal door (sic), dat zou pas later komen als het kalf al verdronken was en het VNV zich hopeloos aan de collaboratie
met nazi-Duitsland had verbrand.
Uiteindelijk onstonden er ook spanningen tussen de bestuursleden van de Liga onderling. In de loop van 1941 wisselde de
samenstelling van het bestuur voortdurend. Eerst werd Jean Flament de laan uitgestuurd, daarna Desbonnet en Van Nuffel en de
laatste twee bekenden, Nelis en Ponnet, werden op 18 september 1941 uit de Liga gestoten.