De anti-vrijmetselarij is verre van dood in Vlaanderen/België. Eind jaren negentig leefde de anti-vrijmetselarij opnieuw op.
De Standaard publiceerde in augustus 1999 een dossier van de hand van politiek journalist Derk-Jan Eppink getiteld
"Wordt er nog gemetseld in de Wetstraat" en met "Driekwart van de liberale en socialistische ministers in de
federale regering is lid van een loge" als ondertitel, verwees hij expliciet naar de vermeende band tussen vrijmetselarij en politiek.
Jan Eppink 'onthulde' namen van al dan niet vermeende vrijmetselaars die een politiek mandaat bekleedde en vermeldde erbij tot welke
obedientie zij zouden behoren.
Een en ander noopte de vrijmetselarij wel om te reageren. Drie vrijmetselaars publiceerden Op 28 augustus 1999 onder de kop
"De vrijmetselaar als fabeldier" een antwoord in De Standaard waarbij ze de beweringen
van Jan Eppink weerlegden: "Het moest er van komen dat gefrustreerde christen-democraten, die gruwen van zelfkritiek, hun verplichte oppositiekuur
aan duistere machinaties van hun opponenten wijten. En wie zijn er dan beter geschikt om als samenzweerders gebrandmerkt te worden? De vrijmetselaars!
Men zou kunnen denken dat de media in onze contreien zouden terugschrikken voor een methode die al eerder in onze geschiedenis
gebruikt werd door fascistoîde groeperingen en door de nazi's. De 'judeo-maçonnieke samenzwering' in allerlei varianten
werd in de jaren '30 door dit 'onzindelijk allegaartje' (sic) aangeklaagd als de bron van alle verderf in Europa en Amerika."
In januari 2005 diende Spirit-volksvertegenwoordiger Koen T’Sijen
een wetsvoorstel in: Politici moeten
lidmaatschap van eliteclubs openbaar maken. Geînspireerd door het boek "De elite van België" van
Jan Puype, die in zijn boek duidelijk liet blijken dat er de facto maar weinig concrete kennis bestaat over zoiets als de maçonnieke
geheimhouding. Uit het wetsvoorstel: "Het is geen geheim dat de combinatie van het geheime lidmaatschap van bv. de Loge, de
broederplicht, de interne rechtsgang en hoogoplopende beroepsvrijage in het recente verleden geleid heeft tot belangenvermenging
en zelfs het ondergraven van de democratie. In Italië was de P2-Loge nauw betrokken bij de moord op Aldo Moro; in
Groot-Britannië is er sinds ’98 een nationale maatregel van kracht die overheidsambtenaren verplicht hun logelidmaatschap
bekend te maken na een resem van schandalen in de vastgoedsector en in België waren in de Uniop-fraudezaak, de OMOB-fraude en
de Agusta-Dassaultaffaire een resem ‘broeders’, zowel uit de politiek, ambtenarij als het bedrijfsleven betrokken."
De moord op Gods bankier Roberto Calvi van de Banco Ambrosiano
door Propaganda Due (P2-Loge) was in de jaren 80 van de vorige eeuw veelvuldig in het nieuws, mede doordat veel bekende Italianen er
bij betrokken leken of waren. In juni 1982 werd het lichaam van Roberto Calvi dood aangetroffen in Londen, hangend onder de
Blackfriars Bridge (waarvan wordt verondersteld dat dit een belangrijke plek is voor de vrijmetselarij.
BlackFriars = Zwarte Broeders). Op diezelfde dag viel Calvis’s secretaresse, Graziella Corracher uit een raam van de bank in
Milaan.
Calvi was een vermeend lid van de geheime vrijmetselaarsloge P2 waarvan Licio Gelli, beheerder van de Vaticaanse BV,
de leider was. Hoewel zijn handen waren gebonden, en zijn zakken gevuld met stenen hield de Britse politie het in
eerste instantie op zelfmoord (bron.)
De P-2 loge o.l.v. loge-Grootmeester Licio Gelli bestaat niet meer en had in werkelijkheid helemaal niets met de
vrijmetselarij te maken. Het was een criminele organisatie die als dekmantel de vrijmetselarij misbruikte voor haar verwerpelijke
activiteiten.
De anti-vrijmetselarij is nadrukkelijk aanwezig op het internet. Door middel van het beeldverhaal:
'The curse of Baphomet',
pogen Amerikaanse anti-vrijmetselaars de vrijmetselarij in het diskrediet te brengen. Het is beslist de moeite waard om de
methodes en de beweegredenen van de anti-vrijmetselaars te bestuderen. Vandaar dat een aantal hyperlinks naar sites van
anti-vrijmetselaren werd voorzien.
Dikwijls wordt verwezen naar Léo Taxil (1854), voormalig vrijmetselaar en zogenaamd verrader
van de maçonnieke geheimen. Hij probeerde munt te slaan uit de geheimdoenerij en praatte de volgzame, naïeve en op sensatie
beluste clerus naar de mond.
Dat Léo Taxil later publiekelijk toegaf dat het om prietpraat ging, laat de anti-maçonniekers
Siberisch koud. Dat de Protocollen van de Wijzen van Sion kompleet nep zijn al evenmin. Tot op vandaag blijft de anti-vrijmetselarij
ijverig putten uit de leugens over de vrijmetselarij.
Wie herinnert zich bovendien de artikels niet die verschenen over de vervreemde betrokkenheid van vrijmetselaars bij de
plotselinge dood van Paus Johannes Paulus I op 1 oktober 1978? Het blijft een feit dat vrijmetselaars steeds de fantasie van de
mensen zal blijven prikkelen en een voortdurende bron voor extreemrechts om haar vermeende samenzweerderstheorieën kracht bij
te zetten.
Het vijandbeeld, de zondeboktheorie en het complotdenken blijven alleen levensvatbaar, wanneer de bevolking door angstgevoelens,
xenofobie, onwetendheid en verwarring, handig en systematisch door extreemrechts worden opgeklopt en uitgebuit voor hun sinistere
doeleinden, en de bevolking door extreemrechtse haatpropaganda bepaalde groepen in onze samenleving als vijanden gaat beschouwen.
Hoe zoiets eindigt weten we ook, want de herinnering aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog waartoe dergelijke
zondeboktheorieën hebben geleid, zullen voor eeuwig in ons nageslacht blijven voortleven.