De Duitsers zochten na de oorlog naar een verklaring voor de nederlaag en aangezien zowel Paul von Hindenburg en Ludendorff zelf,
als bevelhebbers van het Duitse leger, in feite de directe verantwoordelijken waren voor de Duitse catastrofe, maar dat blijkbaar
niet konden of wilden verteren, leek het verhaal van een 'jüdisch-freimaurerische Weltverschwörung' hen prima uit te komen.
In plaats van de schuld bij zichzélf te leggen, werden de zondebokken van toen de communisten, joden, jezeuïten en de vrijmetselaars die door
hun internationale contacten het Duitse volk hadden willen vernietigen en verantwoordelijk waren voor de nederlaag. Erich Ludendorff
werd de grootste promotor van de Dolksteeklegende.
Intussen werd ook in 1919 voor het eerst in Duitse vertaling De Protocollen van de Wijzen van Sion gedrukt en verspreid.
Adolf Hitler had de Protokollen ook bestudeerd en
besteedde er in zijn boek Mein Kampf ruimschoots aandacht aan. Het eerste deel van Mein Kampf had Hitler geschreven in de periode
tussen 11 november 1923 en 20 december 1924 toen hij in de gevangenis van Landsberg opgesloten zat na zijn mislukte putsch en
het werd op 18 juli 1925 uitgebracht. Hitler aanzag de Protocollen als een van zijn belangrijkste bronnen en
beschouwde ze als authentieke historische documenten.
Eveneens een grote inspiratiebron voor de aanhangers van het judeo-maçonnieke komplot was het boek 'Weltfreimaurerei,
Weltrevolution, Weltrepublik- Eine Untersuchung über Ursprung und Endziele des Weltkrieges' dat in 1919 in München door de
Duitse occultist Dr. Friedrich Wichtl werd uitgebracht. Wichtl had zich gespecialiseerd in de verspreiding van
het zgn. maçonnieke complot dat de wereld ging veroveren. Wanneer Heinrich Himmler voor het eerst in 1919 het werk van
Dr. Wichtl las wordt hij zelf een devoot occultist waarmee hij later de ganse SS zal doordrenken.
Generaal Ludendorff zetelde tussen 1924 tot 1928 als lid van de Rijksdag voor de NSDAP. Rijkspresident Erich Ebert werd na zijn
dood in 1925 opgevolgd door Maarschalk Paul von Hindenburg, de held van WOI (die wel de oorlog had verloren). In 1925 had Ludendorff samen met
Konstantin Hierl de Tannenbergbund opgericht die hij met zijn echtgenote Mathilde Spieß (1877-1966) met wie
hij in 1926 huwde, verder zal uitbouwen tot ze later in 1933 door de NSDAP werd verboden. De Tannenbergbund verwees uiteraard naar
de legendarische Slag bij Tannenberg van 1914 waar het Duitsers het numeriek veel sterkere Russische leger hadden verslagen.
Het echtpaar Erich en Mathilde Ludendorff pikte handig de draad op bij deze zogeheten wereldwijde samenzwering die
verantwoordelijk zou zijn geweest voor de nederlaag in 1918. In 1927 brengt Erich Ludendorff in München het boek
"Vernichtung der Freimaurerei durch Enthüllung ihrer Geheimnisse" uit. Volgens Ludendorff stond achter de
vrijmetselarij het jodendom. Vrijmetselaars noemd hij zelfs nep-joden. In zijn boek schrijft hij: "Die Grundlagen der Freimaurerei,
ihr Mythos und, wie wir sehen werden, die Abstempelung geben die Mittel, jüdische Moralbegriffe den anderen Rassen, Völkern
und einzelnen Menschen und damit auch den Deutschen aufzudrücken und ihn zu verjuden, ihn zu entsitlichen und seinen Stolz
zu brechen."
Zijn vrouw Mathilde bleek erg tevreden met het werk van haar man en concludeerde: "Die Freimaurerei ist durch diesen Schlag des
Feldherrn vernichtet und das Deutsche Volk wieder einmal durch ihn vor dem Untergang gerettet." De haat van de
Ludendorffs tav de vrijmetselarij had vermoedelijk ook een biografische oorzaak. Zo zou Ludendorff in 1923 de vrijmetselaarsloge
'Empor' in München hebben bezocht en om intreding hebben verzocht. Dit verzoek werd echter afgewezen.
Vanaf 1929 begon het echtpaar Ludendorff zowaar aan een echte en persoonlijke kruistocht tegen de vrijmetselarij. In zijn
anti-maçonnieke thesissen schreef Ludendorff:
"1. Das Geheimnis der Freimaurerei ist überall der Jude. (Het Geheim van de Vrijmetselarij is overal de jood)
2. Es gibt nur eine Weltloge.
3. Beziehungen zum Christentum sind in der Freimaurerei nur rein äußerlich vorhanden, und zwar auch nur soweit sie
im Grunde im Alten Testament wurzeln.
4. Das Ziel der Freimaurerei ist die Verjudung der Völker und die Errichtung der Juden- und Jehova-Herrschaft mit Hilfe
aller Völker.
5. Die Organisation der Weltloge geschieht nach Ordensprovinzen, an deren Spitze die Vicarii Salomonis stehen; Der Name des
über den Vicarien stehenden Oberen bleibt Geheimnis, bis er die Regierung persönlich übernimmt.
6. Freie, aufrechte, stolze Männer kann die Freimaurerei nicht schaffen, sondern nur eingeschüchterte Menschen.
7. Die Verbindungen der Freimaurer sind staatsgefährlich, vielleicht sogar landes- und hochverräterisch.
Ook de NSDAP partij-ideoloog
Alfred Rosenberg (1893-1946), die tevens hoofdredacteur
was van de Völkischer Beobachter (NSDAP-krant), sloofde zich in die krant uit om de autenticiteit van Der Protokolle der Weisen
von Zion aan te tonen. Rosenberg was een van de meest begeesterde leiders van de nationaal-socialisten in haar strijd tegen de
vrijmetselarij. Het is vooral door de aanhoudende propaganda van Rosenberg dat de nationaal-socialisten zich de thesis van de aloude
gekende samenzweringstheorieën zullen eigen maken.
In 1919 was Rosenberg vanuit Rusland naar Duitsland geëmigreerd en vestigde zich in München, de geboortesstad van de NSDAP.
Rosenberg sloot zich aan bij het illustere Thule Gesellschaft,
een Germaans/Arische organisatie. Als theoreticus van de Thule sloot hij zich spoedig aan bij de Deutsche Arbeiterpartei
(Duitse Arbeiderspartij; DAP), waar inmiddels Adolf Hitler de grote bezieler (en later de Führer) van was geworden. In 1930
schreef Rosenberg zijn bekendste boek 'Der Mythus des 20. Jahrhunderts', een verhandeling over antisemitisme, jodendom en
christendom.
Alfred Rosenberg werd na de Duitse invasie in de Sovjet-Unie (Operatie Barbarossa, 22 juni 1941) door Hitler benoemd tot Minister
van de Duitse bezette gebieden in Oost-Europa. Na de Duitse capitulatie in mei 1945 werd hij in een militair ziekenhuis in
Flensburg-Mürwik gearresteerd door Belgische(!) SAS'ers. Tijdens het proces van Neurenberg werd hij op 1 oktober 1945 ter dood
veroordeeld en op 16 oktober 1946 opgehangen.