Omstreeks 1880 leefden er ongeveer 125.000 joden in Palestina, dat toen nog -en dat sinds 1517- deel uitmaakte van het Turks-Ottomaanse Rijk.
Als gevolg van de moord op de Russische Tsaar Alexander II, die in de schoenen van de joden wordt geschoven, vinden op 13 maart 1881
bloedige pogroms plaats waarbij vele duizenden Russische joden worden afgeslacht. Het woord 'pogrom' is trouwens van Russische oorsprong en
betekent 'oproer, rellen'. Als gevolg van deze Russische pogroms ontstaat wat nu bekend is als de 1ste Aliyah (1882-1903), de terugkeer van joden naar Israël of
naar het Beloofde Land. Ongeveer 25.000, hoofdzakelijk Oost-Europese joden waarvan het merendeel Russen zijn, vluchten hun land van
oorsprong uit en vestigen zich in Palestina. In 1882 wordt in Palestina ook een bewakingsdienst ingericht, de zgn. shomrim, o.l.v.
Abraham Shapira. Na een tijd werden deze bewakingsdiensten van joodse nederzettingen in de praktijk uitgevoerd door arabische
inwijkelingen.
Eind negentiende eeuw is Frankrijk in de ban van de
Dreyfus-affaire en op 14 februari 1896 publiceert de
zionistische pionier Theodor Herzl (1860-1904) zijn bekendste boek 'Der Judenstaat' waarin hij pleit voor de oprichting van een onafhankelijke joodse staat in het
bijbelse Palestina. Het zionisme is een historische werkelijkheid geworden. Na de dood van Herzl in 1904 komt een 2e Aliyah (1904-1914) op gang
mede als gevolg van pogroms in Kishinov in april 1903. 35.000 joden, voornamelijk uit Polen en Rusland, komen Palestina binnen.
In 1907 vonden
Yisraël Shohat, Yitzhak Ben Zvi en Alexander Zeid het zo geen goed idee voor de veiligheid om de shomrim door arabieren te laten doen
en richtten in het geheim de Bar Giora op. In 1909 werd de Bar Giora geïntegreerd in de
HaShomer met het doel de joodse bezittingen te beschermen. De belangrijkste leiders binnen Hashomer waren
Izhak BenZvi, Israël Giladi, Alexander Zeid en Israël Shohat. Deze vroege voorloper van wat later het Israëlische
leger zal worden, ging in 1920 op in de Hagannah.
Na het einde van de Eerste Wereldoorlog en mede als gevolg van de Russische revolutie (1917) er andermaal bloedige pogroms plaats vinden
in de Oekraïne heeft de 3e Aliyah (1919-1923) plaats en immigreren ongeveer 35.000 joden, voornamelijk Russen (ruim 50%), Polen (36%),
maar ook mensen uit Letland, Roemenië en andere Oost-Europese landen, naar Palestina. Intussen komt na het einde van de Eerste Wereldoorlog
tegelijk ook een einde aan het Ottomaanse Rijk en valt Palestina onder Brits bestuur. Voordien, 2 november 1917, had Lord
Balfour, de Britse minister van Buitenlandse Zaken een verklaring uitgebracht waarin hij voorstelde om de joden een eigen staat
te schenken in Palestina.
De Balfourverklaring
was op dat moment in feite alleen maar een poging van de Engelsen om het gebied weer onder controle te krijgen. Vanaf 1920
wordt Palestina een Brits Mandaat en onder toezicht van de Volkenbond. De Britten splitsen in de jaren twintig het deel af dat ten
oosten ligt van de rivier de Jordaan en noemen het Transjordanië onder het gezag van de Jordaanse familie van Koning Hoessein.
Met de toenemende immigratie van joden naar Palestina neemt ook het Arabische protest toe. De Hagannah had zich inmiddels
op militaire leest geschoeid en blijft zich verder ontwikkelen als gevolg van het feit dat de Britten onvoldoende bescherming boden
aan de yishuv (zoals de joodse kolonisten zich noemen). Als gevolg van de economische crisis in Polen en de immigratiebeperkingen die de Verenigde Staten
in 1924 instellen komt de 4e Aliyah (1924-1932) op gang. Ongeveer 82.000 joden, waarvan de helft Polen, immigreren naar Palestina.
23.000 van hen zullen het land later weer verlaten en naar elders vertrekken.
In 1931 wordt door een groep bevelhebbers van de Haganah Irgoen Zwa’I Leumi ('Etzel') opgericht. Vanaf 1934 zal
de Etzel onder de leiding komen van Menachem Begin, de latere premier van Israël. Tijdens de Arabische opstand van 1937 gaat
een deel van de Etzel terug naar de Hagannah en een ander deel schaarde zich rondom een nieuwe Etzel geleid door de zionist
Zeev Jabotinsky (1880-1940), die berucht werd voor zijn gewapende vergeldingsacties tegen de Arabieren. Na de
publicatie van het Brits Witboek van 1939 richtte
de Etzel zich ook tegen de Britse autoriteiten.