De joodse majoor
Edmund Leopold de Rothschild
die het bevel voerde over de 604 of 'P' Batterij, een van de drie batterijen van het
200ste (joodse) Field Regiment en dat toegevoegd was aan de Joodse Brigade, verhaalde over de acties van de Brigade in Italië.
De joodse Brigade werd eind februari '45 geposteerd aan de rivier Senio, de laatste buitenpost van de geallieerde strijdkrachten, waar
ze posities innam aan de zuidelijke oever. De noordelijke oever werd volledig bezet door de Duitsers en hun taak werd het om als
onderdeel van het geallieerde commando, die oever te ontruimen zodat de finale doorsteek naar Noord-Italië kon gemaakt worden.
In het begin was er maar sporadisch actie te bespeuren maar dat zou niet lang duren. De geallieerden trokken een rookgordijn op en
de Joodse Brigade trok de rivier over en dreven de Duitsers voor zich uit. De actie stond onder leiding van kolonel Ben Artze, die
commandant was van het 1ste Bataljon van de Brigade Groep en later generaal werd in het Israëlische leger. De Brigade bereikte
enkele dagen later achter de terugtrekkende Duitsers de stad Bologna.
De Brigade trok nadien weer verder op naar Udine dat door Nieuw-Zeelandse eenheden was bevrijd. De Brigade kreeg de opdracht om
Servische eenheden die onder de Duitsers dienden, en doelloos rondom de stad trokken, te ontwapenen. Door middel van een list
slaagt de Joodse Brigade erin om de Serven in de val te lokken en hen zonder veel bloedvergieten te ontwapenen. Einde juli 1945 had
de Brigade het Italiaanse Tarvisio bereikt dat op de grenzen ligt van Oostenrijk, Italiëen Joegoslavië.
Spoedig kreeg de Brigade orders om in zes dagen naar het Belgische Leuze (dicht bij Namen) op te trekken. De Brigade was daarmee
de enige Veld Artillerie Batterij die de Alpen overstak. De ganse tijd werden ze door de Duitsers ongelovig aangestaard, die
uiteraard de overbekende joodse Davidster (Magen David) hadden opgemerkt, die overal op de legervoertuigen was geschilderd. Toen
de Brigade Mannheim aandeed, en een bord tegenkwamen met 'Judenrein' (vrij van joden) deed hun komst meteen stof opwaaien:
"Mishmerdach! Die Juden kommen! Die Juden kommen!" en worden overal waar ze komen door de
mensen omringd als waren ze wezens van een andere planeet.
De majoor had ervoor gewaakt dat zijn mannen er netjes uitzagen en hun geweren goed opgeblonken hadden. Toen de
Brigade op het centrale marktplein aankwam deed er zich een kleine opschudding voor. Uit de menigte kwam een kleine trieste groep
overlevende joden naar voor, nog steeds gekleed in hun gestreepte KZ-gevangenisplunje. Ze naderden aarzelend de vrachtwagens
en kusten de Davidster op de portieken. Dit was een erg emotioneel moment voor de joodse Brigadisten. Nadien bezocht de Brigade
nog verschillende concentratiekampen waar ze verschrikkelijke taferelen aantroffen.
Op 2 augustus 1945 bereikte de Brigade België, waar ze orders ontvingen om verder door te trekken naar Nederland waar ze
de opdracht kregen om vele Duitse landmijnen in en rondom Venlo op te ruimen en onschadelijk te maken. In België gaf de majoor
zijn manschappen een 48-uren verlofpas om verstrooing te zoeken in de lichtstad Parijs. In werkelijkheid trokken de joodse soldaten
naar de concentratiekampen om er op zoek te gaan naar familieleden die misschien de kampen hadden overleefd.
De 48-uren verlofpas kon niet verhinderen dat vele soldaten verscheidene weken wegbleven van hun eenheid. Sommigen trachten
voor joden, joodse familieleden of vrienden hun ontsnapping naar Palestina te organiseren (zie verder). Na enkele weken waren
de meeste soldaten teruggekeerd naar hun eenheid. Sommigen met slecht nieuws.. anderen met totaal geen nieuws...
In mei 1946 werd de majoor gedemobiliseerd en keerde terug naar Engeland. Later zal de majoor de Rothschild zichzelf spelen in de
documentaire film uit 1998 'In Our Own Hands' (zie bronnen), waarin het verhaal verteld wordt van de volledig joodse eenheid tijdens
de Tweede Wereldoorlog. Vele leden/soldaten van de Joodse Brigade zouden nog lange tijd actief blijven in de Aliyah Bet (zie verder).
In het boek van Howard Blum 'De Brigade' (zie bronnen) wordt eveneens gewag gemaakt van wraakacties, ttz. eerder liquideringsacties
van belangrijke nazi's en SS'rs die zich schuldig hadden gemaakt aan de holocaust. Sergeant Israël Carmi van de Joodse Brigade
meldde zich in mei 1945 aan bij majoor Shlomo Shamir met het verzoek om te worden overgeplaatst naar de Britse Inlichtingendienst.
Carmi stelde een nieuwe eenheid samen, voornamelijk Duits sprekende joden die hij recruteerde bij de Amerikaanse 301ste
Inlichtingeneenheid. Carmi maakte daarbij gebruik van zijn positie bij én de Britse Inlichtingendienst én de Joodse
Brigade, waarvan velen hun naaste verwanten hadden verloren in de dodenkampen. Carmi was voordien actief geweest in de Hagannah en
was goed op de hoogte van de speciale ondervragingstechnieken die hem thans goed van pas zouden komen.
Sergeant Israël Carmi stelde verschillende moordteams samen, huliya, die elk hun weg gingen en enkel belust
waren op wraak op de nazi's voor hun vele misdaden jegens de joden en hun families. Door documentatie die hen van zowel door de
Engelse als door de Amerikaanse inlichtingendiensten werd toegespeeld, werden lijsten aangelegd van leden van de Gestapo en SS'rs.
Die SS'rs waren eenvoudig te herkennen doordat zij hun bloedgroep getatoeerd hadden onder hun linkerarm. Telkens ze een SS'r te
pakken kregen klonk het onverbiddellijke verdict: "In naam van het joodse volk veroordeel ik u tot
de doodstraf.", waarop de SS'r of Gestapo een kogel door het hoofd kreeg of gewurgd werd. Naar schatting tussen
tweehonderd tot driehonderd nazi's werden op enkele maanden tijd door deze speciale teams geliquideerd.