In de aanloop naar het Internationaal Tribunaal dat te Neurenberg werd gehouden, verzamelden de verschillende inlichtingendiensten
gegevens en bewijzen om de verantwoordelijken voor de oorlog en de holocaust te berechten. De eerste officiële schattingen
van het aantal vermoorde joden hielden het toen op 5.993.900 slachtoffers. In West-Europa hadden ongeveer 750.000 joden de judeocide
overleefd. Exacte cijfers waren zo kort na de oorlog moeilijk te bepalen. Later werd dit cijfer enkele keren bijgesteld en op dit
ogenblik situeren huidige wetenschappelijke historici de totale dodentol ergens tussen 5,1 miljoen en 5,6 miljoen.
Van dat driekwart miljoen Europese overlevenden joden werden een derde deel ervan vastgehouden in 92 vluchtelingenkampen verspreid over Duitsland en
Oostenrijk. Hun toestand was bijzonder zorgwekkend. Zo bijvoorbeeld stierven er in KZ Bergen-Belzen de eerste maand na de bevrijding
ruim 13.000 joden als gevolg van de doorstane ontberingen, ziektes en totale uitputting.
Een delegatie van de Joodse Brigade had na de bevrijding een inspectieronde gemaakt langs de concentratiekampen. Een boze
kapitein Aharon Hoter-Yishai, officier in de Joodse Brigade, bracht in juni 1945 verslag uit bij het geallieerde
opperbevel:
Speciaal rapport betreffende de situatie van de joodse vluchtelingen in de
vluchtelingenkampen in Oostenrijk en Duitsland.
[..]Er zijn twee soorten kampen, gemengde kampen en kampen met alleen joodse
vluchtelingen. In de gemengde kampen, b.v. Schleissheim, Garmish enz., zitten joodse en niet-joodse vluchtelingen op elkaar gepakt,
wat in verschillende kampen tot botsingen heeft geleid vanwege de anti-semitische instelling van de niet-joodse bewoners van het
kamp [...] Er zijn drie ernstige problemen die moeten worden opgelost. Het eerste is de gebrekkige voedselvoorraad en het gebrek aan
kleding. De mensen die in deze kampen wonen, zijn jarenlang uitgehongerd in de concentratiekampen en zijn nu hongerig en ondervoed.
Het feit dat ze op hetzelfde rantsoen zijn gesteld als de burgerbevolking, die nog steeds voedselvoorraden heeft, is reden voor
veel bitterheid [...] en ze krijgen geen betere behandeling dan onze vroegere vijanden. Het tweede is een psychologisch probleem [..]
Iedereen wil weten of er nog familieleden in leven zijn, maar er is niemand tot wie zij zich kunnen richten voor informatie. Het
derde probleem is de kwestie van de repatriëring en immigratie. Vele joodse vluchtelingen, zowel uit geallieerde als
vijandelijke landen, zijn nog steeds bang dat ze gedwongen zullen worden terug te keren naar het land waar ze vandaan komen [..]
Kapitein Hoter-Yishai slaagt erin om zijn rapport voor te leggen aan de bijzondere Amerikaanse afgezant van de vluchtelingenkampen,
die zijn kantoor hield in Frankfurt, en stilaan verbeteren de omstandigheden. De voedselrantsoenen werd verhoogd, de gestreepte
gevangeniskleding werd vervangen door nieuwe kleren, de joden werden gescheiden van de niet-joodse vluchtelingen. Daarnaast werd
beslist om, na de goed georganiseerde pogroms die op klaarlichte dag werden gehouden in Polen en Oekraïne, af te zien van de
politiek om de joden terug te sturen naar hun land van herkomst.
Op 15 juni 1945 verzocht de Joodse Raad bij het Britse Mandaat om 100.000 overlevenden joden naar Palestina te laten immigreren.
Het verzoek werd genegeerd. Ondertussen deed zich een zoveelste incident voor. Terugkerende joden werden in het Poolse Kielce op
straat met bijlen bewerkt terwijl de politie toekeek. Tot grote verbijstering van de Joodse Raad vaardigde de Poolse regering enkele
dagen na dit incident het volgende edict uit: alle joden, inclusief de geschatte 120.000 die waren teruggekeerd uit de Sovjet-Unie,
moesten in Polen blijven (zie verder).
Groot-Brittannië sloot intussen haar Europese grenzen om te beletten dat joodse vluchtelingen via Frankrijk en Italië
naar de havens in het zuiden zouden trekken. President Truman, drong er bij de Britse premier op aan om honderdduizend joden te
laten immigreren naaar Palestina. De ironie wil dat de Verenigde Staten zelf de eerste drie jaren na het einde van de oorlog
slechts 12.000 joodse vluchtelingen toestemming gaf om naar de V.S. te reizen.
Onder druk van President Truman deed de Britse minister van Koloniën een kleine toegeving en stond het aan amper 1.500(!)
joodse vluchtelingen toe om naar Palestina af te reizen. Heel de discussie omtrent het lot van de joodse overlevenden
onlokte bij Chaim Weizmann, de latere eerste president van Israël het volgende bittere citaat:
"De wereld is verdeeld in twee delen. Een waar de joden niet kunnen leven. En een waar ze niet heen
kunnen."