De soldaten en officieren van de Joodse Brigade waren echter vastbesloten om zich niet te storen aan
regeringen, wetten, rapporten en decreten en traden in actie om de joodse overlevenden van de holocaust uit hun benarde naoorlogse
situatie te redden en de Bricha (het hebreeuws voor 'ontsnapping') te organiseren.
Bricha was de georganizeerde illegale immigratie beweging, die de joden vanuit Oost-europa doorheen de bezette zones naar Israël
moest brengen. Het was wellicht de grootste georganizeerde clandestiene bevolkings overdracht in de geschiedenis. Het doel bestond
erin om de havens aan de kusten te bereiken, van waaruit clandestiene schepen, die gearrangeerd werden door de
Aliyah Bet organisatie, de overtocht over zee maakten en zo de joden naar Palestina brachten. Aliyah Bet werd
gesticht door de joodse partizaan Abba Kovner samen met andere overlevende partizanen van Vilna, en startte haar
clandestiene operaties in juli 1945.
In juli 1945 arriveerde Abba Kovner (1918-1987) in Taravisio (Italië) waar de Joodse Brigade was gestationeerd en trachtte
hen in een speech te recruteren voor zijn activiteiten van de Nakam (=wraak), die tot doel had de
verantwoordelijken voor de holocaust op het joodse volk te wreken. Tijdens een beveiligde bijeenkomst in een boerderij in Camperosso
vertelde hij de Brigadisten over zijn nieuwe plan. Hij wilde de Duitse waterbronnen vergiftigen, München, H&amburg en
Neurenberg zouden de eerste doelwitten worden. Zijn streven was 'zes miljoen voor zes miljoen'. Zijn ideeën werden door de soldaten
van de Brigade maar koel onthaald maar zouden later toch in beperkte en selectieve mate opgevolgd worden (zie verder).
Korte tijd na die bijeenkomst reisde Kovner naar Israël om daar ook steun te zoeken voor zijn 'Nakam'.
Op de weg terug naar Europa echter werd Kovner opgepakt, terug naar Israël gedeporteerd maar even later weer vrijgelaten. Hij
werd actief in de ondergrondse beweging — Vitka Kampner — en trok zich met enkele partizanen terug in de kibboets Ein Hahoresh.
Tijdens de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog van 1948-1949 was Kovner een officier die zich met culturele activiteiten inliet
in de beruchte Givati Brigade.
Na die oorlog trok hij zich terug in de kibboets en bracht zijn tijd voor de rest van zijn leven door met het schrijven van boeken.
Er werd een ondergronds netwerk opgezet dat de joodse overlevenden doorheen Polen naar de Amerikaanse bezettingszones in Duitsland
moest brengen. Zowel de Amerikaanse zone-commandanten alsook de Tsjecho-Slowaakse regering lieten deze infiltratie oogluikend toe.
Soldaten van de Joodse Brigade en het ondergrondse joodse leger in Palestina, de Hagannah, leidden de ganse operatie
en fondsen werden overal te wereld ingezameld door het JDC (Jewish Defense Commitee). De begeleiders van Bricha die de vluchtelingen
escorteerden waren dikwijls zelf overlevenden van de kampen.
Uit alle hoeken van Europa reisden joodse overlevenden naar het westen. Ze liepen door dichte bossen, sukkelden moeizaam
besneeuwde bergpassen over of reisden mee in overvolle treincoupé's. Geen obstakel kon deze mensen stoppen om ooit terug te leven
zoals ze voorheen geleefd hadden: temidden van hun families, vrouwen en kinderen. Deze joden hadden niet de oorlog en de kampen
overleefd om nu ten onder te gaan aan die naoorlogse zogeheten 'vrede'.
De Joodse Brigade, die aanvankelijk werd opgericht als strijdmacht binnen het 8ste Britse Leger, veranderde ter plekke haar doelstellingen.
De Brigade zou de Bricha leiden als een militaire operatie. Ze had een goed getrainde organisatie ter plaatse en was ruim uitgerust
met een schat aan voorzieningen zoals voedsel, vrachtwagens en kleding. Ze stonden organisatorisch helemaal paraat om duizenden mensen
doorheen gans Europa te loodsen en hen naar de havens aan de Middellandse Zee te transporteren. De transportuitgaven
werden gedekt door het American Jewish Joint Distribution Committee, dat ook voorzag in opvangplaatsen en voedsel onderweg op de Bricha routes.
In het algemeen lieten de Sovjet-autoriteiten oogluikend de gang van zaken toe, de Britten zaten politiek helemaal klem en
de Amerikanen accepteerden de situatie doordat ze geen geweld durfden te gebruiken om de vlucht een halt toe te roepen.
De joden hadden met de hulp van de partizanen van Abba Kovner tevergeefs getracht te ontsnappen via Roemenië maar werden
voortaan doorgezonden naar Italië, waar de Joodse Brigade haar vaste standplaats had. Het netwerk van de Bricha had zich aldus
helemaal uitgebreid over gans Oost- en West-Europa. Tussen augustus 1945 en het einde van juni 1946 had de Bricha de ontsnapping
van 48.106 joodse vluchtelingen uit Polen bewerkstelligd.
De eerste echte grote golf van de Bricha (ontsnapping) gebeurde in de twee volgende maanden na de pogrom van
4 juli 1946 in Kielce (Polen) waarbij 42 teruggekeerde joden op straat werden vermoord
(bron: The Kielce Pogrom). Als gevolg van deze
Poolse pogrom raakten meer dan 90.000 holocaust overlevenden in paniek en trachtten zo snel weg te raken van hun Poolse vervolgers
met als het directe gevolg dat de Bricha-organisatie de toevloed van vluchtelingen nauwelijks meer aankon. Tussen juli 1945 en mei
1948 (wanneer Israël onafhankelijk werd) zullen om en rond de 250.000 joodse overlevenden via de Bricha
route veilig naar Palestina ontsnappen.
Mede als gevolg van deze illegale activiteiten van de Joodse Brigade, besloot de Britse regering in de zomer van 1946 er toe om
de Brigade te ontbinden en dit betekende de facto het officiële einde van de Joodse Brigade. De soldaten en
officieren van de Brigade hadden zich intussen volledig geconcentreerd op de Bricha die nog tot aan de Israëlische
onafhankelijkheid zal blijven voortduren.