Een absoluut dieptepunt in de Britse politiek tav te immigratie van joodse vluchtelingen naar Palestina was de entering van het
schip Exodus 1947 door de Britse marine net binnen de territoriale wateren van Haïfa. De Exodus 1947 was op 11 juli 1947 vanuit
de Franse havenstad Marseille naar Palestina afgereisd met aan boord 4515 overlevenden van de holocaust -waaronder 655 kinderen-, afkomstig
uit Duitsland, Polen, Hongarije en Frankrijk.
Van zodra de Exodus de Franse territoriale wateren had verlaten werd het gevolgd door Britse oorlogsschepen. Op 18 juli 1947
werd de Exodus geënterd door de Britten. Er ontstond een kort vuurgevecht tussen joodse vluchtelingen en de Engelse soldaten
waarbij twee immigranten en een bemanningslid werden gedood en dertig anderen gewond. Het schip werd de haven van Haïfa
binnen gesleept en de immigranten werden gedwongen om opnieuw in te schepen om andermaal gedeporteerd te worden naar Frankrijk.
In de zuid-Franse havenstad Port-de-Bouc weigerden de onfortuinlijke kandidaat-immigranten echter de schepen te verlaten.
Ondanks een zware hittegolf, het tekort aan water en voedsel, en de immigranten die dicht opeengepakt zaten in de ruimen van de
schepen in verschrikkelijke sanitaire toestanden, hielden zij het verzet 24 dagen vol. De wereldpers was massaal aanwezig
om dit humane schandaal te verslagen en in beeld te brengen.
Op aandringen van Abba Eban (1915-2002), die toen de joodse afgevaardigde was bij UNSCOP (UN Special Commmittee On Palestine),
brachten vier VN-afgevaardigden een bezoek aan Haïfa om te getuigen van de Britse brutaliteit tegen de joodse vluchtelingen:
"De joodse vluchtelingen hadden besloten om niet lijdzaam hun verbanning te accepteren. Als
iemand wilde weten wat Churchill bedoelde met een "vuile oorlog", dan zou hij daar achter kunnen komen door te kijken
hoe de Britse soldaten met geweerkolven, brandslangen en traangas de overlevenden van de vernietigingskampen aanpakten. Mannen,
vrouwen en kinderen werden met geweld uit de gevangenisscheppen gehaald, in kooien in de scheepsruimen opgesloten en uit de Palestijnse
wateren verdreven."
De Franse regering weigerde om met geweld de schepen te onruimen en de Britten besloten uiteindelijk om de immigranten naar Duitsland
te voeren. Op 22 augustus 1947 voeren de schepen de haven van Hamburg binnen, dat toen in de Britse bezttingszone lag. De joodse
overlevenden werden in Hamburg andermaal met onnodig geweld gedwongen de schepen te verlaten en naar twee kampen gedeporteerd in
de omgeving van Lübeck.
De journalisten die de hele tijd verslag uitbrachten over dit drama schreven over de wreedheid en harteloosheid
van de Britten. De wereldopinie bleef diep geschokt achter en verontwaardigd over de Britse politiek. Onder binnenlandse en buitenladse politieke druk
werden de Britten aldus gedwongen om hun immigratiepolitiek te herzien. Illegale immgranten werden niet langer naar Europa gezonden
maar in plaats van getransporteerd naar opvangkampen op het eiland Cyprus.
De meerderheid van de passagiers van de Exodus 1947 konden zich uiteindelijk vestigen in Israël, alhoewel de meesten van hen
toch nog zullen moeten wachten tot de oprichting van de staat Israël in mei 1948 een feit werd.
Opmerking: Het drama van de Exodus 1947 werd in 1960 verfilmd door Otto Preminger (1906-1986) met Paul Newman (º1925) als
Ari Ben Canaan in de hoofdrol, zie filmgegevens: IMDB. Dat
naar het gelijknamige boek van Leon Uris (1924-2003). Zie ook op deze website omtrent Uris:
Mila 18