Ongetwijfeld heeft het dramatische incident met de Exodus 1947 de onafhankelijkheid van Israël in een stroomversnelling gezet.
Op 29 november 1947, nauwelijks twee maanden na dit drama, werd door de Verenigde Naties de
Resolutie 181 aangenomen, waarin de facto besloten werd om
Palestina op te splitsen in twee delen: een Arabisch en een joods deel, zodat de joden de kans kregen om hun eigen staat konden oprichten.
In 1947, stemde ook België in met de resolutie en de opsplitsing van Palestina en het recht van de joden om een eigen joodse staat
te vestigen. België was tevens één van de eerste landen die diplomatieke betrekkingen aanging met de kerseverse
staat Israël.
In de nacht van 14 op 15 mei 1948 werd de onafhankelijkheid van Israël uitgeroepen door David Ben-Goerion(1886–1973)
die hiermee de eerste premier werd van Israël en met Chaim Weizmann(1874-1952) als de eerste president. Op dat
ogenblik leefden er ongeveer 600.000 joden in Palestina.
Nauwelijks elf minuten later volgde de erkenning door de Verenigde Staten. De volgende ochtend drongen de legers van Arabische
staten Egypte, Syrië, Jordanië en Irak de pas opgerichte staat binnen. Ook de duizenden leden van de Joodse Brigade namen
massaal deel aan de onafhankelijksheidsoorlog van 1948. Hun opgedane oorlogservaring aan het Italiaanse front kwam hen goed van pas
in de strijd tegen de arabische invallers. De gevechten hielden aan tot in het voorjaar van 1949 en leidden tot de nederlaag van
de omringende Arabische landen. Onder impuls van de Verenigde Naties werd een voorlopige wapenstilstand bereikt.
Van 1948 tot eind 1951 vindt een massale aliyah plaats: hele joodse gemeenschappen worden naar Israël overgebracht.
Meer dan 37.000 van de 45.000 joden uit Bulgarije, 30.500 van de 35.000 uit Libië, bijna alle 45.000 uit Jemen
(operatie ‘magic carpet’), 121.500 van de 130.000 uit Irak (operatie ‘Ezra & Nehemia’), tweederde (= 103.732) van alle Poolse
joden, éénderde van de 118.940 joden uit Roemenië. Tussen 1955 en 1957 arriveren meer dan 70.000 Marokkaanse
joden. Ruim 15.000 vluchten uit Tunesië in 1956. Uit Polen komen (opnieuw) veel joden: 34.426 vluchtelingen tussen 1955 en
1957. In Hongarije voltrekt zich in 1956 een revolutie: 8.682 joden komen naar Israël. In 1956 speelt zich de
Sinaï-campagne af en 14.562 joden bereiken Israël.
Ook het lot van de zgn. Zwarte Joden, de Falasha's van Ethiopië, was door de oorlogssituatie erg onzeker geworden. Ethiopië
werd tussen 1936 en 1941 bezet door het Italiaë van de fascist Benito Mussolini. Tijdens die periode werden de joodse activiteiten
volledig onmogelijk gemaakt. De oorsprong van de Falasha's, die zichzelf Beta Israël heten, ligt ergens aan het begin van onze tijdrekening.
Tijdens Operatie Mozes die begon op 21 november 1984 en duurde tot in het begin van 1985, werden 8.000 Falasha-joden naar
Israël gehaald. Kort voordien hadden reeds een 4.000 Falasha joden Israël bereikt. Begin jaren negentig werden met de
Operatie Salomon nog eens 14.325 Ethiopische joden naar Israël getransporteerd.
Ook de Russische joden immigreerden masaal naar Israël. Tot aan 1989 werd het de Russische joden met mondjesmaat toegestaan
om te emigreren naar de Verenigde Staten en naar West-Europa. Eind 1989 sloten deze landen hun deuren voor de Russische joden. Na de val van
het IJzeren Gordijn weken de Russische joden massaal uit naar Israël. In 1995 en 1996, waren ruw geschat 83% van alle immigranten
in Israël, of zowat 59.000 joden, afkomstig uit Rusland of uit landen van de voormalige Sovjet-Unie.
Vandaag spreken zowat 20% van de joden in Israël de Russische taal. In 1998 verlieten opnieuw 14.000 immigranten Rusland naar Israël en nog
eens 46.000 uit de voormalige Sovjet-republieken. Op dit ogenblik leven nog steeds 717.000 joden in Rusland, 142.000 in Oekraïne en ongeveer 150.000 in de overige dertien
voormalige Sovjet-republieken. De voornaamste reden die wordt aangehaald om te emigreren is het toenemende anti-semitisme in die landen.
De meest recente cijfers, oktober 2005, brengen de totale bevolkingspopulatie in Israël op 6.955.000 personen. In
vergelijking met mei 1948 toen de staat werd gesticht en op dat ogenblik 806.000 inwoners werden geteld, is dat 8,5 maal meer.
5,3 miljoen (76%) van de Israëli's zijn joods en 1,1 miljoen (20%) zijn Arabisch. Enkel de Verenigde Staten tellen meer joden
dan Israël onder haar inwoners, ttz. 5,914 miljoen of 2% van haar totale bevolking. 300.000 van de Israëlische inwoners
worden aangeduid als 'overigen'. 65% van de Israëli's (joden en arabieren) werden in Israël geboren. 1.930.000 Israëli's waren dat niet
en kwamen bijgevolg als nieuwe migranten het land in, hoofdzakelijk uit Rusland (950.000), Marocco (157.000),
Roemenië (110.000), Noord-Amerika (77.000), Ethiopië (70.000), Irak (70.000) en Polen (64.000).
Bron van het aangehaalde cijfermateriaal: JVL: The Jewish Population of the World (2005)