In 1957, tien jaar voor de Zesdaagse Oorlog verklaarde de toenmalige President van Egypte, Abdul Nasser:
"Wij zullen de joden in de zee drijven en hen uitvagen als natie.". In hetzelfde jaar ontplofte de oorlog in de Sinaï.
Tot grote verrassing van iedereen won Israël de oorlog tegen de Egyptische invaller en dat op enkele dagen tijd. Opnieuw
herhaalde President Nasser aan het begin van de Zesdaagse Oorlog in 1967 zijn dreigement: "Wij gaan ze
allemaal de grond instampen. We drijven ze allemaal in de zee. Wij zullen Israël van de aardbodem wegvagen en niemand zal zich haar bestaan ooit nog herinneren".
Zes jaar later, op 6 oktober 1973 —het was dan Yom Kippoer, de heiligste dag van de joodse kalender- vielen Egypte en Syrië
andermaal Israël binnen, waarbij ze zich actief gesteund wisten van 9 andere Arabische landen: Marokko, Soedan,
Libië, Jordanië, Saoedie-Arabië, Irak, Koeweit, Algerije en Soedan.
Op de Golanhoogte op de grens met Syrië,
vochten 180 Israelische tanks tegen een overmacht van 1.400 Syrische tanks. Aan het Suez-kanaal werden minder dan 500
Israëlische soldaten belegerd door 80.000 Egyptische soldaten. Aanvankelijk zag het er erg slecht uit voor Israël maar op
22 oktober, nauwelijks twee weken later, had Israël de aanval alweer afgeslagen en daarbij zowel de Sinaï woestijn als de
Golanhoogte veroverd.
In 1979 ondertekenden de toenmalige premier van Israël Menachem Begin en de Egyptische President
Anwar Sadat onder leiding van de Amerikaanse President Jimmy Carter de Camp David-akkoorden. In dat verdrag werd de Sinaï terug
gegeven aan Egypte waarbij toen ook alle Israëlische nederzettingen werden ontruimd en vernietigd. Op 6 oktober 1981 werd Anwar Sadat
te Caïro neergeschoten tijdens een militaire parade door fundamentalistische militairen (leden van de Egyptische Islamitische
Jihad).
Ahmed al-Shuqayri, de oprichter in mei 1964 van de PLO (Palestinian Liberation Organisation):
"Wij zullen de joden in de zee drijven". en "Wij zullen Israël vernietigen
en haar inwoners en voor de overlevenden -als die er al zouden zijn- liggen de schepen klaar om hen te deporteren." Ahmed al-Shuqayri
werd in 1969 opgevolgd door Yasser Arafat.
De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad sprak in oktober 2005 voor een studentenpubliek van 4.000 deelnemers op een congres
'The World without Zionism': "Israël moet van de kaart worden geveegd." [...]
"De uitkomst van honderden jaren van oorlog zal hoedanook eindigen in een Palestijnse staat zonder joden."
En diezelfde president in december 2005: "De holocaust is een mythe en de joodse staat moet maar worden
verplaatst naar Europa of Noord-Amerika", aldus de Iraanse President. "Ze hebben een verhaal verzonnen onder de naam
'Slachting van de Joden' en ze hebben dat boven God, religie en de profeten zelf geplaatst", sprak Mahmoud Ahmadinejad ten
overstaan van een grote mensenmenigte in de zuidoostelijke stad Zahedan. De toespraak werd rechtstreeks op de Iraanse
staatstelevisie uitgezonden.
Nieuwsbulletin van 16 april 2006: Iran gaat de Palestijnse Autoriteit 50 miljoen dollar (41 miljoen euro) geven. De Iraanse
minister van Buitenlandse Zaken Manoechehr Mottaki kondigde deze schenking aan op een conferentie over hulp aan de Palestijnen in
Teheran. Khaled Meshaal, de leider van Hamas, sprak in Teheran dat ".. de Palestijnen
nooit het bestaansrecht van de staat Israël zullen erkennen." Khaled Meshaal gelooft niet in een Palestijnse staat
naast de staat Israël en leidt vanuit Syrië het verzet van Hamas.