Na de Russische Revolutie van november 1917 (over-)leefden het overgrote deel van de zowat 2,5 miljoen Russische joden in kleine steden
en in zogeheten 'shtetls' (=joodse nederzettingen) in de hen door de Sovjets toegewezen gebieden in het westelijke deel van Rusland. Na opeenvolgende
pogroms tussen 1914 en 1921 komt Stalin in 1928 met het idee op de proppen om voor eens en voor altijd het 'Joodse Probleem' op te lossen en
dat door de joden een eigen Sovjetstaat te 'schenken', een propagandistische Sovjet-versie van Palestina.
De Sovjets zouden van alle Russische joden landbouwers maken. De regering wilden met dit experiment in sociale arrangementen
het populistische anti-semitisme verzwakken en de integratie van de joden promoten in de zich ontwikkelende socialistische
maatschappij. Het Kremlin promote de agrarische kolonisatie van grondgebieden in de Krim, Oekraïne en Wit-Rusland.
Tegen 1930 hadden zich zo'n 46.560 joodse gezinnen, of zowat 231.000 mensen, zich gevestigd in dergelijke kolonies en colchozen
(=collectieve boerderijen) verspreid over de ganse Sovjet-Unie.
"Het is een natuurlijk gegeven dat de joodse bevolking... ernaar streeft haar eigen plaats te
veroveren binnen de Sovjet-Unie... het joodse volk staat voor de uitdaging om haar eigen identiteit te bewaren, en naar het einde toe
moet het overgrote deel van de joodse bevolking omgevormd worden tot een stabiele economische, agrarische compacte groep die voor dit doel
zeker honderdduizenden leden moet kunnen mobiliseren." sprak
Mikhail Kalnin in 1926, de president van de USSR, t.a.v. een conferentie omtrent Joodse Agrarische Kolonisatie.
Een joodse kolonist in Birobidjan in 1928: "Wij zijn naar hier gekomen om boeren te
worden." De redenen waarom het Kremlin dit gebied had uitgekozen waren niet mis te verstaan: om de migratie van joden naar Oekraïne,
Wit-Rusland en de Krim tegen te gaan en alzo de aversie (lees=anti-semitisme) van de locale bevolking tegen deze joodse immigratie te vermijden;
om van dit desolate gebied voor de Sovjet-Unie een bufferzone te creëren om het Japanse en het Chinese expansionisme de pas af
te snijden; en last but not least: de natuurlijke rijkdommen van dit gebied zoals vis, hout, ijzer, tin, grafiet en goud te ontginnen.
Semyon Dimanstein (1886-1938) zal één van de grote bezielers worden van de autonome joodse staat
Birobidjan (of Birobidzhan, Birobijan). Dimanstein werd geboren uit een arme joodse familie van leurders en
handelsreizigers. In 1904 was hij lid geworden van de RSDP (Russische Sociaal-Democratische Arbeiderspartij) te Vilnius (Litouwen) die in 1898 door Iliyich Lenin (1870-1924) was opgericht.
Uit de RSDP zal later in 1912 de Bolsjevistische Partij groeien o.l.v. Boecharin, Trotsky, Lenin en Stalin. In Vilnius ging
Dimanstein de discussie aan met de Joodse Socialistische Partij, de Joodse Bond en Zionistische partijen. Na een golf van repressie
in 1908 wordt hij verplicht zich levenslang te vestigen in de streek van Irkoetsk. Dimanstein besluit om het Tsaristische
Rusland te ontvluchten en vestigt zich in Frankrijk.
Wanneer in maart 1917 de revolutie uitbreekt keert hij terug naar Rusland. In die tijd was Rusland verwikkeld in de Eerste Wereldoorlog
en ontpopt Dimanstein zich als propagandist van een vredesverdrag. Tijdens de Russische Revolutie van 7 november 1917, speelde Dimanstein
een belangrijke rol. In januari 1918 wordt hij aangesteld als hoofd van de Yevsektsiya. Dat was de joodse afdeling
van de Sovjet Communistische partij die werd opgericht om oppositie te voeren tegen de Joodse Bond en de Zionistische partijen (Poalei Tzion) met de bedoeling om
het judaïsme te onderdrukken en de joodse cultuur te vervangen door de 'proletarische cultuur', alsook om de 'dictatuur
van het proletariaat' in de joodse arbeidersklasse te introduceren. Een belangrijk doel van de Yevsektsiya was om het zogenaamde
'wereldjodendom' voor de ideologie van het Sovjet Regime te winnen.
In 1920 werd Dimanstein naar de Sovjet Republiek van Boekhar gezonden en tussen 1922 en 1924 werkt hij voor het Departement van
Agitatie in Oekraïne. In 1924 keert hij terug naar Moskou en werkt in verschillende agitatie departementen om de Sovjet ideologie te verspreiden
onder de niet-Russen. Hij bleef aldoor een stabiele aanhanger van de politiek van Stalin. Zijn laatste aanstelling was als hoofd
van het Centraal Comité voor Joodse Arbeiders Nederzettingen op Aarde. In die functie werd hij een van de promotoren
van het Birobidjan Project: een autonome joodse sovjet-republiek.