headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
In Naam van de Vrijheid / maandblad (André Gantman, Léon Zielinksi, Charles Freifeld e.a.)
Tussen hemel en hel / The Holocaust Experience; Joost Seelen en Oeke Hoogendijk; docu 2 DVD; 92 min
Monday 21 July 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
PDF Afdrukken E-mail
Sunday 07 May 2006
Artikel index
bog
De Kozakkenopstand en de judeocide van 1648
Het einde van de opstand
Bronnen

 

 

 

Voorgeschiedenis tot de Kozakkenopstand

Tijdens de reformatie werden joden andermaal vervolgd in Duitsland, getuige de Duitse Maarten Luther (1483-1546) die in 1543 zijn pamflet "Over de Joden en hun leugens" verspreidde. In dit pamflet stonden 7 maatregelen die tegen de Joden genomen moeten worden: 1) Synagogen en Joodse scholen moeten in brand gestoken worden. 2) Huizen van Joden moeten afgebroken en verwoest worden. 3) Joodse gebedsboeken moeten afgenomen worden. 4) Rabbijnen en andere Joodse geletterden moet, op straffe van de dood, verboden worden ooit nog iemand het joodse geloof te leren. 5) Sieraden en geld van de Joden moet afgenomen worden. 6) Joden mogen zich niet meer op straat vertonen. 7) Joden moeten opgepakt worden en in werkkampen gestopt worden.

Het gevolg was dat joden uit deze West-Duitse provincies, en andere streken waar zij vervolgd werden, massaal oostwaarts trokken naar het meer tolerante Polen. Polen en Litouwen hadden zich in 1569 tot één staat omgevormd die tot 1795 zal blijven bestaan. Het Pools-Litouwse Gemenebest, ook de Vierlanden Raad genoemd (in het Pools 'Rzeczpospolita') omdat ook de Oekraïne en Wit-Rusland ervan deel uitmaakten, beleefde tussen de 2de helft van de 16e eeuw en de eerste helft van de 17e eeuw haar zogeheten 'Gouden Eeuw'.

Ook de joden zullen profiteren van die toenemende welvaart. In de 16de eeuw verleende de Poolse koning meer economische privileges en gedeeltelijke burgerrechten aan de joden. De joodse bevolking steeg in de Pools-Litouwse unie uit tot 1 tot 1,5 miljoen mensen of 10% van de totale bevolking. In vele kleinere steden maakten ze soms zelfs de meerderheid uit. Joden waren meestal zakenmensen, verkopers en handelaars.

De macht van de Poolse Jezuïten over de Oekraïne bleef alsmaar toenemen en de Poolse katholieken dwongen vele boeren en Kozakken zich te bekeren tot de Rooms-Katholieke Kerk met het gevolg dat de spanningen tussen de Poolse adel en de Kozakken recht evenredig toenamen. Van tijd tot tijd zwierven bendes Kozakken over de Oekraïne, plunderden de bezittingen van de adel, staken katholieke kerken in brand en beroofden de joden.

Wanneer de Poolse edellieden Wishnevetzki, Potocki, en Koniecpolski zich in de Oekraïne vestigen en er prachtige paleizen en kastelen laten optrekken, worden de joden hun betrouwbare agenten en managers. Aldus behoorden vele joden spoedig tot de middenklasse tussen de feodale aristocratie en de boeren in en vervulden zij een belangrijke economische rol. Zij beheersten het grootste deel van de binnenlandse en internationale handel.

Die tijd werd tevens een vruchtbare en schitterende periode voor joodse religiositeit. De Askhenazi-joden, (in het middeleeuws Hebreeuws werd Duitsland met de bijbelse naam Askhenaz aangeduid), waren zo talrijk naar Polen geëmigreerd dat zij aan de daar al lang aanwezige joodse gemeenschappen hun taal en godsdienstige cultuur hadden opgelegd. Vele joodse wijsgeren leefden er en produceerden in die periode belangrijke religieuze werken zoals ondermeer de 'Rama', de codex die de joodse wetten voor de Askhenazi joden bevat.

Vele joden traden in dienst van de adel voor wie ze de belastingen, pachtgelden, huren en allerhande tolgelden inden. Zij moesten niet enkel de taxen voor de Poolse landeigenaren incasseren maar ook de inkomsten van de Grieks Orthodoxe Kerk beheren. Bij elke religieuze christelijke gebeurtenis, huwelijken, dopen, begrafenissen enz. moesten de boeren een toeslag afdragen aan de joden die alzo een extra bron van inkomsten bezorgde aan deze joden.

De Poolse landeigenaren waren de absolute heersers over de streek en de boeren waren volledig afhankelijk van hen. Telkens wanneer een lid van de adel een dorp of gebied had ingepalmd, liet hij de adminstratie en het management over aan joden, die zelfs de autoriteit kreeg om rechtspraak uit te oefenen in de boerendorpen.

Het extravagante leven van de Poolse landeigenaars die meestal hun fortuinen in het buitenland besteedden en de Oekraïnse boeren dieper wegdrukten in hun ellendige bestaan, moest wel tot problemen leiden. De joodse ontvangers, waaronder velen zich niet geneerden om de boeren helemaal kaal te plukken en hun eigendommen aan te slaan wanneer ze de taxen niet meer konden betalen, werden spoedig de kop van jut. Zoals altijd al doorheen de eeuwen het geval is geweest (en het nu ook nog altijd zo is) zullen dra alle joden moeten boeten voor de zonden van enkelen van hun rasgenoten.

De boeren en arbeiders keerden uit woede en frustratie hun haat tegen de joden i.p.v. tegen de adel voor wie de tolgelden in feite bestemd waren. Regelmatig werden niet enkel de joodse ontvangers aangevallen, maar ook willekeurige joodse families. Hun inboedel werd kort en klein geslagen en ze waren voortdurend het mikpunt van allerhande plagerijen en pesterijen. Hoedanook zorgde de Poolse koning en de adel toch voor een beetje bescherming voor de joodse bevolking.

 



Laatst geupdate op ( Sunday 07 May 2006 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje