Aan die Gouden Eeuw voor de Poolse joden kwam abrupt en gewelddadig een einde tijdens de kozakkenopstand van 1648
(kaart van het kozakkengebied in 1649). Langs de rivier de Dnjepr
in Oekraïne leefde een nomadenstam de kozakken, een trots en nationalistisch steppenvolk die legendarische
ruiters voortbracht. Het woord 'Kozak' stamt uit het Mongools (of Turks?) en betekent 'vrije mens'. Sinds de 15de eeuw hadden de
Kozakken zich gevestigd tussen de rivieren de Dnjepr en de Don in het zuidwesten van de Oekraïne, grenzend aan Bessarabië
(=thans Moldavië). In sommige gebieden genieten de Kozakken nog steeds bijzondere rechten en hebben zich heden gevestigd in
Koeban, Terek, Astrachan, Orenburg (Orenburgskaja) en Siberië. Uit deze gebieden kwamen de beste ruiters vandaan die berucht
en gevreesd werden in de Russische kavalerie.
Alhoewel die streek toen onder de Pools bestuur stond, hadden de kozakken hun eigen baas, de 'hetman', en dat
was in die de tijd Bogdan Chmielnicki (of ook Bohdan Khmelnytsky 1595-1657) wiens naam nog tot op heden bij Askhenazische joden
vreselijke beelden oproepen van uitzinnige kozakken die het land al plunderend en moordend rondtrekken.
In 1648 kwam de Poolse koning Ladislaus (Vladislav) IV (1595-1648) onverwacht te overlijden en hij werd opgevolgd door zijn broer
Jan II (1609-72, koning van Polen 1648-68). De turbulente periode onder zijn bewind staat bekend bij de Polen als 'De Rampspoed'.
Op dit ogenblik van de troonswisseling achtte de Kozakse 'Hetman' Chmielnicki dat de tijd was aangebroken voor zijn grootse plannen.
Op een dag liet hij zich ontvallen dat hij in het geheim met de Khan Tugai-bey van de Krim Tartaren een opstand
tegen de Poolse kolonisator beraamde. De joodse tolbeambte Jacob Sabilenki had het gesprek afgeluisterd en berichtte over de
samenzwering bij de rijke Poolse landeigenaar Koniecpolski. Chmielnicki werd opgepakt, in de gevangenis gegooid en voor verraad
veroordeeld tot de doodstraf. Hij kan ontsnappen maar wordt andermaal opgepakt.
Tijdens zijn afwezigheid werd Chmielnicki het slachtoffer van willekeur van een Poolse ambtenaar. Die was zijn landhuis binnengevallen,
had zijn zesjarige zoon afgetuigd en had en passant zijn echtgenote alsook zijn beste paard meegenomen. Na andermaal ontsnapt te zijn uit de gevangenis, besluit
Chmielnicki, buiten zinnen van woede en frustratie dat het ogenblik rijp is om te handelen.
Chmielnicki gebruikt al zijn invloed en diplomatie en verzamelt enkele duizenden kozakken te paard om zich heen. Hij slaagt erin
om de kozakken te overtuigen van zijn plannen om wraak te nemen op de Poolse landeigenaars en... de joden. Tegenover de Raad van
Ouderen van de kozakken sprak de bloeddorstige Chmielnicki: "Jullie moeten beseffen dat de Poolse
natie elke dag meer aan macht wint en dat zij onze geloofsgenoten onderdrukken. Maar het is niet enkel de adel die ons onderdrukt
maar met hen de meest verwerpelijke natie [de joden] die ons in slavernij houden."
Wanneer even later ook de Tartaarse generaal Tugai-bey het kozakkenleger vervoegt met 4.000 van zijn beste
soldaten wordt de aanval op het Poolse leger ingezet. In Korsun wordt op 18 mei 1648 het Poolse leger in de pan gehakt. De Poolse
bevelhebber veldmaarschalk Graaf Potocki sneuvelt en veldmaarschalk Kalinovski wordt gevangengenomen. Driehonderd jaar later
zal in het voorjaar van 1944, hetzelfde gebied van Korsun andermaal het strijdtoneel worden alwaar het 8ste Duitse leger van
veldmaarschalk von Manstein door het Sovjetleger o.l.v. generaal Ivan Koniev (1897-1973) werd vernietigd. Die
veldslag staat sindsdien ook bekend als de Slag bij Cherkassy. bron
Na de nederlaag van de Polen bij Korsun staat de ganse Oekraïne spoedig in vuur en vlam. De boeren die al jaren werden uitgebuit door
hun Poolse heersers en hoge taxen moesten betalen, vonden in de joden de ideale zondebok, vermits zij het geld inden voor de Poolse adel.
Grote groepen boeren, onder leiding van Ganzha, sloten zich aan bij het Kozakkenleger van Chmielnicki en de Tartaren van Tugai-bey. Hun
volgende doelwit werd Nemirov (Nemyriv).
Nemirov was een zwaar versterkte stad die nagenoeg onineembaar was en bewoond werd door 6.000 joden, mannen, vrouwen en kinderen.
Vele naburige joden die op de vlucht waren voor de horde moordende Kozakken hadden een onderkomen gevonden in Nemirov. Het was een erg welvarende
gemeenschap en telde vele prominente joodse wijsgeren en religieuze leiders. De joden die de versterkte stad bezet hielden, sloten
alle toegangspoorten van Nemirov. Echter, Griekse christen-orthodoxen die zich hadden vermomd in Poolse uniformen, verzochten
de joden om de poorten te openen voor hun vrienden.
Die list werd hen fataal. Op 10 juni 1648 drongen de aanstormende Kozakken en Tartaren de stad binnen.
Met getrokken zwaarden hakten ze in op de weerloze joden. Vrouwen en kinderen sprongen vanop de omwallingen in de stadsgrachten, waar ze
verdronken, liever dan levend gevangen te worden. Jonge mannen die konden zwemmen doken ook de grachten in maar werden opgejaagd
door de woeste horde en gedood.
Op die dag werd het water van de stadsgrachten overal rood gekleurd van het bloed van de joden. Afgrijselijke
tonelen speelden zich af. Zij die konden ontkomen moesten vreselijke folteringen ondergaan. Nagenoeg niemand van 6.000 joodse
inwoners overleefden de bloedige massacre. Onder de slachtoffers bevond zich ook de beroemde joodse cabalist Jehiel Michael ben Eliezer,
die het hoofd was van de yeshibah van Nemirov.