De Franstalige letterkundige Marguerite, Marie Joséphine Bervoets werd op 6 maart 1914 geboren in de Waalse
industriestad La Louvière. Haar ouders waren kleine zelfstandigen, actief in het hotelwezen. Haar moeder Olivia Bervoets-Blondiaux was
lerares en werd later schooldirectrice, streng maar rechtvaardig. Haar vader Jules Bervoets was een Vlaming en afkomstig uit het
Limburgse Paal. Voor de opvoeding van Marguerite vertrouwden zij haar toe aan de kinderoppas Valérie Demulder. Marguerite
volgt eerst lager onderwijs aan de Middelbare School van La Louvière waarna ze overgaat naar het Atheneum van het Centrum
waar ze Grieks-Latijns volgt. Een jaar later gaat ze over naar het Lyceum van Bergen (Mons in de provincie Henegouwen).
Het is daar dat haar interesse voor talen en letterkunde groeit en ze begint ook zelf te schrijven. Net of Marguerite al een
voorgevoel had van wat haar later zal overkomen schrijft ze in 1931, nauwelijks 16 jaar oud: "Je
mourrai seul, sans bruit, à la chute d'un soir. Poudré de ce soleil qui sait combien je l'aime..."
(vert. "Ik zal alleen sterven, geluidloos, bij het vallen van de avond. Beschenen door de zon, die weet hoeveel ik van haar
houd")" Bij het beëindigen van de retorica geeft ze haar eerste gedichtenbundel Chromatisme uit.
In 1932 gaat ze over naar de Université Libre de Bruxelles waar ze zich inschrijft aan de faculteit voor Letteren en
Wijsbegeerte met het doel om er haar studies in Romaanse Filologie te vervolmaken. Professor Gustave Charlier, een grote specialist van
de Franstalige literatuur, merkt haar uitzonderlijke talent op en wordt haar mentor. Hij kan haar ertoe bewegen om een proefschrift
te schrijven over André Fontainas (1865-1948), een Franse dichter van Belgische afkomst. In de periode van Marguerite
doceerde Fontainas Letterkunde en Wijsbegeerte aan de Sorbonne, de beroemde universiteit van Parijs. Voor dat doel reisde ze
enkele malen naar Parijs om er de dichter te ontmoeten en tevens om een aantal concerten bij te wonen van de door haar vereerde
pianist Alfred Cortot. Met de dochter van Fontainas, juffouw Anne-Romaine, sluit ze een vriendschap voor het leven.
Aan de universiteit gaat zij nog een paar opmerkelijke vriendschappen aan zoals met Hilda Casteels uit Mechelen die kindersprookjes
en verhalen schrijft. Marguerite zal enkele van haar werken vertalen en uitgeven. Hilda Casteels sterft erg jong in 1940 in Katana,
in het voormalige Belgisch Kongo. Marguerite onderhoud ook een briefwisseling met de iets oudere Lucy Leroy-Thibaut, die zij als
zeventienjarige had leren kennen en aan wie ze een gedicht opgedragen heeft.
Marguerite behaalt aan de VUB het diploma van Kandidaat in de Rechten en daarnaast ook nog met onderscheiding het diploma in de
Muziekgeschiedenis as-lsook het diploma met de grootste onderscheiding in de Geschiedenis van de Schilderkunst. In 1937 begint Marguerite,
na een zomersessie vervolmaking van de Engelse taal te Cambridge, als lerares te Tournai (Doornik). Ze betrekt aldaar een bescheiden woning,
waar zij in stilte rustig verder werkt aan haar doctoraatsthesis over André Fontainas. Deze is intussen uitgegroeid tot haar spirituele
vaderfiguur en ze voert dan ook een intense briefwisseling met hem. Uit deze briefwisseling zal later blijken dat Marguerite veel geleden
heeft onder de autoritaire aard van haar moeder met wie ze soms stormachtige uiteenzettingen moest meemaken. Haar vader Jules Bervoets
daarentegen was een doorbrave ouder die haar -ook tijdens de bezetting!- tabak en wijn bleef bezorgen.