Pas na het einde van de oorlog vernemen haar familie, vrienden, medeleraars en oud-leerlingen meer over het tragische lot van
Marguerite Bervoets. De ouders van Marguerite ontvingen pas op 25 juli 1945 het tragische nieuws dat hun dochter zou doodgeschoten
zijn op 9 augustus 1944 -in werkelijkheid dus onthoofd en dat op 7 augustus. Op 27 juli 1945 wordt haar dood officieel bekend
gemaakt. De verslagenheid is groot. Op 9 augustus 1945 wordt onder massale belangstelling hulde gebracht aan
Marguerite en tevens een gedenktafel opgericht aan het Atheneum van Doornik.
Op 24 januari 1946 werd een grote herdenkingsplechtigheid voor Marguerite gehouden in de aanwezigheid van vele belangrijke
personaliteiten, enkele ministers, de procureur des konings, de Franse consul e.a. Bij die gelegenheid werd het Lyceum
van Mons (later Atheneum) waar Marguerite les had gevolgd, omgedoopt naar het Lyceum Marguerite Bervoets. Begin jaren zestig werd
dit Lyceum dan hernoemd naar het huidige Athénée Royal Marguerite Bervoets¹. Te Vorst (1190 Brussel) werd in 1953
een straat naar haar genoemd en ook aan het geboortehuis van Marguerite in La Louvière werd op 17 november 1946
een gedenktafel ter hare gedachtenis onthuld.
Naast het onthullen van deze gedenkplaat aan haar geboortehuis, werd tevens op het voorplein van het Atheneum van La Louvière,
een monument onthuld van de hand van de Henegouwse beeldhouwer M. Brognon, opgedragen aan de verzetsheldinnen Marguerite Bervoets
en Laurette Demaret. De ouders van Bervoets schonken tevens legaten aan verschillende scholen over heel België verspreid om
een eindejaars-"Prijs Marguerite Bervoets" te schenken. Hiertoe schreef Mevr. Lucienne Balasse-De Guide in opdracht van de moeder van Marguerite
een plaquette. Het beeld dat we thans hebben van Marguerite Bervoets is van een heel andere aard dan die van de hagiografie van
de heldin zoals die door Mevr. Balasse-De Guide werd geschetst. Dit vernieuwde beeld, aan de volledige waarheid getoetst, is er
echter verre van ongunstiger door geworden.
In augustus 1947 werd het stoffelijk overschot van Marguerite gerepatrieerd uit Duitsland en naar Mons overgebracht waar het werd
opgebaard in het Stadhuis. Op 24 augustus 1947 werd, onder grote nationale en internationale belangstelling, haar lichaam tijdens
een indrukwekkende optocht doorheen de ganse stad Mons, naar haar laatste rustplaats gebracht, alwaar zij op het erepark voor
oud-strijders op het kerkhof van Mons werd begraven.
Marguerite Bervoets kreeg postuum vele eretekens van de Weerstand: Het Kruis van Ridder in de Orde van Leopold II met palm;
Oorlogskruis met palm; Herinneringsmedaille 1940-1945 en de Medaille van de Weerstand. Zij werd officieel nooit als gewapende Weerstandster erkend
maar wèl voor haar verdienste op het gebied van de sluikpers.
De doctoraatsthesis van Marguerite Bervoets over de dichter André Fontainas werd in 1947 uitgegeven bij de Franstalige Koninklijke
Academie der Letteren. De moeder van Marguerite slaagde er in 1956 zelfs in om een klok van de Collegiale Kerk Waudru te Mons
naar haar dochter te laten noemen. Moeder Bervoets is er zelf de meter van en Koning Albert II, toen Prins van Luik, is de
peter van die klok. Dit ondanks het feit dat Marguerite hoogstwaarschijnlijk nooit gedoopt werd, en zij het Feest van de Vrijzinnige
Jeugd in plaats van de H. Communie heeft gehad en Marguerite zich ook nooit positief tot enige kerkelijkheid heeft bekend. Het gouden
armbandje van die vrijzinnige plechtigheid is bewaard gebleven.
Een hardnekkige naoorlogse legende die in Doornik circuleerde, wierp tot dan een smet op de nagedachtenis aan Marguerite Bervoets. Het verhaal
wilde dat Marguerite alle anderen had 'verraden' en door haar verraad de Duitsers bij een huiszoeking in haar woonst een lijst hebben
kunnen vinden met alle namen van het netwerk. Het klopt dat er inderdaad een lijst werd gevonden, die verborgen zat achter een kader,
die een ander verzetslid Georges Pinart in geval van onraad had moeten vernietigen. Deze lijst bevatte echter de
namen van bijzonder gevaarlijke collaborerende Rexisten, die moesten geliquideerd worden.
Na de bevrijding schreef Georges Pinart aan de overlevende Cécile De Tournay, dat Marguerite op 7 augustus 1942 bij hem was
langs gekomen om hem te melden dat zij de volgende dag een 'opdracht' ging vervullen, en hem tevens verzocht dat voor het geval
er problemen zouden opduiken hij voor het verzet commpromitterende documenten uit haar woning moest doen verdwijnen. De acte van beschuldiging tegen Marguerite
Bervoets, Henri Deneubourg en andere opgepakte verzetsleden van de groep, die vele jaren later voor het publiek toegankelijk en
gepubliceerd werd, heeft het duidelijk over een 'zwarte lijst van Rexisten en pro-Duitse personen'. Zo kon eindelijk na
vele jaren haatspuiterij aan die lasterpraat definitief een einde worden gemaakt.
Marguerite werd door haar leerlingen aanbeden. Haar ware roeping lag echter in de Kunsten, maar door de oorlogsomstandigheden
is daar maar weinig van terecht gekomen. Ze heeft ons enkele letterkundige werken en gedichten nagelaten, maar ze was ook op muzikaal
gebied erg begaafd. Zij was helemaal niet politiek geëngageerd en beschreef zichzelf in een brief aan André Fontainas als
een 'geheime anarchiste'. Nadat ons land door de Duitsers werd bezet bleef haar, door haar vurige temperament en
compromisloze vaderlandsliefde, geen enkele andere keuze meer over dan zich aan te sluiten bij het verzet, waarvoor ze bereid was om
tot het uiterste te gaan.
In haar testament schreef ze dat ze haar leven gaf opdat de jeugd na haar "vrij zou kunnen leven zoals ze dit zelf zo graag had gewild,
opdat de lucht boven België zuiverder zou wezen." Die ultieme wens, die haar keuze heeft bepaald, heeft Marguerite uiteindelijk met
haar leven betaald en dat ten koste van de vrijheid voor anderen. Zo verwerd deze opmerkelijke beminnelijke jonge lerares
-wellicht tot haar eigen grootste verbazing- tot een heldin van het verzet en aldus een stichtend en blijvend voorbeeld voor ons
allen. Het minste wat wij kunnen doen is haar bijzonder offer voor de menselijkheid voor altijd blijven herinneren en haar er
eeuwig dankbaar voor mogen zijn.
"Mijn Grote Vriendin, O! Marguerite, wij buigen zwijgend van bewondering en eerbied, diep bij de gedachte
aan uw zelfverloochenende martelaarschap. Voor eeuwig woont gij in onze herinnering, nooit zal men u vergeten." (André Fontainas in 1946)
¹Het toeval wil dat onze nationale tenniskampioenen Justine Henin-Hardenne
en ook de gebroeders Christophe en Olivier Rochus aan dit Atheneum onderwijs hebben
genoten.