Ook in België heeft de economische crisis hard toegeslagen. Het aantal volledig werklozen is van 12.500 (eind 1929) een jaar later gestegen tot 76.000. Het ene faillisement volgt op het andere.
Einde 1931 is de werkloosheid gestegen tot 200.000, tegen einde 1934 350.000 en in 1935 bijna 400.000 werklozen. De Belgische frank wordt met
28% gedevalueerd en de lonen van de arbeiders worden haast elke zes maanden telkens met 5% verminderd. Armoede troef.
Uit de Frontpartij na de Eerste Wereldoorlog zien begin jaren dertig de twee belangrijkste rechtsextremistische nationalistische
organisaties het licht.
Op 6 oktober 1931 richten Joris Van Severen en Wies Moens het Verbond van Dietse Nationaal-Solidaristen op dat later wordt afgekort
tot VERDINASO. In zijn nieuwjaarstoespraak van 1934 dweept Van Severen met zijn buitenlandse voorbeelden en stelt hij dat:
"het Verdinaso de enige vertegenwoordiger in Dietsland is van de internationale fascistische beweging." De stijl en de
rituelen van de nazi's met hun SA (Sturmabteilungen) en Benito Mussolini's fascistische Zwarthemden Militie
(La Milizia Nazionale opgericht in 1923) wordt klakkeloos overgenomen in zijn Dinaso Militie.
Al van in den beginne droomt Van Severen hardop van een staatsgreep: "Niet aan de massa en hare vleiers komt de heerschappij toe, maar aan de keurploegen van het
volk, aan de elite, aan de verscheidene aristocratieën van een natie voor zover zijn hun taak begrijpen en volbrengen die er
één is van de alleredelste dienst. De aristocratie van het bloed, de aristocratie van het verstand en van de
nauwgezette arbeid, de aristocratie der waarachtige wellevendheid, de militaire aristocratie van de Dietse Miltanten Orde en van
de DPO." (DPO=Dinaso Propaganda Orde)
Op 20 augustus 1934 kondigt Joris Van Severen onverwachts de 'nieuwe marsrichting' af die het Verdinaso zal inslaan. Van Severen
stapt af van zijn radicale anti-belgicisme en Den Leider wordt Belgicist en keert zich voortaan tegen het separatisme. De Walen
kunnen vanaf dan ook deel uitmaken van Groot-Nederland. België moest niet meer worden vernietigd, maar
"van binnenuit worden veroverd."
Van Severen droomt hardop van 25.000 benodigde politieke militanten om een militaire staatsgreep
te plegen maar die zal hij nooit bij elkaar krijgen. De wet op de privé-milities van 29 juli 1934 steekt het Verdinaso stokken
in de wielen. Joris Van Severen wordt gedwongen om zijn Dinaso Militie te ontbinden maar al tijdens de 3de Landdag van 1934 te Tielt
wordt D.M. omgevormd tot de Dietsche Militanten Orde.
Op 1 oktober 1933 kreeg het Verdinaso er een geduchte concurrent bij: op de ruïnes van de Frontpartij wordt het
VNV (Vlaams Nationaal Verbond) van Staf de Clercq (1884-1942) opgericht. Net zoals het Verdinaso beoogt het VNV de vereniging van Vlaanderen met
Nederland maar bewandelt voorlopig nog de wettelijke, parlementaire weg. In tegenstelling tot het Verdinaso, dat nooit aan
verkiezingen zal deelnemen, nam het VNV wel deel aan de parlementsverkiezingen van 24 mei 1936 en 2 april 1939, alsook aan de
gemeente- en provincieraadsverkiezingen van 1938.
In wezen verschillen de doelstellingen maar weinig met het programma van het Verdinaso. Maar het water tussen Van Severen en Staf
de Clercq blijft te diep. Het gegeven dat Joris Van Severen ook Wallonië tot Groot-Nederland wil samenvoegen blijft voor het VNV
onaanvaardbaar.
Aan de andere kant kende de Communistische Partij van België ook meer aanhang in die periode. Na de machtsovername van Hitler in 1933
bepleitte de Komintern samenwerking tussen socialisten en communisten om in een Volksfront -naar het voorbeeld
van de Frente Popular in Spanje die tegen Franco streden- het fascisme te bestrijden. In Frankrijk
en Spanje werden volksfronten tot stand gebracht. Ook in België werden overigens mislukte pogingen ondernomen vanwege de
communistische partij om samen te werken met de Belgische Werklieden Partij (B.W.P.) en met linkse liberalen.
Een hevig anticommunisme is kenmerkend voor de groeperingen aan katholieke en rechterzijde. Het Vaticaan waarschuwde tegen het alles-
vernietigende communisme onder andere in de encycliek "Divini Redemptoris" in 1937. In België waren de spontane werkstakingen van
1932 en 1936 koren op de molen van het anticommunisme. De communistische partij speelde inderdaad een niet geringe rol in die
stakingen.
In 1936, na de felle syndicale strijd in de Borinage, waar de KP duidelijk aanwezig was, werd deze inzet verzilverd in een
electorale opgang tijdens de verkiezingen van mei 1936. Niet enkel de syndicale strijd zorgde voor de opgang, ook het toenemende
prestige van de Sovjet-Unie, de loyaliteit van vele intellectuelen tov dit regime, de invoering van de 'volksfrontstrategie'
(de sociaaldemocraten zijn geen vijanden meer, maar bondgenoten in een grote linkse coalitie tegen opkomend rechts) en de deelname
aan de internationale brigades in de Spaanse Burgeroorlog vergrootten de mogelijkheden van de KPB.