|
|
|
Opkomst extreemrechts. Deel 1: Economische crisis in de jaren dertig - fas |
|
|
|
|
Sunday 04 June 2006 |
|
Pagina 3 van 5
Opkomst franstalig extreemrechts
Ook in francofoon België waren vele extreemrechts organisaties aktief nog voordat Léon Degrelle in 1936
zal uitpakken met REX (zie verder). Zij hadden allen gemeen dat ze bijzonder patriottisch, Belgicistisch en koningsgezind waren.
Na het einde van de Eerste Wereldoorlog hadden vele oudstrijders zich verenigd in zogenaamde
Fraternelles, die een voortzetting waren van de oude regimenten aan het IJzerfront, vergelijkbaar met de Duitse
Freikorpsen die in 1918-1919 het land doorkruisten. Op het slagveld aan de IJzer, de zogenaamde "Ypres Salient" waren
bijna 27.000 Belgische soldaten gesneuveld, waarvan bijna de helft -13.000 soldaten- al vóór november 1914 waren
omgekomen.
De Fraternelles of Oud-strijdersbonden hielden zich aanvankelijk en voornamelijk bezig met de materiële en sociale zorg voor de oudstrijders van
de Eerste Wereldoorlog: uitkeringen voor frontstrepen, pensioenen, invaliditeitsvergoedingen en diverse faciliteiten. De talloze
Fraternelles waren allemaal aangesloten bij de UFAC, de Union des Fraternelles de l'Armée de Campagne of in het Nederlands
bekend als de Vereniging van de Verbroederingen van het Veldleger (VOV). De ideologie van de UFAC-leiding was uitgesproken
anticommunistisch, antidemocratisch, francofoon en anti-Vlaams.
De fraternelles hadden een grote invloed op leger en Rijkswacht. Alleen al de afdeling van de Vuurkruisers
fraternelle telde zo'n 35.000 leden. In 1933 werd de gepensioneerde kolonel Louis Louvau (1879-1967) voorzitter van
de fraternellen. Secretarisgeneraal was burggraaf Roger d'Hendecourt (ondernemer en beheerder van de anticommunistische
propaganda-organisatie Action et Civilisation -zie verder). Beiden waren ideale brugfiguren tussen de militaire staf, de UFAC en
het Légion Nationale.
Extreemrechtse officieren afkomstig uit het leger en de Rijkswacht bezetten spoedig de leidende posities in deze Fraternelles
en de UFAC zal op het hoogtepunt van de politieke en economische crisis in ons land, tijdens de jaren 1935 en 1936, samen met
verschillende politieke extreemrechtse groeperingen en milities trachten het parlementaire regime van ons land omver te werpen.
De Fraternelles waren ook een recruteringsnest voor allerhande nieuw opgerichte extreemrechtse groepen. De lijst is verre van volledig maar toch een kort overzicht: La Jeunesse Nouvelle-Pour l'Autorité opgericht in mei 1919, La Revue
Latine opgericht in 1920, La Féderation Belge des Etudiants Catholiques opgericht te Mechelen in april 1921, L'Association Catholique
de la Jeunesse Belge (A.C.J.B.) opgericht in 1921; Le Bloc National, La Légion Patriottique, Le Faisceau Belge, La Revue Catholique des Idées et des Faits opgericht 25 maart 1921; L'Action
National van Pierre Nothomb opgericht in 1924; La Légion National - Nationaal Legioen opgericht in 1922 en
tot slot Le groupe Réaction gesticht in 1932.
La Légion National - Nationaal Legioen
Als belangrijkste formatie gold La Légion National - Nationaal Legioen van de Luikse advocaat
Paul Hoornaert (1888-1944, oorlogsvrijwilliger) en Breughelmans, die niet toevallig in hetzelfde jaar werd
opgericht toen Mussolini de macht greep in Italië. De LN zal ook later een rol spelen tijdens de mislukte staatsgreep van 1936.
De meeste leden van L'Action National van Pierre Nothomb zullen later overlopen naar La Légion National. Deze sterke groep
die op haar hoogtepunt wel 5 000 leden telde, had afdelingen over het ganse land en dus ook in Vlaanderen waar het zich Nationaal
Legioen heette.
De doelstellingen waren geënt op het fascisme van Benito Mussolini en zij wilden het land rijp maken voor een
nationale revolutie. La Légion stond vooral bekend voor haar virulent antisemitisme en anticommunisme. Tot een echte
toenadering met Degrelle en REX zal het nooit komen omdat La Légion National resoluut de parlementaire democratie verwierp.
REX daarentegen deelde samen met het VNV van Staf de Clercq de taktiek om de "democratie van binnenuit te veroveren" door
deel te nemen aan verkiezingen.
La Légion National had ook een echte paramilitaire militie opgericht die onder het bevel stonden van 'Commandanten'.
Hoornaert maakte er een gedisciplineerde, op Italiaanse leest geschoeide militie van. Het Légion Nationale was opgedeeld in
centuriën en had militaire uniformen, zwarte hemden (die later geruild werden voor donkerblauwe, om te zichtbare associaties
met het fascisme te vermijden), de Romeinse groet en de fasces als attributen. De LN beschikte over een
eigen veiligheidsdienst, over een ordedienst en over zogeheten sportafdelingen waar in werkelijkheid hun leden een doorgedreven para-militaire
opleiding kregen. De wet op de privé-milities van 29 juli 1934 maakte een voorlopig einde aan deze paramilitaire toestanden,
maar net zoals ook Dinaso Militie van het Verdinaso deze spoedig wist te omzeilen, bleef het LN gewoon verder bestaan en breidde nog verder uit.
De LN was ook diep geïnfiltreerd in het Belgische leger waar ze opereerde onder de naam MDS (Le Mot du Soldat). Ook in
Duitsland wist men van het bestaan van de de MDS. De Duitse gezant in Brussel schreef in 1937 aan Berlijn: "In militaire kringen
gelooft men, dat de bedrijvigheid van het Nationale Legioen in het leger een goed tegengewicht vormt van de activiteiten van de
Jeunes Gardes Socialistes in het leger" Le Mot du Soldat bleef nog tot in 1940 verder bestaan en werd zelfs nog uitgebreid. Tijdens
de Tweede Wereldoorlog evolueerde Le Mot du Soldat naar een ondergrondse clandestiene postdienst voor de spionagedienst van het
verzet tegen de nazi's.
De meeste van de Franstalige organisaties, groepen en milities waren behalve royalistisch, ook bijzonder patriottisch en
Belgicistisch gezind en na de capitulatie zullen de meeste leden van deze extreemrechtse groeperingen weigeren te collaboreren en
traden vele militairen en oud-militairen massaal toe tot het ondergrondse verzet en hun leven geven voor de bevrijding van osn land.
Zo zal bijvoorbeeld Paul Hoornaert, oprichter van La Légion National-Nationaal Legioen en die eveneens tot het verzet
toetrad, in 1941 door de Gestapo te Luik worden opgepakt en in 1944 in de Duitse gevangenis van Sonnenburg omkomen.
Léon Degrelle en REX
In Wallonië ontstaat rondom Léon Degrelle een nieuwe konings- en Belgicistische beweging.
Léon Degrelle
(1906-1994) beheerde begin jaren dertig een kleine katholieke uitgeverij 'Christus Rex' die vele populaire
katholieke bladen en magazines uitgaf. Vanaf 1933 begint de zaak goed te draaien en in 1934 richt hij samen met de Leuvense advocaat
Maurice Schot, die later CVP-senator en beheerder van de Generale Bankmaatschappij zal worden, zijn eigen uitgeverij op:
'Les Editions de Rex'. De katholieke kerk en de ACJB trekken echter officieel hun handen af van de kleine uitgeverij en Degrelle
geraakt in financiële moeilijkheden. Hij ontpopt zich langzaam maar zeker tot een dissident binnen de katholieken en gaat
de politieke toer op en droomt hardop van zijn drang naar verovering van de absolute macht. Hij dweept met de fascisten in
Italië waarvan de leider Mussolini zijn grote voorbeeld is. Vanaf 1933 wanneer Adolf Hitler aan de macht komt flirt hij
openlijk met het nationaal-socialisme. Zijn dictatoriale neigingen komen spoedig tot uiting.
Ondertussen geeft hij ook het dagblad Le Pays Réel uit, dat na 1936 het officiële partijblad van REX zal worden,
en begint via dat blad een venijnige campagne tegen de corruptieschandalen, waarin politici van elke kleur tijdens de jaren '30
waren betrokken. Degrelle, een agressieve bullebak die zijn stijl rechtstreeks bij Mussolini had geleend, valt in november 1935 samen met een aantal van
zijn aanhangers binnen op een vergadering van de nationale partijleiders te Kortrijk. Hij werpt zich daar op als de grote zuiveraar
van de katholieke partij, noemde minister van Staat Paul Segers een 'levend uitwerpsel' en wilde prompt zelf de
leiding van de partij in handen nemen. De voorzitter van de katholieke partij Pierlot weigert te onderhandelen met de Rexisten en
na die zogeheten 'Coup van Kortrijk' is de breuk tussen de katholieke partij en Degrelle definitief. Die 'Coup' leverde Degrelle wel
enorme publiciteit op die hem bij de parlementsverkiezingen van mei 1936 goed van pas zal komen.
Action et Civilisation
Een andere franstalige groep die een belangrijke rol zal spelen tijdens de gebeurtenissen van 1935 en 1936 is de
'Action et Civilisation', geleid door legergeneraal en voormalig Minister van Oorlog,
baron Armand de Ceuninck. Haar doel was "de cultus van en de eerbied voor de traditionele orde in ere te houden, de
klassenstrijd en aanvallen op het privébezit, op het gezin en op de principes der Westerse beschaving te bestrijden in
geschriften, toespraken en propaganda" Medestichter en direkteur-generaal van Action et Civilisation was legercommandant
Eugène de Launoy die in 1937 ook de voorzitter ervan zal worden.
Eén van de beheerders vanaf 1935 van de groep was burggraaf Roger d'Hendecourt die sinds
1933 secretaris-generaal was van de UFAC en een belangrijke rol zal spelen in het extreemrechtse complot van oktober 1935-36. Zowel
d'Hencourt als kolonel Louis Louvau, die toenmalig voorzitter was van de UFAC, kwamen sinds 1933 regelmatig in
opspraak in de Belgische pers omwille van de fascistische koers die ze namens de tienduizenden aangesloten oud-strijders bij de
UFAC voerden. Andere illustere leden bij A et C waren de afgedankte legerofficier Paul Ouwerx en Jean Flament die later de
Belgische Anti-maçonnieke Liga zullen oprichten. Ook
actief in Action et Civilisation waren bijvoorbeeld Kolonel Oldenneel, stichter van
Volksverweering, Joris Desbonnet en Marcel Dessy.
La Fraternelle de la Gendarmerie en kolonel Vigneron
Een andere belangrijke Fraternelle die bij de gebeurtenissen van 1935 en 1936 een belangrijke rol zal spelen is de in mei 1934
opgerichte Verbroedering van de Rijkswacht - Fraternelle de la Gendarmerie. Erevoorzitter van deze fraternelle -die zich onmiddelijk had aangesloten bij de
VOV-UFAC- was majoor Ketelle, de toenmalige commandant vande Rijkswacht. Aan het hoofd van deze fraternelle stond de reservekolonel
en rijkswachtmajoor op rust, de 54-jarige Georges Vigneron, die een goede vriend was van Léon Degrelle en
die eveneens kaderlid was van REX.
Kolonel Vigneron was tijdens de woelige jaren van 1935-36 zowel voorzitter van de Verbroedering van de Rijkswacht en de nationaal leider
van SOP (Service d'Ordre et de Propagande), de politieke privé-militie van REX. Onder Kolonel Vigneron
sluiten op nauwelijks een jaar tijd meer dan 6.000 rijkswachters, waaronder vele officieren, zich aan bij de fraternelle van kolonel
Vigneron.
|
|
Laatst geupdate op ( Friday 29 December 2006 )
|
|
|