Op 17 februari 1934 had koning Albert I een dodelijke val gemaakt van de rotsen te Marche-les-Dames en hij werd op 23 februari
1934 opgevolgd door zijn zoon Leopold III. In 1934 kreeg de socialistische coöperatieve beweging een serieuze klap met het
faillisement van de Bank van de Arbeid. Na acht jaar van oppositie werd op 25 maart 1935 de socialistische Belgische Werklieden Partij (BWP)
terug in de regering opgenomen, met aan Vlaamse zijde Hendrik de Man (1885-1953), die als Minister
van Openbare Werken en Opslorping van de Werkloosheid vooral beroemd zal worden als de ontwerper van het Plan van de Arbeid, het
zogeheten Plan De Man, waar rond in die jaren intens campagne werd gevoerd.
Het eerste kabinet van Van Zeeland was er een van nationale eenheid waarin zowel liberale, katholieken als socialisten waren opgenomen.
Deze gang van zaken was absoluut tegen de zin van burggraaf Roger d'Hendecourt uit Brussel die sinds 1933 aan het hoofd stond van de UFAC, de
Union des Fraternelles de l'Armée de Campagne, die de oud-strijders van de Eerste Wereldoorlog groepeerde en er de spreekbuis van was.
De deelname van de socialisten Emile Vandervelde, Paul-Henri Spaak en Hendrik De Man aan het het kabinet Van Zeeland I was er teveel aan.
Slechts drie weken na het aantreden, vergaderde op 17 april 1935 het bestuur van de UFAC-VOV. Op die vergadering werd besloten om over
te gaan tot de politieke actie tegen regering en parlement. Die aktie moest leiden tot de benoeming door de koning van "een propere
en sterke regering bestaande uit ministers die los staan van de partijpolitiek" Die regering zou dan vervolgens het parlementaire regime afschaffen
en overgaan tot drastische bezuinigingen.
Op 11 mei 1935 stuurde de UFAC deze richtlijnen in een vertrouwelijke brief naar de voorzitters van alle aangesloten regimentaire fraternelles.
De rondzendbrief werd ondertekend door secretaris-generaal burggraaf d'Hendecourt en door de UFAC-voorzitter, kolnel Louveau. Daarin werd
gewezen op de steeds duidelijker agressieve plannen van Duitsland en met zoveel woorden werd het grondwettelijk parlementair partijensysteem
als oorzaak van de binnenlandse crisis aangewezen. Eén oplossing: in plaats van een door de bevolking gekozen regering moest
koning Leopold III zelf zijn kabinet samenstellen en de dictatuur installeren.
De UFAC-leiding riep daarbij op om onder het motto 'Belgique d'Abord' en streng gedisciplineerd de troepen te mobilizeren, in nauwe samenwerking
met een reeks niet-militaire, politieke organisaties. Hiermede werden de bestaande extreemrechtse privé-milities bedoeld, zoals het Nationaal Legioen-Légion Nationale,
waarmee de UFAC reeds lang samenwerkte. Al op 20 mei lekte deze brief uit en werd door La Libre Belgique integraal gepubliceerd op
haar voorpagina met als commentaar: "Zal men van hogerhand nog blijven doorgaan de leiders van de UFAC aan te moedigen en te bevoordelen,
nu het vast staat dat zij de UFAC naar gewelddadige actie leiden om het grondwettelijk om het grondwettelijk en parlementair regime uit te schakelen?
Zal men zich van hogerhand nog verder compromitteren met deze UFAC-leiders? Voor wiens rekening en voor wiens belangen treden de UFAC-leiders
trouwens op? Het wordt tijd dat de maskers vallen."
Op 25 mei 1935 publiceerde
Le Peuple een geheim document onder de titel: ""Plan de mobilisation de l'UFAC et La Fraternelle de la
Gendarmerie." De krant schreef als commentaar bij dit document: ""Sedert lange tijd heeft
de UFAC een plan opgesteld voor de mobilizatie van haar leden met het oog op een aanval op het parlement. Men liet er geen twijfel
over bestaan dat een generaal, destijds nog aspirant-minister in een democratische regering, zijn medewerking
verleende aan de uitwerking van dit plan. Er werden lijsten van voertuigen samengesteld en voor elk voertuig een chauffeur aangewezen. Voor de deelnemers
aan de aanval werden per groep opdrachten vastgelegd. Dit alles gebeurde destijds onder het voorwendsel dat dit nodig was om de belangen
der oud-strijders te verdedigen."
Le Peuple kwam echter tot de vaststelling dat haar strategie één grote zwakte vertoonde: men kon onmogelijk het
parlement en de belangrijke ministeries bezetten zonder medewerking van de rijkswacht. De voorzitter van de UFAC, de voorganger
van kolonel Louveau, werd ermee belast voor dit probleem een oplossing te vinden. ""Er was dus gebleken", aldus Le Peuple,
""dat het parlement bestormen, de ministers arresteren en de diensten der ministeries zodanig bezetten, dat Brussel een tijdlang volledig zou afgesneden zijn van de rest van het land, geen gemakkelijke zaak zou zijn
indien de rijkswacht aan de UFAC-leden zou weerstand bieden."
Dit stoutmoedige plan zal later, na de verkiezingen van 24 mei 1936 opnieuw uit de kast worden gehaald wanneer de extreemrechtse
partijen VNV, Rex-Vlaanderen en REX in Wallonnië en kletterende verkiezingsoverwinning behaalden. Ondertussen werd de politiek afgeleid
toen op 29 augustus 1935 de echtgenote van koning Leopold III, koningin Astrid, onverwacht overleed na een auto-ongeluk in
Küssnacht, Zwitserland.
Lees verder in Opkomst extreemrechts. Deel 2: De mislukte staatsgreep van 25.10.1936